Operation Manual
79Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
Onderste selectietoets
U kunt een telefoonfunctie uit de standaardlijst toevoegen aan de onderste
selectietoets. Zie ook Standby–modus op pagina 20. Sommige netwerkoperators
bieden geen ondersteuning voor dit menu.
Druk op Menu en selecteer achtereenvolgens Instellingen, Favorieten en Onderste
sel.toets. Selecteer een functie in de lijst. De naam van de onderste selectietoets in
de standby–modus verandert al naar gelang de functie van de toets.
Spraakopdrachten
Er is een lijst met telefoonfuncties die met een spraaklabel kunnen worden
geactiveerd. U kunt maximaal vijf functies koppelen aan een spraaklabel.
Druk op Menu en selecteer achtereenvolgens Instellingen, Favorieten en
Spraakopdrachten. Selecteer de gewenste functiemap, ga naar de functie
waaraan u een spraaklabel wilt toevoegen en druk op Toevgn. Een spraaklabel
wordt aangeduid met . Zie de instructies in Spraaklabels toevoegen en beheren
op pagina 67.
Zie de instructies in Bellen met behulp van een spraaklabel op pagina 68 voor
aanwijzingen voor het activeren van een spraakopdracht.
U kunt geen spraakopdrachten activeren of toevoegen tijdens een gesprek of
wanneer een toepassing die gebruik maakt van de (E)GPRS–verbinding, bezig is
met het verzenden of ontvangen van gegevens.










