Operation Manual
31Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
3. Algemene functies
■ Opbellen
1. Houd de middelste selectietoets ingedrukt in de standby–modus en voer het
netnummer en telefoonnummer in. U voert het telefoonnummer in door naar
het gewenste cijfer in de tekenbalk te gaan en op Select. te drukken. Herhaal
deze procedure voor elk cijfer van het telefoonnummer. Als u een onjuist teken
intoetst, kunt u op Wis drukken om het teken te verwijderen.
Voor internationale gesprekken voert u het +–teken in (dit vervangt de
internationale toegangscode) en toetst u de landcode, het netnummer (laat zo
nodig de eerste 0 weg) en het telefoonnummer in.
2. Druk op de gesprekstoets om het nummer te bellen.
3. Druk op de eindtoets om het gesprek te beëindigen of het kiezen te
onderbreken.
Zie ook Opties tijdens een gesprek op pagina 33.
Bellen met behulp van de lijst met contacten
Zie Zoeken naar een contact op pagina 62 als u wilt zoeken naar een naam of
telefoonnummer dat u hebt opgeslagen in Contacten. Druk op de gesprekstoets
om het nummer te bellen.










