Operation Manual
38
Instellingen
U kunt het gebruik van de dienst definiëren door Menu > Instellingen >
Connectiviteit > Packet-gegevens > Packet-gegev.verb. te selecteren en een
keuze te maken uit de volgende opties:
Wanneer nodig — om in te stellen dat de GPRS-verbinding tot stand wordt
gebracht als een toepassing deze nodig heeft. De verbinding wordt verbroken als
de toepassing wordt afgesloten.
Altijd online — om automatisch verbinding met een GPRS-netwerk tot stand te
brengen als u de telefoon inschakelt
USB-gegevenskabel
U kunt de USB-gegevenskabel gebruiken voor het overdragen van gegevens
tussen de telefoon en een compatibele pc of een printer die PictBridge
ondersteunt.
Wilt u de telefoon activeren voor het overdragen van gegevens of het afdrukken
van afbeeldingen, dan sluit u de gegevenskabel aan en selecteert u:
Vragen bij verb. — om te telefoon te laten vragen of er een verbinding tot stand
moet worden gebracht.
PC Suite — om de gegevenskabel voor Nokia PC Suite te gebruiken
Afdrukken/media — om de telefoon te gebruiken met een printer die PictBridge-
compatibel is, of om de telefoon op een compatibele pc aan te sluiten
Gegevensopslag — om verbinding met een pc te maken die geen Nokia-software
heeft, en om uw telefoon voor gegevensopslag te gebruiken.
Als u de USB-modus wilt veranderen, selecteert u Menu > Instellingen >
Connectiviteit > USB-gegevenskabel en de gewenste USB-modus.
■ Oproepen
Selecteer Menu > Instellingen > Oproepen en kies daarna een van de volgende
opties:
Doorschakelen — om inkomende oproepen door te schakelen (netwerkdienst). Het
is mogelijk dat u geen oproepen kunt doorschakelen als bepaalde
blokkeringsfuncties zijn ingeschakeld. Zie Oproepen blokkeren in “Toegangscodes”
op pagina 10.
Opn. met will. toets — om een inkomende oproep te beantwoorden door kort op
een willekeurige toets te drukken, met uitzondering van de aan/uit-toets, de
linker- en rechterselectietoets en de toets Einde.










