Operation Manual
Persoonlijke instellingen
139
Copyright
© 2004 Nokia. All rights reserved.
Als u het profiel in de standby-modus wilt wijzigen, drukt u op , gaat u naar
het profiel dat u wilt activeren en drukt u op OK.
Profielen aanpassen
1. Ga naar het profiel dat u wilt wijzigen en kies
Opties→ Aanpassen. Er verschijnt een lijst met
profielinstellingen.
2. Ga naar de instelling die u wilt wijzigen en druk op
om de opties te openen:
• Beltoon - als u de beltoon voor spraakoproepen wilt
instellen, kiest u een beltoon uit de lijst. U kunt elke
toon in de lijst beluisteren voordat u een toon kiest.
Druk op een toets om het geluid te stoppen. Als
gebruik wordt gemaakt van een geheugenkaart zijn
de tonen te herkennen aan het symbool naast de naam van de toon. Voor
Beltonen wordt een gedeeld geheugen gebruikt. Zie ‘Gedeeld geheugen’ op
pag 25. U kunt beltonen ook wijzigen in de toepassing Contacten. Zie ‘Een
beltoon toevoegen voor een contactkaart of -groep’ op pag 44.
Opmerking: Als u MIDI-, AMR-, WAV-, MP3- en andere
geluidsbestanden als beltonen wilt gebruiken, moeten deze bestanden zijn
opgeslagen in de map voor digitale geluidsbestanden in de Galerij.
• Beltoontype - als u Oplopend kiest, wordt het volume van de beltoon
geleidelijk verhoogd tot het ingestelde niveau.










