Operation Manual

16
Copyright
© 2003 Nokia. All rights reserved.
Toegangscodes
Beveiligingscode (5 tot 10 cijfers): de beveiligingscode beveiligt de telefoon
tegen onbevoegd gebruik. Deze code wordt bij de telefoon geleverd. De code is
standaard ingesteld op 12345. Als u de code hebt gewijzigd, houd de nieuwe
code dan geheim en bewaar de code op een veilige plaats uit de buurt van de
telefoon. Zie Beveiligingsinstellingen op pagina 11 4 voor informatie over het
wijzigen van de code en het instellen van de telefoon om de code te vragen.
Als u vijf keer na elkaar een onjuiste beveiligingscode hebt ingetoetst, wordt
Foutieve code weergegeven. Wacht vijf minuten en toets de code opnieuw in.
PIN-code en PIN2-code (4 tot 8 cijfers): de PIN-code (Personal Identification
Number) beveiligt de SIM-kaart tegen onbevoegd gebruik. De PIN-code wordt
gewoonlijk bij de SIM-kaart geleverd.
U kunt de telefoon instellen om telkens wanneer deze wordt ingeschakeld naar
de PIN-code te vragen (zie Beveiligingsinstellingen op pagina 114).
Voor bepaalde functies, zoals kostentellers, hebt u de PIN2-code nodig die bij
sommige SIM-kaarten wordt geleverd.
Als u drie keer na elkaar een onjuiste PIN-code hebt ingetoetst, wordt PIN-
code geblokkeerd weergegeven en wordt u gevraagd de PUK-code in te
toetsen. Vraag uw netwerkexploitant naar de PUK-code.
De PUK-code en PUK2-code (8 cijfers): de PUK-code (Personal Unblocking
Key) is nodig om een geblokkeerde PIN-code te wijzigen. De PUK2-code is
nodig om een geblokkeerde PIN2-code te wijzigen.