Nokia 6500 Classic Gebruikershandleiding 9201331 Uitgave 1 NL
0434 CONFORMITEITSVERKLARING Hierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat dit product RM-265 voldoet aan de essentiële vereisten en overige relevante bepalingen van Richtlijn 1999/5/ EG. Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/. Copyright © 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Nokia, Nokia Connecting People, Navi en Visual Radio zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation.
UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, DAARONDER MEDE BEGREPEN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES BETREFFENDE DE VERKOOPBAARHEID EN DE GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. NOKIA BEHOUDT ZICH TE ALLEN TIJDE HET RECHT VOOR ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING DIT DOCUMENT TE WIJZIGEN OF TE HERROEPEN. De beschikbaarheid van bepaalde producten, toepassingen en diensten voor deze producten kan per regio verschillen. Neem contact op met uw Nokia leverancier voor details en de beschikbaarheid van taalopties.
Inhoudsopgave VEILIGHEID ....................................... 6 Algemene informatie ....................... 6 Nuttige tips ........................................................ 6 Over dit apparaat.............................................. 9 Netwerkdiensten............................................... 9 Toebehoren ...................................................... 10 Toegangscodes................................................ 10 Software-updates..........................................
11.Organiser ................................... 42 Wekker.............................................................. Agenda.............................................................. Takenlijst .......................................................... Notities ............................................................. Rekenmachine ................................................ Timer.................................................................. Stopwatch......................................
VEILIGHEID Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer informatie. SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG IS Schakel het apparaat niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren. VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG Houdt u aan de lokale wetgeving. Houd tijdens het rijden uw handen vrij om het voertuig te besturen.
• Update de telefoon met de Nokia Software Updater, als deze beschikbaar is. Bezoek www.nokia.com/softwareupdate of uw plaatselijke Nokia website. Toegangscodes V: Wat is mijn wachtwoord voor de beveiligings-, PIN- of PUK-code? A: De standaard beveiligingscode is 12345. Als u de beveiligingscode vergeten bent, neemt u contact op met uw telefoonhandelaar. Als u een PIN- of PUK-code vergeten bent, of niet hebt ontvangen, neemt u contact op met uw serviceprovider.
V: Hoe pas ik mijn menu aan? A: Als u het menu anders wilt indelen, selecteert u Menu > Opties > Indelen. Ga naar het menu dat u wilt verplaatsen en selecteer Verplaats. Ga naar de positie waar u het menu naartoe wilt verplaatsen en selecteer OK. Selecteer OK > Ja om de wijziging op te slaan. Berichten V: Waarom kan ik geen multimediabericht (MMS) sturen? A: Informeer bij uw serviceprovider naar de beschikbaarheid en abonnementsmogelijkheden van de netwerkdienst voor multimediaberichten.
■ Over dit apparaat Het draadloze apparaat zoals beschreven in deze handleiding, is goedgekeurd voor gebruik op het WCDMA 850- en 2100-netwerk en op het GSM 850-, 900-, 1800en 1900-netwerk. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie over netwerken. Houd u bij het gebruik van de functies van dit apparaat aan alle regelgeving en eerbiedig lokale gebruiken, privacy en legitieme rechten van anderen, waaronder auteursrechten.
Dit apparaat ondersteunt WAP 2.0-protocollen (HTTP en SSL) die werken met TCP/ IP-protocollen. Voor de technologie van sommige functies van deze telefoon, zoals MMS (Multimedia Messaging), browsen, e-mailen, chatten, snel beschikbare contacten, synchroniseren op afstand en het downloaden van content via een browser of MMS, is netwerkondersteuning nodig. ■ Toebehoren Een aantal praktische regels voor accessoires en toebehoren • Houd alle accessoires en toebehoren buiten het bereik van kleine kinderen.
Ook kunt u selecteren: Menu > Instellingen > Telefoon > Aut. toets.blokk. of Toetsenblokkering > Aan of Uit. Als de Toetsenblokkering is ingesteld op Aan, voert u desgevraagd de beveiligingscode in. De standaard code is 12345. • Met de beveiligingscode die bij de telefoon wordt geleverd, kunt u uw telefoon beschermen tegen ongeoorloofd gebruik. De standaard code is 12345. • Met de PIN-code die bij de SIM-kaart wordt geleverd, kunt u de kaart beschermen tegen ongeoorloofd gebruik.
■ Content downloaden U kunt mogelijk nieuwe content (bijvoorbeeld thema's) naar de telefoon downloaden (netwerkdienst). Informeer bij de serviceprovider naar de beschikbaarheid en tarieven van de verschillende diensten. Belangrijk: Maak alleen gebruik van diensten die u vertrouwt en die een adequate beveiliging en bescherming tegen schadelijke software bieden. ■ Nokia-ondersteuning Kijk op www.nokia.
■ De batterij opladen Het opladen van een batterij van het type BL-6P met de AC-6-lader duurt ongeveer 2 uur en 20 minuten wanneer de telefoon zich in de standby-modus bevindt. 1. Sluit de lader aan op een gewone wandcontactdoos. 2. Open de cover boven op de telefoon (1) en steek het snoer van de oplader in de ingang (2). Als de batterij volledig is ontladen, kan het enkele minuten duren voordat de batterij-indicator op het scherm wordt weergegeven en u weer met het apparaat kunt bellen.
Houd de aan/uittoets ingedrukt zoals aangegeven. Als een PIN- of UPIN-code wordt gevraagd, geef dan de code (bijvoorbeeld weergegeven als ****) op en selecteer OK. Wanneer u de telefoon voor de eerste keer inschakelt en de telefoon in de standby-modus staat, wordt u gevraagd de configuratie-instellingen op te halen bij uw serviceprovider (netwerkdienst). Bevestig of weiger de aanvraag. Zie Verb. mt onderst., p. 37 en “Dienst voor configuratieinstellingen”, p. 14.
■ Antenne Het apparaat kan interne en externe antennes hebben. Zoals voor alle radiozendapparatuur geldt dat u onnodig contact met het gebied rond de antenne moet vermijden als de antenne aan het zenden of ontvangen is. Contact met de antenne kan de kwaliteit van de communicatie nadelig beïnvloeden en ervoor zorgen dat het apparaat meer stroom verbruikt dan anders noodzakelijk is. Bovendien neemt mogelijk de levensduur van de batterij af. ■ Toetsen en onderdelen 1. Luistergedeelte 2.
10.USB-aansluiting 11.Luidspreker 12.Cameralens 13.Cameraflits ■ Telefoongeheugen Uw telefoon heeft 1 GB (gigabyte) intern geheugen. ■ Standby-modus Wanneer de telefoon gereed is voor gebruik en geen tekens zijn ingevoerd, bevindt de telefoon zich in de standby-modus. 1. 3 G indicator 2. Signaalsterkte van het mobiele netwerk 3. Laadstatus van de batterij 4. Indicatoren Zie “Indicatoren”, op pagina 17. 5. Naam van het netwerk of hetoperatorlogo 6. Klok 7. Scherm 8.
Indicatoren Er zijn ongelezen berichten. De telefoon heeft een gemiste oproep geregistreerd. Zie “Logboek”, op pagina 29. De toetsen zijn geblokkeerd. Zie “Toegangscodes”, op pagina 10. De telefoon gaat alleen over voor een inkomend gesprek wanneer Oproepsignaal is ingesteld op Stil en Berichtensignaaltoon op Uit. Zie “Tonen”, op pagina 30. De wekker is ingesteld op Aan. Zie “Wekker”, op pagina 42.
Waarschuwing: In het profiel Offline kunt u geen oproepen doen of ontvangen, ook geen alarmoproepen. Ook overige functies waarvoor netwerkdekking vereist is, kunnen niet worden gebruikt. Als u wilt bellen, moet u de telefoonfunctie eerst activeren door een ander profiel te kiezen. Als het apparaat vergrendeld is, moet u de beveiligingscode invoeren.
■ Snelkeuze U kunt een telefoonnummer toewijzen aan één van de snelkeuzetoetsen: toets 3 t/m 9. 1. Selecteer Menu > Contacten > Snelkeuze. 2. Blader naar het gewenste snelkeuzenummer. 3. Selecteer Wijs toe als er nog geen nummer aan de toets is toegewezen of Opties > Wijzigen als dit wel het geval is. 4. Selecteer Zoeken en vervolgens het contact dat u wilt toewijzen. Als de functie Snelkeuze is uitgeschakeld, wordt gevraagd of u deze functie wilt activeren.
Opties die uw serviceprovider mogelijk biedt zijn conferentiegesprekken en wachtstand. Wachtfunctie Selecteer Menu > Instellingen > Oproepen > Wachtfunctieopties > Activeer als wilt dat het netwerk u op de hoogte stelt van een inkomend gesprek terwijl u in gesprek bent (netwerkdienst). Druk tijdens een gesprek op de beltoets om de oproep in de wachtstand te beantwoorden. Het eerste gesprek wordt in de wachtstand geplaatst. U beëindigt het actieve gesprek door op de toets Einde te drukken. 3.
letter een woordbetekenis heeft. De ingevoerde letters worden onderstreept weergegeven. 2. Wanneer u het gewenste woord hebt ingevoerd, bevestigt u de invoer met het toevoegen van een spatie en door op 0 te drukken. Als het woord niet correct is, druk dan herhaaldelijk op * en selecteer het woord uit de lijst. Als er een vraagteken (?) achter het woord wordt weergegeven, bevindt het woord dat u wilt invoeren zich niet in het woordenboek.
4. U kunt het bericht bekijken voordat u het verzendt door de optie Opties > Bekijken te selecteren. 5. Selecteer Verzenden. Alleen compatibele apparaten die deze functie ondersteunen, kunnen multimediaberichten ontvangen en weergeven. De manier waarop een bericht wordt weergegeven, kan verschillen, afhankelijk van het ontvangende apparaat.
■ Flitsberichten Selecteer Menu > Berichten > Bericht maken > Flitsbericht. Voer het telefoonnummer van de ontvanger in en voer dan het bericht in. Flitsberichten zijn berichten die direct na ontvangst worden weergegeven. Flitsberichten worden niet automatisch opgeslagen. ■ E-mailtoepassing U kunt de e-mailinstellingen activeren door Menu > Berichten > Berichtinstllngn > E-mailberichten te selecteren. Om de e-mailfunctie van de telefoon te kunnen gebruiken, hebt u een compatibel e-mailsysteem nodig.
Als u een e-mail wilt verzenden uit een conceptmap, selecteert u Menu > Berichten > Concepten en het gewenste bericht. E-mail downloaden 1. Als u e-mailberichten wilt downloaden die naar uw e-mailaccount zijn gezonden, selecteert u Menu > Berichten. Als u meer dan één e-mailaccount hebt ingesteld, selecteert u de account die u voor het downloaden van het e-mailbericht wilt gebruiken. De e-mailtoepassing downloadt eerst de berichtkoppen. 2.
Als dit door het netwerk wordt ondersteund, geeft het pictogram aan dat nieuwe voicemailberichten zijn ontvangen. Selecteer Luister om uw berichten te beluisteren. ■ Berichtinstellingen Algemene instellingen Algemene instellingen gelden voor tekst- en multimediaberichten. Selecteer Menu > Berichten > Bericht-instllngn > Algem. instellingen en daarna één van de volgende opties: Ver. berichten opsl. > Ja — als u wilt instellen dat verzonden berichten moeten worden opgeslagen in de map Verzonden items.
Berichten verz. als — om de indeling van de te verzenden berichten in te stellen: Tekst, Semafoonoproep of Fax (netwerkdienst). Packet-gegev. gebr. > Ja — om GPRS in te stellen als de gewenste SMS-drager. Tekenondersteuning > Volledig — om in te stellen dat alle tekens in de verstuurde berichten zichtbaar zijn. Als u Beperkt selecteert, worden tekens met accenten en andere markeringen mogelijk geconverteerd naar andere tekens. Antw. via zlfde centr.
Advertenties toest. — om advertenties te ontvangen of te weigeren. Deze instelling wordt niet weergegeven als de optie Ontv. m.media toest. is ingesteld op Nee of Ink. m.mediaberichtn is ingesteld op Weigeren. Configuratie-inst. > Configuratie — Alleen de configuraties die multimediaberichten ondersteunen, worden weergegeven. Selecteer een serviceprovider, Standaard of Pers. configuratie voor multimediaberichten. Selecteer Account en een MMS-account die is opgenomen in de actieve configuratie-instellingen.
In het SIM-kaartgeheugen kunnen namen worden opgeslagen met één bijbehorend telefoonnummer. De contacten die in het SIM-kaartgeheugen zijn opgeslagen, worden aangegeven door . ■ Namen en telefoonnummers opslaan Selecteer Menu > Contacten > Namen > Opties > Nieuw contact. Namen en nummers worden opgeslagen in het actieve geheugen. ■ Contactgegevens bewerken Selecteer Menu > Contacten > Instellingen en zorg dat Actief geheugen is: Telefoon of Telefoon en SIM.
■ Groepen Selecteer Menu > Contacten > Groepen om de namen en nummers in te delen in bellergroepen met verschillende beltonen en afbeeldingen. ■ Visitekaartjes U kunt contactgegevens als visitekaartje verzenden naar en ontvangen van een compatibel apparaat dat de vCard-standaard ondersteunt. Als u een visitekaartje wilt verzenden, gaat u naar het contact waarvan u de gegevens wilt verzenden, en selecteert u Gegevens > Opties > Visitek. verzenden.
7. Instellingen ■ Profielen Selecteer Menu > Instellingen > Profielen, het gewenste profiel en vervolgens één van de volgende opties: Activeer — om het geselecteerde profiel te activeren. Aanpassen — om het profiel aan te passen met beltoon, volume, trilstand, of berichtensignaaltoon. Tijdelijk — om het profiel in te stellen om een bepaalde tijd (maximaal 24 uur) actief te zijn. Hierna wordt het vorige profiel actief.
Letterkleur bij stdby — om de kleur te selecteren voor de tekst op het scherm wanneer de standby-modus actief is. Nav.toetspictogr. — om de symbolen af te beelden van de huidige bladertoetssnelkoppelingen in de standby-modus wanneer de modus actief standby is uitgeschakeld. Meldingsdetails — om gegevens zoals contactinformatie, in meldingen voor gemiste oproepen en ontvangen berichten weer te geven of verbergen.
Rechterselectietoets Selecteer Menu > Instellingen > Snelkoppelingen > Rechter selectietoets. Selecteer een functie uit de lijst. Navigatietoets Selecteer Menu > Instellingen > Snelkoppelingen > Navigatietoets om andere telefoonfuncties uit een voorgedefinieerde lijst toe te kennen aan de bladertoets. Actief standby-toets Selecteer Menu > Instellingen > Snelkoppelingen > Act. standby-toets om een functie uit de lijst te selecteren. ■ Sync. en back-up Selecteer Menu > Instellingen > Sync.
verbinding storing kan ondervinden van obstakels zoals muren of andere elektronische apparatuur. Als functies gebruik maken van Bluetooth-technologie, vergt dit extra batterijcapaciteit en neemt de levensduur van de batterij af. Een Bluetooth-verbinding instellen Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Bluetooth > Aan. Selecteer Naam telefoon om de naam van uw telefoon die zichtbaar is voor andere Bluetooth -apparaten in te stellen of te wijzigen. geeft aan dat Bluetooth actief is.
Hoe u de instellingen voor verbindingen definieert vanaf uw pc: 1. Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Packet-gegevens > Packetgeg.instllngn > Actief toegangspunt en activeer het toegangspunt dat u wilt gebruiken. 2. Selecteer Act. toeg.pnt bew., geef een naam op om de instellingen van het toegangspunt te wijzigen en selecteer OK. 3. Selecteer Packet-ggvnstoegpnt, voer de naam van het toegangspunt (APN) in om een verbinding met een netwerk tot stand te brengen en selecteer OK. 4.
Afdrukken/media — om de telefoon te gebruiken met een printer die compatibel is met PictBridge of om de telefoon aan te sluiten op een PC om de telefoon te synchroniseren met Windows Media Player (muziek, video). Gegevensopslag — om verbinding met een PC te maken die geen Nokia-software heeft, en om de telefoon als gegevensopslag te gebruiken. Als u de USB-modus wilt wijzigen, selecteert u Menu > Instellingen > Connectiviteit > USB-gegevenskabel > PC Suite, Afdrukken/media of Gegevensopslag.
■ Telefoon Selecteer Menu > Instellingen > Telefoon en daarna één van de volgende opties: Taalinstellingen — selecteer Taal displayom de weergavetaal voor de telefoon in te stellen. Met Automatisch wordt automatisch de taal geselecteerd op basis van de informatie op de SIM-kaart. Als u de taal van de USIM-kaart wilt gebruiken, selecteert u SIM-taal. Als u de taal voor de spraakgestuurde nummerkeuze wilt instellen, selecteert u Taal sprkherkenning.
Std.configuratie-inst. — om de serviceproviders weer te geven die in de telefoon zijn opgeslagen. Als u de configuratie-instellingen van de serviceprovider wilt instellen als standaardinstellingen, selecteert u Opties > Als standaard. Std. actv. in alle toep. — om de standaardconfiguratie-instellingen voor ondersteunde toepassingen te activeren. Voorkeurstoeg.punt — om de opgeslagen toegangspunten weer te geven.
9. Galerij In dit menu kunt u afbeeldingen, videoclips, muziekbestanden, thema's, foto's, tonen, opnamen en ontvangen bestanden beheren. Deze bestanden worden opgeslagen in het telefoongeheugen en kunnen worden ingedeeld in mappen. Selecteer Menu > Galerij om een lijst met mappen te bekijken. Als u de beschikbare opties van een map wilt bekijken, selecteert u een map en selecteert uOpties. Als u een lijst met bestanden in een map wilt bekijken, selecteert u een map en selecteert uOpenen.
Auteursrechtbeschermingsmaatregelen kunnen verhinderen dat bepaalde afbeeldingen, muziek (inclusief beltonen) en andere inhoud worden gekopieerd, gewijzigd, overgedragen of doorgestuurd. Deze telefoon ondersteunt OMA DRM 2.0. Content-eigenaren kunnen gebruik maken van verschillende soorten technologieën voor het beheer van digitale rechten (DRM) om hun intellectuele eigendom (waaronder auteursrechten) te beschermen.
10. Media Met de ingebouwde camera met 2 megapixels en autofocus kunt u foto's maken of live videoclips opnemen. ■ Camera De camera maakt foto’s in .jpg-indeling en heeft een digitale zoomfactor 8. Een foto maken Selecteer Menu > Media > Camera > Vastlggn. Als u nog een foto wilt maken, selecteert u Terug; als u de foto wilt verzenden als multimediabericht, selecteert Opties > Verzndn. De foto wordt opgeslagen in Galerij > Afbeeldingen. Houd een veilige afstand aan wanneer u de flitser gebruikt.
Als u een lijst wilt openen van alle video’s op uw telefoon, selecteert u Video's > Openen, of de bladert u naar rechts. Uw telefoon is voorzien van een muziekspeler waarmee u muziek, opnamen of andere MP3, AAC, eAAC+, of Windows Media Player muziekbestanden kunt beluisteren die u naar de telefoon hebt overgebracht met behulp van de toepassing Nokia Audio Manager, dat deel uitmaakt van Nokia PC Suite.
Selecteer Opties > Ltste opn. afspln om de laatste opname te beluisteren. Selecteer Opties > Ltste opn. verzndn om de laatste opname te verzenden. Om een lijst met opnamen in Galerij te bekijken, selecteert u Opties > Opnamelijst > Opnamen. U kunt stukjes spraak of andere geluiden opnemen en opslaan in de Galerij. Dit kan handig zijn als u een naam en telefoonnummer wilt opnemen om ze later te noteren. De opnamefunctie kan niet worden gebruikt wanneer er een dataoproep of een GPRSverbinding actief is.
Het alarm stoppen De wekker gaat af zelfs als de telefoon is uitgeschakeld. Als u de wekker wilt stoppen, selecteert u Stoppen. Als u de wektoon een minuut lang laat klinken of Snooze selecteert, wordt de wektoon onderbroken voor de tijd die u hebt ingesteld in Time-out snooze, en vervolgens weer hervat. ■ Agenda Selecteer Menu > Organiser > Agenda. De huidige dag is gemarkeerd met een kader.
■ Takenlijst Selecteer Menu > Organiser > Takenlijst. Als er nog geen notities zijn toegevoegd en u wilt een notitie maken, selecteert u Toevgn. Als er al notities bestaan, selecteert u Opties > Toevoegen. Vul de velden in en selecteer Opslaan. Als u een notitie wilt bekijken, gaat u naar de gewenste notitie en selecteert u Bekijk. Wanneer u een notitie bekijkt, kunt u ook een optie selecteren om de kenmerken van de notitie te wijzigen.
2. Selecteer Menu > Organiser > Timer > Intervaltimer. 3. U start de timer door Timer starten > Starten te selecteren. ■ Stopwatch Selecteer Menu > Organiser > Stopwatch en daarna één van de volgende opties: Tussentijden — om tussentijden op te nemen. Selecteer Starten om de tijdsopname te starten. Selecteer Interval elke keer dat u de tussentijd wilt opnemen. Selecteer Stoppen om de tijdsopname te beëindigen. Selecteer Opslaan als u de opgenomen tijd wilt opslaan.
13. Web Met de browser van de telefoon hebt u toegang tot verschillende mobiele-internetdiensten. Belangrijk: Maak alleen gebruik van diensten die u vertrouwt en die een adequate beveiliging en bescherming tegen schadelijke software bieden. Informeer bij uw serviceprovider naar de beschikbaarheid, tarieven en instructies met betrekking tot de verschillende diensten.
• Als u een adres van de dienst wilt invoeren, selecteert u Menu > Web > Ga naar adres. Voer het adres van de dienst in en selecteer OK. ■ Bladeren door pagina's Nadat u verbinding met de dienst hebt gemaakt, kunt u door de pagina's van de dienst bladeren. De werking van de telefoontoetsen kan per dienst verschillen. Volg de instructies op het scherm van de telefoon. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider.
■ Beveiligingsinstellingen Certificaten Selecteer Menu > Instellingen > Beveiliging > Autoris.certificaten of Gebr.certificaten om de lijst met autorisatiecertificaten of gebruikerscertificaten te bekijken die naar de telefoon is gedownload. Als de datatransmissie tussen de telefoon en de server gecodeerd is, wordt tijdens een verbinding het beveiligingspictogram weergegeven.
cache tijdens het browsen wilt legen, selecteert u Opties > Overige opties > Cache wissen. Als de telefoon in de standby-modus staat, selecteert u Menu > Web > Cache wissen. Scripts via een veilige verbinding U kunt aangeven of u scripts op een beveiligde pagina wilt laten uitvoeren. De telefoon ondersteunt WML-scripts. Als u scripts wilt toestaan, selecteert u tijdens het browsen Opties > Overige opties > Beveiliging > Inst. WMLScript.
14. SIM-diensten Mogelijk biedt uw SIM-kaart nog extra diensten. U kunt dit menu alleen openen als het wordt ondersteund door uw SIM-kaart. De naam en inhoud van het menu zijn afhankelijk van de beschikbare diensten. U moet wellicht een tekstbericht verzenden of een telefoonoproep plaatsen (waaraan kosten verbonden kunnen zijn) om deze diensten te activeren. 15.
batterijen die door Nokia zijn goedgekeurd en laad de batterij alleen opnieuw op met laders die door Nokia zijn goedgekeurd en voor dit apparaat zijn bestemd. Het gebruik van een niet-goedgekeurde batterij of lader brengt het risico met zich mee van brand, explosie, lekkage of ander gevaar.
Gebruik de batterij alleen voor het doel waarvoor deze is bestemd. Gebruik nooit een beschadigde lader of batterij. Houd de batterij buiten het bereik van kleine kinderen. ■ Controleren van de echtheid van Nokia-batterijen Gebruik altijd originele Nokia-batterijen voor uw veiligheid.
Behandeling en onderhoud Dit apparaat is een product van toonaangevend ontwerp en vakmanschap en moet met zorg worden behandeld. De volgende tips kunnen u helpen om de garantie te behouden. • Houd het apparaat droog. Neerslag, vochtigheid en allerlei soorten vloeistoffen of vocht kunnen mineralen bevatten die corrosie van elektronische schakelingen veroorzaken. Wordt het apparaat toch nat, verwijder dan de batterij en laat het apparaat volledig opdrogen voordat u de batterij terugplaatst.
Verwijdering Het symbool van de doorgestreepte container op uw product, in de documentatie of op de verpakking wil zeggen dat alle elektrische en elektronische producten, batterijen en accu’s na gebruik voor gescheiden afvalverzameling moeten worden aangeboden. Deze regel geldt voor alle landen binnen de Europese Unie en voor andere locaties waar gescheiden afvalverzamelingssystemen beschikbaar zijn. Bied deze producten niet aan bij het gewone huisvuil.
ter plaatse aangegeven instructies. Ziekenhuizen en andere instellingen voor gezondheidszorg kunnen gebruik maken van apparatuur die gevoelig is voor externe RFenergie. Geïmplanteerde medische apparatuur Ter voorkoming van storingen van het apparaat raden fabrikanten van medische apparaten aan minimaal 15,3 centimeter afstand te bewaren tussen een draadloos apparaat en een geïmplanteerd medisch apparaat, zoals een pacemaker of geïmplanteerde defibrillator.
■ Explosiegevaarlijke omgevingen Schakel het apparaat uit als u op een plaats met explosiegevaar bent en volg alle aanwijzingen en instructies op. Dergelijke plaatsen zijn bijvoorbeeld plaatsen waar u gewoonlijk wordt geadviseerd de motor van uw auto uit te zetten. Vonken kunnen op dergelijke plaatsen een explosie of brand veroorzaken, waardoor er gewonden of zelfs doden kunnen vallen. Schakel het apparaat uit bij tankstations en in de nabijheid van gas- of benzinepompen.
■ Informatie over certificatie (SAR) Dit mobiele apparaat voldoet aan richtlijnen voor blootstelling aan radiogolven. Dit mobiele apparaat is een radiozender en -ontvanger. Het is zo ontworpen dat de grenzen voor blootstelling aan radiogolven die worden aanbevolen door internationale richtlijnen, niet worden overschreden.
Index A aan/uit-toets 14, 15 achtergrond 30 activeringssleutels 38 agenda 43 antenne 15 audioberichten 22 B beheer van digitale rechten 38 beltonen 30 berichten audioberichten 22 dienstopdrachten 37 flitsberichten 23 informatieberichten 37 spraakberichten 24 berichten van de internetdienst 47 berichtinstellingen algemeen 25 e-mail 27 multimediaberichten 26 tekstberichten 25 beschermde bestanden 38 beschermde bestanden downloaden 38 Bluetooth 32 bookmarks 47 browser beveiliging 48 bookmarks 47 weergave-inst
USB-gegevenskabel 34 internet 46 K R recorder 41 rekenmachine 44 klantenservice 12 S L Nokia-contactgegevens 12 normale tekstinvoer 20 notities 43, 44 selectietoetsen 15 signaalsterkte 16 SIM-diensten 50 snelkeuze 19 snelkoppelingen 31 software-updates 11 spelletjes 45 spraakberichten 24 spraakgestuurde nummerkeuze 19 standby-modus 31 stopwatch 45 O T operatorlogo 16, 31 operatormenu 37 oproep logboek 29 register. Zie oproepinfo.