Operation Manual
78Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.
nummertype-indicator, bijvoorbeeld . Wanneer u een naam in de lijst met
contacten selecteert, bijvoorbeeld om te bellen, wordt automatisch het
standaardnummer gekozen, tenzij u een ander nummer selecteert.
1. Zorg ervoor dat het gebruikte geheugen Telefoon of Telefoon en SIM is. Zie
Instellingen voor contacten op pagina 84.
2. Als u de lijst met namen en telefoonnummers wilt weergeven, drukt u op de
bladertoets-omlaag vanuit de standby-modus.
3. Ga naar de naam waaraan u een nieuw nummer of een tekstitem wilt
toevoegen.
4. Druk op Gegev. en Opties en selecteer Nr. toevoegen of Info toevoegen.
5. Als u een nummer of gegeven wilt toevoegen, selecteert u een van de
nummertypen of teksttypen.
Wanneer u bent verbonden met de aanwezigheidsdienst en u het teksttype
Gebruikers-ID selecteert, kunt u Zoeken selecteren om naar een ID te zoeken
op basis van een telefoonnummer of een e-mailadres op de server van de
operator of serviceprovider. Zie Contacten met aanwezigheidsstatus - Mijn
aanwezigheid op pagina 80. Als slechts één ID wordt gevonden, wordt deze
automatisch opgeslagen. Als er meerdere ID's zijn, kunt u de ID opslaan door op
Opties te drukken en Opslaan te selecteren. Selecteer ID handm. opgev., toets
de ID in en druk op OK.
Als u het nummer- of teksttype wilt wijzigen, drukt u op Opties en selecteert u
Type wijzigen. U kunt een ID-type niet wijzigen wanneer dit zich in de lijst
Chatcontacten of de lijst Abonneenamen bevindt.
Als u het geselecteerde nummer wilt instellen als standaardnummer, drukt u
op Opties en selecteert u Als standaard.










