Operation Manual
22
Oproepen
■ Snelkeuze
Een nummer toewijzen aan een van de snelkeuzetoetsen, 3 t/m 9, doet u als volgt:
1. Selecteer Menu > Contacten > Snelkeuze.
2. Blader naar het gewenste snelkeuzenummer.
3. Selecteer Wijs toe als er nog geen nummer aan de toets is toegewezen, of
Opties > Wijzigen als dit wel het geval is.
4. Voer het nummer in of selecteer Zoeken en vervolgens het contact dat u wilt
toewijzen aan een nummer.
Als de functie Snelkeuze is uitgeschakeld, wordt gevraagd of u deze functie wilt
activeren.
Selecteer Menu > Instellingen > Oproepen > Snelkeuze > Aan.
Om een nummer te bellen, houdt u een snelkeuzetoets ingedrukt totdat het
nummer wordt gekozen.
■ Spraakgestuurde nummerkeuze
Bel een nummer door de naam in te spreken die bij Contacten is opgeslagen.
Aangezien spraakopdrachten taalafhankelijk zijn, moet u Menu > Instellingen >
Telefoon > Spraakherkenning > Taal sprkherkenning en uw taal selecteren
voordat u gebruik kunt maken van spraakgestuurde nummerkeuze. Voer de
instructies op het scherm uit voor de Spraakherk.training.
Opmerking: Het gebruik van spraaklabels kan moeilijkheden opleveren in een
drukke omgeving of tijdens een noodgeval. Voorkom dus onder alle
omstandigheden dat u uitsluitend van spraaklabels afhankelijk bent.
1. Houd in de stand-by modus de rechterselectietoets ingedrukt. Er klinkt een
kort geluid en Nu spreken verschijnt in beeld.
2. Spreek duidelijk de naam van de contactpersoon die u wilt bellen in. Als uw
stem goed herkend is, verschijnt er een lijst met namen die passen bij wat u
ingesproken hebt. De telefoon laat de spraakopdracht van de eerste naam in de
lijst horen. Als dit niet klopt, bladert u naar een andere naam.
■ Opties tijdens een oproep
Veel van de opties die u tijdens gesprekken kunt gebruiken, zijn netwerkdiensten.
Neem contact op met uw serviceprovider voor informatie over de beschikbaarheid
van netwerkdiensten.










