Gebruikershandleiding Nokia 6600 fold 9207328 Uitgave 2 NL
0434 CONFORMITEITSVERKLARING Hierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat dit product RM-325 voldoet aan de essentiële vereisten en overige relevante bepalingen van Richtlijn 1999/5/EG. Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www.nokia.com/phones/ declaration_of_conformity/. © 2008 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Nokia, Nokia Connecting People en Navi zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation.
DE INHOUD VAN DIT DOCUMENT WORDT ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE VERSTREKT. TENZIJ VEREIST KRACHTENS HET TOEPASSELIJKE RECHT, WORDT GEEN ENKELE GARANTIE GEGEVEN BETREFFENDE DE NAUWKEURIGHEID, BETROUWBAARHEID OF INHOUD VAN DIT DOCUMENT, HETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, DAARONDER MEDE BEGREPEN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES BETREFFENDE DE VERKOOPBAARHEID EN DE GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL.
Inhoudsopgave VEILIGHEID ....................................... 6 Algemene informatie ....................... 7 Handige tips ....................................................... 7 Over dit apparaat.............................................. 9 Netwerkdiensten............................................ 10 Toebehoren ...................................................... 10 Toegangscodes................................................ 10 Software-updates..........................................
8. Operatormenu ............................ 42 9. Galerij.......................................... 42 Beheer van digitale rechten ....................... 43 Afbeeldingen afdrukken............................... 43 10. Media ....................................... 44 Camera en video ............................................ Muziekspeler ................................................... Radio ................................................................. Recorder ...................................
VEILIGHEID Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer informatie. SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG IS Schakel het apparaat niet in als het gebruik van mobiele telefoon verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren. VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG Houd u aan de lokale wetgeving. Houd tijdens het rijden uw handen vrij om uw voertuig te besturen.
Algemene informatie ■ Handige tips Voor u uw telefoon naar een Nokia Care Point brengt V: Hoe kan ik problemen met de werking van mijn telefoon oplossen? A: Probeer het volgende: • Zet de telefoon uit, verwijder de batterij en plaats een nieuwe. • Zet de fabrieksinstellingen terug. Selecteer Menu > Instellingen > Fabr.inst. terugz.. Om alle persoonlijke gegevens in de telefoon op te slaan, selecteert u Alleen inst. herstellen. • Werk de telefoon bij met Nokia Software Updater (indien beschikbaar). Zie www.
Contacten V: Hoe kan ik een nieuw contact toevoegen? A: Selecteer Menu > Contacten > Voeg nieuwe toe. V: Hoe kan ik aanvullende informatie bij een contact toevoegen? A: Zoek het contact waaraan u extra informatie wilt toevoegen en selecteer Gegevens > Opties > Info toevoegen en kies een van de beschikbare opties. Menu’s V: Hoe kan ik de weergave van de menu’s veranderen? A: U kunt de menuweergave wijzigen door Menu > Opties > Hoofdmenuwrgave > Lijst, Roosterweergave, Rooster met labels of Tab te selecteren.
Snelkoppelingen V: Welke snelkoppelingen kan ik gebruiken? A: Uw telefoon beschikt over meerdere snelkoppelingen: • Druk eenmaal op de beltoets om de oproepinfo te openen. Blader naar het gewenste nummer of de gewenste naam om een nummer te draaien. Druk vervolgens op de beltoets. • Houd 0 ingedrukt om de webbrowser te openen. • Houd 1 ingedrukt om uw voicemailbox te bellen. • Houd 2 ingedrukt om uw video-mailbox te bellen.
Wanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, dient u eerst de handleiding van het desbetreffende apparaat te raadplegen voor uitgebreide veiligheidsinstructies. Sluit geen incompatibele producten aan. ■ Netwerkdiensten Om de telefoon te kunnen gebruiken, moet u zijn aangemeld bij een aanbieder van een draadloze verbindingsdienst. Veel van de functies vereisen speciale netwerkfuncties. Deze functies zijn niet op alle netwerken beschikbaar.
1. Om de toetsen te vergrendelen als de telefoon opengeklapt is, drukt u binnen 3,5 seconde op Menu > * . 2. Om de vergrendeling van de toetsen op te heffen als de telefoon opengeklapt is, drukt u binnen 1,5 seconde op Menu > * . Druk op de beltoets om een oproep te beantwoorden als het toetsenbord vergrendeld is. Wanneer u de oproep beëindigt of niet aanneemt, worden de toetsen weer automatisch geblokkeerd. U kunt ook Menu > Instellingen > Telefoon > Aut. toets.blokk.
Software Updater. Als u de software voor het apparaat wilt bijwerken, hebt u de toepassing Nokia Software Updater nodig en een compatibele pc met het besturingssysteem Microsoft Windows 2000 of XP, een breedbandverbinding en een compatibele gegevenskabel waarmee het apparaat op de pc is aangesloten. Ga naar www.nokia.com/softwareupdate of naar de lokale Nokia-website voor meer informatie of om de toepassing Nokia Software Updater te downloaden.
■ Nokia-ondersteuning Kijk op www.nokia.com/support of uw lokale Nokia-website voor de meest actuele gebruikershandleidingen, aanvullende informatie, downloads en diensten die te maken hebben met uw Nokia-product. Op de website vindt u informatie over het gebruik van Nokiaproducten en –diensten. Als u contact wilt opnemen met Nokia Care, raadpleegt u de lijst met plaatselijke Nokia Carecontactcentra op www.nokia.com/customerservice.
Geheugenkaart en batterij plaatsen 1. Schuif de kaarthouder weg (1) en draai het open (2) om de geheugenkaart te plaatsen. 2. Schuif de geheugenkaart in de kaarthouder (3). 3. Druk de kaarthouder terug op zijn plaats (4) en sluit de kaarthouder (5). Zorg ervoor dat de kaart goed in de houder zit en dat het contactgebied op de kaart naar beneden is gericht. 4. Kijk goed naar de contactpunten van de batterij (6) en plaats de batterij (7). 5. Plaats de batterijcover terug (8-9).
1. Sluit de lader aan op een gewone wandcontactdoos. 2. Steek de stekker van de lader in de aansluiting aan de zijkant van de telefoon. Als de batterij volledig ontladen is, kan het enkele minuten duren voordat de batterij-indicator op het scherm wordt weergegeven en u weer met het apparaat kunt bellen. ■ De telefoon openen en sluiten Druk op de open-telefoonknop (1) om de telefoon te openen. De telefoon draait open (2) tot ongeveer 161 graden. Probeer de telefoon niet verder open te duwen.
■ De tijd, zone en datum instellen Wanneer u de telefoon voor de eerste keer inschakelt en de telefoon in de standby modus staat, wordt u gevraagd de tijd en datum in te stellen. Vul de velden in en selecteer Opslaan. Wilt u de instellingen voor datum en tijd later veranderen, dan selecteert u Menu > Instellingen > Datum en tijd > Inst. datum en tijd, Datum- en tijdnotatie of Datum/tijd aut. aanp. (netwerkdienst) om de instellingen van tijd, tijdzone en datum te wijzigen.
■ Antenne Het apparaat kan interne en externe antennes hebben. Zoals bij alle radiozendapparatuur, geldt dat u onnodig contact met het gebied rond de antenne moet vermijden als de antenne aan het zenden of ontvangen is. Contact met zo'n antenne kan de kwaliteit van de communicatie nadelig beïnvloeden en ervoor zorgen dat het apparaat meer stroom verbruikt dan anders noodzakelijk is en kan de levensduur van de batterij verkorten. Op de afbeelding is het antennegebied in grijs gemarkeerd.
17.2-megapixel camera 18.Cameraflitser 19.Aansluiting voor de lader 20.Open-telefoon-knop (elektromagnetisch openen) ■ Sensor Selecteer Menu > Instellingen > Telefoon > Sensorinstellingen > Sensor > Aan om de functie te activeren. Door de mogelijkheid om te tikken kunt u snel oproepen en alarmtonen dempen en weigeren. Op het secundaire scherm kunt u de tijd en de indicatoren voor gemiste oproepen en nieuwe berichten aflezen.
■ Stand-by modus Wanneer de telefoon gereed is voor gebruik en er zijn geen tekens ingevoerd, bevindt de telefoon zich in de stand-by modus. 1. 3G-indicator 2. Signaalsterkte van het mobiele netwerk 3. Laadstatus van de batterij 4. Indicatoren. Zie “Indicatoren” op pagina 19. 5. De naam van het netwerk of het operatorlogo 6. Klok 7. Scherm 8. Linkerselectietoets. Met deze toets activeert u standaard Favoriet, waarmee een lijst snelkoppelingen wordt geopend.
Er is een alarm actief. Zie “Wekker” op pagina 48. , De verbindingsmodus voor packet-gegevens Altijd online is geselecteerd en de packet-gegevensdienst is beschikbaar. , Er is een GPRS- of EGPRS-verbinding tot stand gebracht. , De GPRS- of EGPRS-verbinding is tijdelijk onderbroken (in de wachtstand geplaatst). Indicator Bluetooth-verbinding. Zie “Draadloze Bluetooth-technologie” op pagina 37.
2. Oproepen ■ Bellen U kunt op een van de volgende manieren bellen: • Voer het netnummer en het telefoonnummer in en druk op de beltoets. Voor internationale gesprekken drukt u tweemaal op * voor het internationale voorvoegsel (het +-teken vervangt de internationale toegangscode) en voert u de landcode, het netnummer (laat zo nodig de eerste 0 weg) en het abonneenummer in.
■ Snelkeuze Een nummer toewijzen aan een van de snelkeuzetoetsen, 3 t/m 9, doet u als volgt: 1. Selecteer Menu > Contacten > Snelkeuze. 2. Blader naar het gewenste snelkeuzenummer. 3. Selecteer Wijs toe als er nog geen nummer aan de toets is toegewezen, of Opties > Wijzigen als dit wel het geval is. 4. Voer het nummer in of selecteer Zoeken en vervolgens het contact dat u wilt toewijzen aan een nummer. Als de functie Snelkeuze is uitgeschakeld, wordt gevraagd of u deze functie wilt activeren.
Uw serviceprovider kan de volgende opties bieden: conferentiegesprekken, delen van video en oproepen in de wachtstand zetten. Wachtfunctie Als u een melding wilt krijgen dat er een nieuwe oproep binnenkomt terwijl u al aan het bellen bent (netwerkdienst), selecteert u Menu > Instellingen > Oproepen > Wachtfunctieopties > Activeer. Druk tijdens een gesprek op de beltoets om een oproep in de wachtstand te beantwoorden. Het eerste gesprek wordt in de wachtstand geplaatst.
3. Tekst invoeren U kunt tekst invoeren via de methode voor normale tekstinvoer of via de methode voor tekstinvoer met woordenboek. Houd tijdens het invoeren van tekst Opties ingedrukt om te schakelen tussen normale tekstinvoer, aangegeven door , en tekstinvoer met woordenboek, aangegeven door . Niet alle talen worden ondersteund in de tekstinvoer met woordenboek. Hoofdletters en kleine letters worden aangegeven door , en . U kunt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters door op # te drukken.
Als u een samengesteld woord wilt invoeren, voert u het eerste gedeelte van het woord in en bevestigt u dit door naar rechts te bladeren. Voer het laatste gedeelte van het woord in en bevestig het woord. 3. U begint met het invoeren van het volgende woord. 4. Berichten ■ Tekstberichten invoeren en verzenden 1. Selecteer Menu > Berichten > Bericht maken > Bericht. 2. Voer één of meer telefoonnummers in het veld Aan: in. Als u een telefoonnummer wilt ophalen uit het geheugen, selecteert u Toevgn. 3.
■ Berichten lezen en beantwoorden 1. Als u het ontvangen bericht wilt bekijken, selecteert u Tonen. Als u het bericht later wilt lezen, selecteert u Menu > Berichten > Inbox. 2. Als u een bericht wilt beantwoorden, selecteert u Beantw.. Voer het antwoord in. 3. Selecteer Verzenden om het bericht te verzenden. Belangrijk: Wees voorzichtig met het openen van berichten. Berichten kunnen schadelijke software bevatten of anderszins schadelijk zijn voor het apparaat of de pc.
Het is mogelijk dat u de instellingen voor e-mail ontvangt als een configuratiebericht. Neem voor meer informatie contact op met uw netwerkoperator of serviceprovider. E-mailinstelwizard De e-mailinstelwizard start automatisch als er geen e-mailinstellingen in de telefoon zijn gedefinieerd. Om de instelwizard voor een extra account te gebruiken, selecteert u Menu > Berichten en het bestaande e-mailaccount. Selecteer Opties > Mailbox toevoegen om de e-mailinstelwizard te starten.
E-mailberichten lezen en beantwoorden 1. Selecteer Menu > Berichten, de accountnaam en het relevante bericht. 2. Als u een e-mailbericht wilt beantwoorden, selecteert u Opties > Beantw.. Bevestig of wijzig het e-mailadres en het onderwerp en voer uw antwoord in. 3. Selecteer Verzndn om het bericht te verzenden. Als u de verbinding met uw e-mailaccount wilt sluiten, selecteert u Opties > Verb. verbreken. Belangrijk: Wees voorzichtig met het openen van berichten.
■ Dienstopdrachten Selecteer Menu > Berichten > Dienstopdrachtn om serviceaanvragen (USSDopdrachten) te maken en naar uw netwerkoperator te verzenden. Dit kunnen bijvoorbeeld activeringsopdrachten voor netwerkdiensten zijn. ■ Berichtinstellingen Algemene instellingen Algemene instellingen gelden voor tekst- en multimediaberichten. Selecteer Menu > Berichten > Berichtinstllngn > Algem. instellingen en kies daarna een van de volgende opties: Ver. berichten opsl.
Geldigheid van ber. — om in te stellen hoe lang het netwerk moet proberen uw bericht af te leveren. Berichten verz. als — om de indeling van de te verzenden berichten in te stellen: Tekst, Semafoonoproep of Fax (netwerkdienst). Packet-gegev. gebr. — om tekstberichten via een packet-gegevensverbinding te verzenden (indien beschikbaar). Tekenondersteuning — om in te stellen dat alle tekens in de te verzenden berichten zichtbaar zijn. Om alle lettertekens weer te geven, selecteert u Volledig.
Configuratie-inst. — selecteer Configuratie om de configuraties die het verzenden van multimediaberichten ondersteunen te bekijken. Selecteer een serviceprovider Standaard of Pers. configuratie voor multimediaberichten. Selecteer Account en een MMS-account die is opgenomen in de actieve configuratie-instellingen. E-mailberichten De e-mailinstellingen hebben invloed op de wijze waarop e-mailberichten worden verzonden, ontvangen en weergegeven.
Om de contacten vanaf een pc te synchroniseren, zie “Connectiviteit” op pagina 36. ■ Namen en telefoonnummers opslaan Selecteer Menu > Contacten > Voeg nieuwe toe. Namen en nummers worden opgeslagen in het actieve geheugen. ■ Zoeken naar een contact Selecteer Menu > Contacten > Namen. Blader door de lijst met contacten of voer de eerste tekens in van de naam die u zoekt. ■ Contacten bewerken Selecteer Menu > Contacten > Namen.
■ Groepen Selecteer Menu > Contacten > Groepen om de in het geheugen opgeslagen namen en nummers in te delen in bellersgroepen met verschillende beltonen en afbeeldingen. ■ Visitekaartjes U kunt contactgegevens als visitekaartje verzenden naar en ontvangen van een compatibel apparaat dat de vCard-standaard ondersteunt. Als u een visitekaartje wilt verzenden, gaat u naar het contact waarvan u de gegevens wilt verzenden, en selecteert u Gegevens > Opties > Visitek. verzenden.
7. Instellingen ■ Profielen Selecteer Menu > Instellingen > Profielen, kies het gewenste profiel en vervolgens een van de volgende opties: Activeer — om het geselecteerde profiel te activeren. Aanpassen — om het profiel met beltonen, belvolume, trilsignalen, lichteffecten en berichtensignaaltonen aan te passen. Tijdelijk — om het profiel in te stellen om een bepaalde tijd (maximaal 24 uur) actief te zijn. Wanneer de ingestelde tijd voor het profiel is verstreken, wordt het vorige profiel geactiveerd.
■ Scherm Met de weergave-instellingen kunt u uw schermweergave aanpassen. Instellingen bij de stand-by modus Selecteer Menu > Instellingen > Weergave en kies daarna een van de volgende opties: Achtergrond — om een afbeelding als achtergrond toe te voegen voor de stand-by modus. Actief standby — om de actieve stand-by modus te gebruiken. Letterkleur bij stdby — om de letterkleur voor de stand-by modus te selecteren. Displayhelderheid — om de helderheid van het scherm aan te passen. Nav.toetspictogr.
Linker- en rechterselectietoets Wilt u de functie die is toegewezen aan de linker- of de rechterselectietoets wijzigen, dan selecteert u Menu > Instellingen > Snelkoppelingen > Linkerselectietoets of Rechter selectietoets en kiest u de gewenste functie.
Draadloze Bluetooth-technologie Met behulp van Bluetooth-technologie kunt u uw telefoon via radiogolven verbinden met een compatibele Bluetooth-telefoon binnen een afstand van tien meter. Dit apparaat voldoet aan de Bluetooth-specificatie 2.0 + EDR die de volgende profielen ondersteunt: SIM access, object push, file transfer, dial-up networking, headset, hands-free, service discovery, generic access, serial port en generic object exchange.
U kunt het gebruik van de dienst definiëren door Menu > Instellingen > Connectiviteit > Packet-gegevens > Packet-gegev.verb. te selecteren en een keuze te maken uit de volgende opties: Wanneer nodig — om in te stellen dat de GPRS-verbinding tot stand wordt gebracht als een toepassing deze nodig heeft. De verbinding wordt verbroken als de toepassing wordt afgesloten.
Aut. opn. kiezen — om automatisch het nummer opnieuw te kiezen na een mislukte oproeppoging. De telefoon probeert het nummer tien keer te draaien Aut. video naar sprk — om in te stellen of er automatisch een spraakoproep naar hetzelfde nummer wordt gemaakt als een video-oproep is mislukt. Stemhelderheid — om de verstaanbaarheid van spraak te verbeteren, vooral in lawaaierige omstandigheden Snelkeuze — Zie “Snelkeuze” op pagina 22. Wachtfunctieopties — Zie “Wachtfunctie” op pagina 23. Samenv.
Offlineverzoek — Zie “Profiel Vlucht” op pagina 20. Telefoonupdates — om software-updates voor uw telefoon (indien beschikbaar) te ontvangen. Netwerkmodus — om zowel het UMTS- als het GSM-netwerk te gebruiken. Deze optie is niet beschikbaar wanneer u aan het bellen bent. Operatorselectie — om automatisch een van de mobiele netwerken te kiezen die in uw omgeving beschikbaar zijn. Als u Handmatig selecteert, kunt u een netwerk selecteren dat een registratieovereenkomst met uw eigen serviceprovider heeft.
Pers. config.instell. — om handmatig nieuwe persoonlijke accounts voor diverse diensten toe te voegen en om deze te activeren of te verwijderen. De parameters verschillen per geselecteerd diensttype. ■ Beveiliging Wanneer beveiligingsfuncties zijn ingeschakeld waarmee oproepen worden beperkt (zoals het blokkeren van oproepen, gesloten gebruikersgroepen en vaste nummers), kunt u mogelijk nog wel het geprogrammeerde alarmnummer draaien.
Inst. beveil.module — om de gegevens van de beveiligingsmodule te bekijken, het PIN-verzoek voor de beveiligingsmodule te activeren of de module-PIN en de ondertekenings-PIN te wijzigen. Zie ook “Toegangscodes” op pagina 10. ■ Fabrieksinstellingen terugzetten Als u de fabrieksinstelingen van de telefoon wilt herstellen, selecteert u Menu > Instellingen > Fabr.inst. terugz. en kies een van de volgende opties: Alleen inst.
■ Beheer van digitale rechten Content-eigenaren kunnen gebruikmaken van verschillende soorten technologieën voor het beheer van digitale rechten (DRM) om hun intellectuele eigendom, waaronder auteursrechten, te beschermen. Dit apparaat maakt gebruik van verschillende typen DRMsoftware om toegang te krijgen tot DRM-beveiligde inhoud. Met dit apparaat krijgt u toegang tot inhoud die beschermd is met WMDRM 10, OMA DRM 2,0 en OMA DRM 2.0.
10. Media ■ Camera en video Maak foto’s en neem videoclips op met de ingebouwde 2-megapixel camera. De camera maakt foto’s in .jpg-indeling en videoclips in 3gp-indeling, en heeft een digitale zoomfactor 8. Een foto maken Selecteer Menu > Media > Camera, of blader naar links of rechts als de videofunctie is ingeschakeld. Blader naar links of rechts om in of uit te zoomen. Om een foto te maken, selecteert u Vastlggn.
van internet hebt gedownload of die u met Nokia PC Suite naar de telefoon hebt overgebracht. U kunt ook opgenomen en gedownloade videoclips bekijken. Muziek- en videobestanden die in de muziekmap van de telefoon of op de geheugenkaart zijn opgeslagen, worden automatisch herkend en aan de muziekbibliotheek toegevoegd. U opent de muziekspeler door Menu > Media > Muziekspeler te selecteren. Als u een lijst met alle liedjes op uw telefoon wilt openen, selecteert u Alle tracks > Openen of bladert u naar rechts.
Selecteer om naar het volgende nummer te gaan. Selecteer begin van het vorige nummer te gaan. om naar het Selecteer en houd deze ingedrukt om het huidige nummer terug te spoelen. Selecteer en houd deze ingedrukt om het huidige nummer snel vooruit te spoelen. Laat de toets los op de gewenste positie in het nummer. ■ Radio De FM-radio maakt gebruik van een andere antenne dan de antenne van het draadloze apparaat.
Kies frequentie — om de frequentie van een radiozender in te stellen. Instellingen — om de RDS-instellingen (Radio Data System) te wijzigen. Als RDS is ingeschakeld, kunt u Automat. freq. aan selecteren om automatisch over te schakelen naar een andere frequentie met dezelfde radiozender. Dit is handig wanneer het oorspronkelijke signaal te zwak wordt. ■ Recorder Neem spraak of andere geluiden op en sla het op in de Galerij.
11. Organiser ■ Wekker Selecteer Menu > Organiser > Wekker. Als u de wekker wilt instellen, selecteert u Wektijd en voert u het gewenste tijdstip in. Als u het alarmtijdstip wilt wijzigen nadat dit is ingesteld, selecteert u Aan. Selecteer Alarm herhalen om in te stellen dat op geselecteerde dagen van de week een alarmsignaal moet klinken. Als u de radio als alarmsignaal selecteert, moet u de hoofdtelefoon op de telefoon aansluiten.
Waarschuwingssignaal voor notitie Op het juiste moment geeft de telefoon de notitie weer en, als er een waarschuwingssignaal is ingesteld, laat een geluid horen. Als er een oproepnotitie wordt weergegeven , kunt u het weergegeven nummer kiezen door op de beltoets te drukken. Als u het waarschuwingssignaal wilt uitschakelen en de notitie wilt bekijken, selecteert u Bekijk.
wordt weergegeven als het tijdstip is aangebroken. Selecteer Tijd wijzigen om de tijd van de timer te wijzigen. 2. U start de timer door Starten te selecteren. 3. Als u de timer wilt stoppen, selecteert u Timer stoppen. Intervaltimer 1. Als u een intervaltimer met maximaal 10 intervallen wilt starten, voert u eerst de intervallen in. 2. Selecteer Menu > Organiser > Timer > Intervaltimer. 3. U start de timer door Timer starten > Starten te selecteren.
■ Toepassingsopties Versiecontrole — om te controleren of een nieuwe versie van de toepassing beschikbaar is om van internet te downloaden (netwerkdienst). Webpagina — om meer informatie of extra gegevens over de toepassing van een internetpagina te ontvangen (netwerkdienst), als dit beschikbaar is. Toegang toepassing — om netwerktoegang door de toepassing te beperken. Als u geluid, verlichting en een trilsignaal wilt instellen voor het spelletje, selecteert u Menu > Toepassingen > Opties > Toep.
4. Selecteer Term.venster tonen > Ja als u een handmatige gebruikersverificatie voor intranetverbindingen wilt uitvoeren. Maak op een van de volgende manieren verbinding met de dienst: • Selecteer Menu > Web > Home. Als de telefoon in de stand-by modus staat, houdt u 0 ingedrukt. • Als u een bookmark voor de dienst wilt instellen, selecteert u Menu > Web > Bookmarks. • Als u het laatste internetadres (URL) wilt gebruiken, selecteert u Menu > Web > Laatste webadr..
■ Beveiligingsinstellingen Cookies en cache Een cookie bestaat uit gegevens die een site opslaat in het cachegeheugen van de telefoon. Cookies blijven opgeslagen totdat u het cachegeheugen leegmaakt. Selecteer tijdens het browsen Opties > Instellingen > Beveiliging > Cookies. Als de telefoon in de stand-by modus staat, selecteert u Menu > Web > Webinstellingen > Beveiliging > Cookies. Selecteer Toestaan om het ontvangen van cookies toe te staan of Weigeren om cookies te weigeren.
certificaat is verlopen of dat het nog niet geldig is, terwijl het certificaat geldig zou moeten zijn, controleert u dan of de huidige datum en tijd van het apparaat goed zijn ingesteld. Voordat u certificaatinstellingen wijzigt, moet u controleren of de eigenaar van het certificaat kan worden vertrouwd en of het certificaat werkelijk van de opgegeven eigenaar afkomstig is. Er zijn drie soorten certificaten: servercertificaten, autorisatiecertificaten en gebruikerscertificaten.
14. Kaarten U kunt bladeren door kaarten van verschillende steden en landen, adressen en bezienswaardigheden zoeken, routes van een plaats naar een andere plannen, plaatsen als landmarks opslaan en ze naar compatibele apparaten verzenden. Bijna alle digitale cartografie is niet helemaal accuraat en volledig. Vertrouw nooit uitsluitend op de cartografie die u voor dit apparaat hebt gedownload. Wilt u de toepassing Kaarten gebruiken, dan selecteert u Menu > Organiser > Kaarten en het gewenste onderdeel.
■ Kaarten en GPS De toepassing Kaarten kan gebruikmaken van GPS (Global Positioning System) om uw locatie te vinden, of om afstanden en coördinaten te berekenen. Voordat u de GPS-functie op de telefoon gebruikt, moet u de telefoon met behulp van de draadloze Bluetooth-technologie koppelen aan een compatibele externe GPS-ontvanger. In de gebruikershandleiding van het GPS-apparaat vindt u hier meer informatie over.
Om navigatie met stembesturing te gebruiken, moet u toestaan dat de toepassing Kaarten een netwerkverbinding gebruikt. De navigatievergunning is verbonden met uw SIM-kaart. Als u een andere SIMkaart in de telefoon plaatst, wordt u gevraagd een nieuwe vergunning te kopen als u de navigatiefunctie activeert. Tijdens de aankoopprocedure krijgt u het aanbod om de bestaande navigatievergunning zonder extra kosten aan de nieuwe SIMkaart over te dragen. 15.
Tijdens een pc-verbinding wordt bellen met de telefoon afgeraden, omdat dit de werking kan verstoren. De prestaties nemen toe als u de telefoon tijdens datatransmissies met de toetsen naar beneden op een stabiele ondergrond plaatst. Zorg ervoor dat de telefoon tijdens een gegevensoproep niet beweegt en houd de telefoon niet in uw hand. 17. Informatie over de batterij en de lader Het apparaat werkt op een oplaadbare batterij. Dit apparaat is bestemd voor gebruik met een BL-4CT-batterij.
U mag nooit geheugencellen of batterijen ontmantelen, erin snijden of ze openen, platdrukken, verbuigen, beschadigen, doorboren of slopen. Als een batterij lekt, moet u ervoor zorgen dat de vloeistof niet in contact komt met de huid of ogen. Als dat toch gebeurt, moet u uw huid en ogen onmiddellijk met water afspoelen of medische hulp zoeken. Wijzig de batterij niet, verwerk deze niet tot een ander product, en probeer er geen vreemde voorwerpen in te brengen.
Wat als de batterij niet origineel is? Als u niet kunt vaststellen dat uw Nokia-batterij met het hologramlabel een originele Nokiabatterij is, gebruik de batterij dan niet. Breng de batterij naar de dichtstbijzijnde officiële Nokia-dealer of Service Point voor assistentie. Het gebruik van een batterij die niet door de fabrikant is goedgekeurd, kan gevaarlijk zijn en kan leiden tot gebrekkige prestaties en beschadiging van het apparaat of de toebehoren.
• Gebruik laders binnenshuis. • Maak altijd een back-up van alle gegevens die u wilt bewaren, zoals contacten en agendanotities. • Voor optimale prestaties kunt u het apparaat zo nu en dan uitzetten door de stroom uit te schakelen en de batterij te verwijderen. Deze tips gelden voor het apparaat, de batterij, de lader en andere toebehoren. Neem contact op met het dichtstbijzijnde bevoegde servicepunt als een apparaat niet goed werkt.
Bepaalde delen van het apparaat zijn magnetisch. Metalen voorwerpen kunnen worden aangetrokken door het apparaat. Houd creditcards en andere magnetische opslagmedia uit de buurt van het apparaat, omdat de gegevens die op deze media zijn opgeslagen, kunnen worden gewist. ■ Medische apparatuur Het gebruik van radiozendapparatuur, dus ook van draadloze telefoons, kan het functioneren van onvoldoende beschermde medische apparatuur nadelig beïnvloeden.
de fabrikant, of diens vertegenwoordiger, van uw voertuig of van hieraan toegevoegde apparatuur, voor meer informatie. Het apparaat mag alleen door bevoegd personeel worden onderhouden of in een auto worden gemonteerd. Ondeskundige installatie of reparatie kan gevaar opleveren en de garantie die eventueel van toepassing is op het apparaat, doen vervallen. Controleer regelmatig of de draadloze apparatuur in uw auto nog steeds goed bevestigd zit en naar behoren functioneert.
Een alarmnummer kiezen: 1. Schakel het apparaat in als dat nog niet is gebeurd. Controleer of de signaalontvangst voldoende is. Afhankelijk van het apparaat moet u mogelijk ook de volgende stappen uitvoeren: • Plaats een SIM-kaart als deze voor het apparaat vereist is. • Maak bepaalde oproepbeperkingen ongedaan als deze op uw apparaat zijn ingesteld. • Wijzig uw profiel van Offline of Vlucht in een actief profiel. 2.
Index A D aan/uit-toets 15 achtergrond 35 actieve stand-by modus 19 agenda 48 antenne 17 audioberichten 26 datacommunicatie 57 dienst algemeen 40 voor configuratie-instellingen 16 diensten 51 dienstopdrachten 29 downloaden 12 dubbeltikken 18 B batterij 13 beheer van digitale rechten 43 beltoets 17 beltonen 34 berichten audioberichten 26 dienstopdrachten 29 flitsberichten 26 informatieberichten 28 spraakberichten 28 berichtinstellingen algemeen 29 e-mail 31 multimediaberichten 30 tekstberichten 29 beveil
K kaarten 55 klantenservice 13 L laadstatus 19 luidspreker 17, 22 luistergedeelte 17 N Nokia-contactgegevens 13 normale tekstinvoer 24 notities 48, 49 O onderdelen 17 operatorlogo 19, 35 operatormenu 42 oproepen instellingen 38 internationaal 21 opties 22 plaatsen 21 spraakgestuurde nummerkeuze 22 oproepen beëindigen 21 oproepinfo 33 oproepregister. Zie oproepinfo.