Operation Manual

©2001 Nokia Corporation. All rights reserved.
Menufuncties
90
De volgende opties zijn afhankelijk van de gegevensdrager:
Als GSM-gegevens de geselecteerde gegevensdrager is:
Inbelnummer - toets het telefoonnummer in en druk op OK.
IP-adres - toets het adres in, druk op voor een punt en druk op OK. U kunt het IP-adres
verkrijgen bij de netwerkexploitant of serviceprovider.
Verificatietype - selecteer Beveiligd of Normaal.
Type data-oproep - selecteer Analoog of ISDN.
Snelheid data-oproep - selecteer de gewenste snelheid of selecteer Automatisch. De optie
Automatisch is uitsluitend beschikbaar als het huidige type dataoproep Analoog is. De
daadwerkelijke snelheid van de dataoproep is afhankelijk van de serviceprovider.
Login-type - selecteer Handmatig of Automatisch. Als u Automatisch selecteert, worden voor
het login-type de gebruikersnaam en het wachtwoord uit de volgende instellingen gebruikt. Als
u Handmatig selecteert, moeten de login-gegevens worden opgegeven bij het tot stand brengen
van een verbinding.
Gebruikersnaam - toets de gebruikersnaam in en druk op OK.
Wachtwoord - toets het wachtwoord in en druk op OK.
Als GPRS de geselecteerde gegevensdrager is:
GPRSverbinding - selecteer Altijd online of Wanneer nodig.
Als u Altijd online selecteert, wordt de GPRS-verbinding automatisch tot stand gebracht
wanneer u de telefoon inschakelt. Het pictogram wordt in het display weergegeven in de
standby-modus. De GPRS-verbinding wordt niet verbroken wanneer u een WAP-verbinding
beëindigt.