Operation Manual
31Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
3. Algemene functies
■ Bellen
1. Voer het netnummer en telefoonnummer in.
Voor internationale gesprekken drukt u tweemaal op * voor het internationale voorvoegsel (het +-teken
vervangt de internationale toegangscode) en voert u de landcode, het netnummer (laat zo nodig de eerste 0
weg) en het telefoonnummer in.
2. Druk op de beltoets om het nummer te kiezen.
3. Druk op de toets Einde om de oproep te beëindigen of om het kiezen te onderbreken.
Zie Een contact opzoeken op pagina 55 als u wilt zoeken naar een naam of telefoonnummer dat u hebt
opgeslagen in Contacten. Druk op de beltoets om het nummer te kiezen.
Druk in de standby-modus eenmaal op de beltoets om de lijst met laatst gekozen nummers weer te geven.
Blader naar het gewenste nummer of de gewenste naam en druk op de beltoets om het nummer te kiezen.
Snelkeuze
U kunt een telefoonnummer toewijzen aan één van de snelkeuzetoetsen 3 t/m 9. Zie Snelkeuze op pagina 58. U
kunt het nummer op een van de volgende manieren kiezen:
• Druk op de gewenste snelkeuzetoets en vervolgens op de beltoets.
•Als Snelkeuze is Aan, houdt u de gewenste snelkeuzetoets ingedrukt totdat het nummer is gekozen. Zie
Oproepen op pagina 73.










