Operation Manual

68Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
Gekoppelde apparaten — zoeken naar Bluetooth-apparaten die binnen bereik zijn. Selecteer Nieuw om alle
Bluetooth-apparaten weer te geven die binnen bereik zijn. Blader naar een apparaat en selecteer Koppel. Voer
het Bluetooth-wachtwoord van het apparaat in om het apparaat aan de telefoon te koppelen. U hoeft dit
wachtwoord alleen op te geven wanneer u het apparaat voor het eerst koppelt. De telefoon maakt verbinding
met het apparaat en u kunt met de overdracht van gegevens beginnen.
Draadloze Bluetooth-verbinding
Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Bluetooth. Selecteer Actieve apparaten om te controleren
welke Bluetooth-verbinding actief is. Selecteer Gekoppelde apparaten om een lijst weer te geven met
Bluetooth-apparaten die op de telefoon zijn afgestemd.
Als u Opties selecteert, kunt u kiezen uit de volgende opties, afhankelijk van de status van het apparaat en de
Bluetooth-verbinding. Selecteer Verbind > Korte naam toewijzen of Autom. verb. zonder bev..
Bluetooth-instellingen
Als u wilt instellen hoe uw telefoon kenbaar wordt gemaakt aan andere Bluetooth-apparaten, selecteert u
Menu > Instellingen > Connectiviteit > Bluetooth > Instellingen Bluetooth > Waarnmb. mijn telefoon of
Naam van mijn telefoon.
Als u de telefoon tegen schadelijke software wilt beschermen, kunt u de telefoon het beste in de modus 'verborgen' bedienen.
Sta geen verbindingen toe met Bluetooth-apparaten van bronnen die u niet vertrouwt.
U kunt ook de Bluetooth-functionaliteit uitschakelen. Dit is niet van invloed op de andere functies van de telefoon.
Infrarood
Via de infraroodpoort van de telefoon kunt u gegevens verzenden naar of ontvangen van een compatibele
telefoon of compatibel gegevensapparaat (zoals een computer). Voor gebruik van een infraroodverbinding
moet het apparaat waarmee u verbinding wilt maken IrDA-compatibel zijn.