Operation Manual

75Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.
Mijn mailnaam. Toets uw naam of chatbenaming in.
E-mailadres. Toets het e-mailadres in.
Ondertekening bijvoegen. U kunt een handtekening definiëren die
automatisch aan het einde van uw e-mailbericht moet worden toegevoegd
wanneer u het bericht opstelt.
Antwoordadres. Toets het e-mailadres in waarnaar de antwoorden moeten
worden gestuurd.
SMTP-gebruikersnaam. Toets de naam in die u voor uitgaande
e-mailberichten wilt gebruiken.
SMTP-wachtwoord. Toets het wachtwoord voor uitgaande e-mail in.
Terminalvenster tonen. Selecteer Ja als u een handmatige
gebruikersverificatie voor intranetverbindingen wilt uitvoeren.
Type inkomende server. Selecteer POP3 of IMAP4, afhankelijk van het type
e-mailsysteem dat u gebruikt. Als beide typen worden ondersteunt,
selecteert u IMAP4.
Inkomende mailinstellingen
Als u het servertype POP3 hebt geselecteerd voor de inkomende server,
worden de volgende opties weergegeven: E-mails ophalen,
POP3-gebruikersnaam, POP3-wachtwoord en Terminalvenster tonen.
Als u het servertype IMAP4 hebt geselecteerd voor de inkomende server,
worden de volgende opties weergegeven: E-mails ophalen,
Ophaalmethode, IMAP4-gebruikersnaam, IMAP4-wachtwoord en
Terminalvenster tonen.