Operation Manual
©2001 Nokia Corporation. All rights reserved.
Menufuncties
68
De naam van een toegangspunt is nodig om een verbinding met een GPRS-netwerk tot stand te
brengen. U kunt de naam van het toegangspunt verkrijgen bij de netwerkexploitant of
serviceprovider.
U kunt de GPRS-inbelinstellingen (naam van toegangspunt) ook configureren op de pc met behulp van
de software Nokia Modem Options. Zie Modeminstallatie op pagina 104. Als u de instellingen op zowel
de pc als de telefoon hebt geconfigureerd, worden de instellingen van de pc gebruikt.
Beveiligingsinstellingen
Opmerking: Wanneer beveiligingsfuncties zijn ingeschakeld die oproepen beperken (zoals Oproepen
blokkeren, Besloten gebruikersgroepen en Vaste nummers), kunnen in sommige netwerken nog wel
bepaalde alarmnummers gekozen worden (bijvoorbeeld 112 of een ander officieel alarmnummer).
Druk op Menu en selecteer achtereenvolgens Instellingen en Beveiligingsinstellingen. Selecteer
• PIN-code vragen als u de telefoon wilt instellen om naar de PIN-code te vragen wanneer de
telefoon wordt ingeschakeld. Sommige SIM-kaarten ondersteunen het uitschakelen van de PIN-
code niet.
• Oproepen blokkeren (netwerkdienst) als u inkomende en uitgaande oproepen wilt beperken.
Hiervoor hebt u het blokkeerwachtwoord nodig.
• Vaste nummers als u uitgaande oproepen wilt beperken tot geselecteerde telefoonnummers als dit
door uw SIM-kaart wordt ondersteund. Hiervoor hebt u de PIN2-code nodig.
• Closed user group: dit is een netwerkdienst waarmee een groep mensen wordt opgegeven die u kunt
bellen en die u kunnen bellen. Neem contact op met uw netwerkexploitant voor meer informatie.
• Beveiligingsniveau: selecteer Telefoon als de beveiligingscode gevraagd moet worden zodra een
nieuwe SIM-kaart in de telefoon wordt geplaatst.










