Operation Manual

110Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
Beveiligingsniveau > Telefoon — als de beveiligingscode moet worden gevraagd
wanneer er een nieuwe SIM-kaart in de telefoon wordt geplaatst. Als u Geheugen
selecteert, wordt de beveiligingscode gevraagd wanneer het SIM-kaartgeheugen
is geselecteerd en u het gebruikte geheugen wilt wijzigen.
Toegangscodes — als u de beveiligingscode, de PIN-code, de UPIN-code, de PIN2-
code of het blokkeerwachtwoord wilt wijzigen.
Code gebruiken — om in te stellen of de PIN-code of de UPIN-code actief moet
zijn.
Autorisatiecertificaten of Gebruikerscertificaten — om de lijst met
autorisatiecertificaten of gebruikerscertificaten te bekijken die naar de telefoon is
gedownload. Zie Certificaten op pagina 154.
Inst. beveiligingsmodule — als u de Geg. beveiligingsmodule wilt bekijken,
activeert u Verzoek PIN voor module of wijzigt u de module-PIN en de
ondertekenings-PIN. Zie ook Toegangscodes op pagina 19.
Fabrieksinstellingen herstellen
Als u bepaalde menu-instellingen op de oorspronkelijke waarden wilt terugzetten,
selecteert u Menu > Instellingen > Fabrieksinst. terugz.. Voer de beveiligingscode
in. De gegevens die u hebt ingevoerd of gedownload, zoals namen en
telefoonnummers die zijn opgeslagen in Contacten, worden niet verwijderd.