Operation Manual
26
Copyright
© 2003 Nokia. All rights reserved.
4. Met de enter-toets gaat u naar de volgende regel bij het bewerken van
tekst.
5. De shift-toetsen en dienen voor het invoeren van hoofdletters en
symbolen. U kunt eerst op de shift-toets en vervolgens op de gewenste toets
drukken of beide toetsen tegelijkertijd indrukken.
6. Met de spatiebalktoetsen en voert u een spatie in.
7. Met de aan/uit-toets/linkerselectietoets schakelt u de telefoon in wanneer
het toetsenbord voor berichten geopend is en de telefoon uitgeschakeld is. De
functie van de linkerselectietoets is afhankelijk van de tekst die boven de toets
wordt weergegeven.
8. Met de tekentoets opent u een reeks tekens en symbolen tijdens het
bewerken van tekst.










