Operation Manual
36Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
4. Tekst invoeren
U kunt op twee verschillende manieren tekst invoeren, bijvoorbeeld wanneer u berichten wilt verzenden: door
middel van normale tekstinvoer of door middel van tekstinvoer met woordenboek. Bij normale tekstinvoer
drukt u herhaaldelijk op een cijfertoets, van 1 t/m 9, totdat het gewenste teken wordt weergegeven. Bij
tekstinvoer met woordenboek kunt u een letter invoeren met één druk op een toets.
Tijdens het invoeren van tekst wordt linksboven in het scherm met of tekstinvoer met woordenboek
aangegeven, of met normale tekstinvoer. Naast de aanduiding van de modus voor tekstinvoer wordt ,
of weergegeven. Hiermee wordt het gebruik van hoofdletters of kleine letters aangegeven. U kunt
schakelen tussen hoofdletters en kleine letters door op # te drukken. geeft de nummermodus aan. U kunt
overschakelen naar de nummermodus door # ingedrukt te houden en Nummermodus te selecteren.
■ Instellingen
Als u de taal voor het invoeren van tekst wilt instellen, selecteert u Opties > Schrijftaal.
Selecteer tijdens het invoeren van tekst Opties > Voorspellingsinstellingen.
U kunt tekstinvoer met woordenboek of normale tekstinvoer instellen door Voorspelling > Aan of Uit te
selecteren
Tip: U kunt tekstinvoer met woordenboek snel in- en uitschakelen door tijdens het invoeren van tekst
tweemaal op # te drukken of door Opties te selecteren en ingedrukt te houden.
■ Tekstinvoer met woordenboek
Met behulp van tekstinvoer met woordenboek kunt u tekst snel invoeren met de toetsen en een ingebouwd
woordenboek.










