Operation Manual

Instellingen
101
Als u een nieuw toegangspunt wilt maken of een bestaand
toegangspunt wilt bewerken, selecteert u Opties > Nieuw toegangspunt
of Bewerken. Als u een nieuw toegangspunt wilt maken met de
instellingen van een bestaand toegangspunt, gaat u naar een
toegangspunt en selecteert u Opties > Toegangspt dupliceren.
Afhankelijk van het verbindingstype dat in Drager gegevens is
geselecteerd, zijn slechts bepaalde instellingen beschikbaar. Vul alle
velden in die zijn gemarkeerd met Te definiëren of met een sterretje.
Neem contact op met uw serviceprovider voor de volgende instellingen:
Drager gegevens, Naam toegangspunt (alleen voor packet-gegevens),
Inbelnummer (alleen voor gegevensoproep), Gebruikersnaam,
Wachtwoord, Verificatie, Homepage, Data-oproep (alleen voor
gegevensoproep) en Max. snelheid gegev. (alleen voor gegevensoproep).
Naam verbinding – Voer een beschrijvende naam voor de verbinding in.
Vraag om wachtw. – Als u telkens bij aanmelding op de server een nieuw
wachtwoord moet invoeren of als u het wachtwoord niet op de telefoon
wilt opslaan, selecteert u Ja.
Selecteer Opties > Geavanc. instell. als u de IP-versie (Internet Proto-
col), het IP-adres van de telefoon, DNS-servers (Domain Name System),
proxyserver en geavanceerde instellingen voor gegevensoproepen, zoals
terugbellen, PPP-compressie, aanmeldingsscript en een tekenreeks voor
modeminitialisatie moet definiëren. Neem contact op met uw service-
provider voor de juiste instellingen.
Packet-gegevens
De packet-gegevensinstellingen gelden voor alle toegangspunten
waarvoor een packet-gegevensverbinding wordt gebruikt.
Packet-ggvnsverb. – Als u Autom. bij signaal selecteer en het netwerk
packet-gegevens ondersteunt, wordt de telefoon automatisch bij het
GPRS-netwerk aangemeld en worden SMS-berichten verstuurd via een
packet-gegevensverbinding. Als u Wanneer nodig, selecteert, wordt
packet-gegevensverbinding alleen gebruikt als u een toepassing of
functie start die deze nodig heeft. De packet-gegevensverbinding kan
worden verbroken wanneer deze niet meer door een toepassing wordt
gebruikt.