Operation Manual

90
Copyright
© 2003 Nokia. All rights reserved.
3. Selecteer Actieve mbx bew. en selecteer de instellingen één voor één. Toets de
vereiste instellingen in op basis van de gegevens die u van de e-mailprovider
hebt ontvangen.
Mailboxnaam. Toets de naam in die u voor de mailbox wilt gebruiken.
E-mailadres. Toets uw e-mailadres in.
Mijn mailnaam. Toets uw naam en alias in als u wilt dat de ontvanger deze
te zien krijgt.
Uitgaande (SMTP) server. Toets het adres van de e-mailserver in.
Uitgaande (SMTP) poort. Toets het nummer in van de serverpoort voor
uitgaande e-mailberichten. De meestgebruikte standaardwaarde is 25.
SMTP-verificatie gebruiken. Als uw e-mailprovider verificatie eist voor het
verzenden van e-mailberichten, schakelt u deze instelling in. U moet tevens
een SMTP-gebruikersnaam en SMTP-wachtwoord definiëren.
SMTP-gebruikersnaam. Toets de naam in die uw e-mailprovider u heeft
opgegeven voor toegang tot uw mailbox.
SMTP-wachtwoord. Toets het wachtwoord in dat u voor toegang tot uw
mailbox wilt gebruiken. Als u nog geen wachtwoord hebt gedefinieerd,
wordt u gevraagd een wachtwoord te definiëren wanneer u verbinding
maakt met uw e-mailaccount.
Ondertekening bijvoegen. Bevestig uw keuze als u een vooraf gedefinieerde
handtekening aan uw e-mailberichten wilt toevoegen.
Ink. (POP3/IMAP) server. Toets het mailservertype voor inkomende e-mail in
(POP3 dan wel IMAP4).