Operation Manual
24
Tekst invoeren
3. Tekst invoeren
U kunt tekst invoeren via de methode voor normale tekstinvoer of via de methode
voor tekstinvoer met woordenboek. Houd tijdens het invoeren van tekst Opties
ingedrukt om te schakelen tussen normale tekstinvoer, aangegeven door , en
tekstinvoer met woordenboek, aangegeven door . Niet alle talen worden
ondersteund in de tekstinvoer met woordenboek.
Hoofdletters en kleine letters worden aangegeven door , en . U kunt
schakelen tussen hoofdletters en kleine letters door op # te drukken. U kunt naar
de nummermodus, aangegeven door , overschakelen door # ingedrukt te
houden en Nummermodus te selecteren. U kunt overschakelen naar de
nummermodus door # ingedrukt te houden.
Als u de taal voor het invoeren van tekst wilt instellen, selecteert u Opties >
Schrijftaal.
■ Normale tekstinvoer
Druk herhaaldelijk op een cijfertoets (1 t/m 9) totdat het gewenste teken wordt
weergegeven. De beschikbare lettertekens zijn afhankelijk van de geselecteerde
schrijftaal. U voert een spatie in door op 0 te drukken. De meest gebruikte
interpunctietekens en speciale lettertekens worden weergegeven als u op 1 drukt.
■ Tekstinvoer met woordenboek
Tekstinvoer met woordenboek is gebaseerd op een ingebouwd woordenboek waar
u zelf woorden aan toe kunt voegen.
1. U begint met het invoeren van een woord door de cijfertoetsen 2 t/m 9 te
gebruiken. Op het scherm wordt * weergegeven, of de letter als de afzonderlijke
letter een woordbetekenis heeft. De ingevoerde letters worden onderstreept.
2. Wanneer u het gewenste woord hebt ingevoerd, bevestigt u de invoer door op
0 te drukken om een spatie toe te voegen.
Als het woord niet correct is, druk dan herhaaldelijk op * en selecteer het woord
uit de lijst.
Als er een vraagteken (?) achter het woord wordt weergegeven, bevindt het
woord dat u wilt invoeren zich niet in het woordenboek. Als u het woord aan
het woordenboek wilt toevoegen, selecteert u Spellen. Voer het woord in door
normale tekstinvoer te gebruiken en selecteer Opslaan.










