Operation Manual
35Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.
3. Algemene functies
■ Opbellen
1. Open de telefoon en toets het netnummer en telefoonnummer in. Als u een
onjuist teken intoetst, kunt u op Wis drukken om het teken te verwijderen.
Voor internationale gesprekken drukt u tweemaal op voor het
internationale prefix (het +-teken vervangt de internationale toegangscode)
en toetst u de landcode, het netnummer (laat zo nodig de eerste 0 weg) en het
telefoonnummer in.
2. Druk op de gesprekstoets om het nummer te kiezen.
3. Druk op of sluit de telefoon om het gesprek te beëindigen of het kiezen te
onderbreken.
Bellen met behulp van de lijst met contacten
Als u wilt zoeken naar een naam of telefoonnummer dat u hebt opgeslagen in
Contacten, drukt u vanuit de standby-modus op de bladertoets-omlaag. Ga naar
de naam of het telefoonnummer en druk op de gesprekstoets om het
nummer te bellen.
Snelkeuze
Voordat u snelkeuze kunt gebruiken, moet u een telefoonnummer programmeren
onder een van de snelkeuzetoetsen (van tot ). Zie Snelkeuze in










