Operation Manual
Instellingen
56
telefoon te koppelen. U hoeft dit wachtwoord alleen op te geven
wanneer u het apparaat voor het eerst koppelt. De telefoon maakt
verbinding met het apparaat en u kunt met de overdracht van gegevens
beginnen.
Draadloze Bluetooth-verbinding
Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Bluetooth. Selecteer
Actieve apparaten om te controleren welke Bluetooth-verbinding actief
is. Selecteer Gekoppelde apparaten om een lijst weer te geven met
Bluetooth-apparaten die op de telefoon zijn afgestemd.
Als u Opties selecteert, kunt u kiezen uit de beschikbare opties. Welke
opties beschikbaar zijn is afhankelijk van de status van het apparaat en
de Bluetooth-verbinding. Selecteer Verbind > Korte naam toewijzen,
Autom. verb. zonder bev., Koppeling verwijderen of Nieuw apparaat
koppelen.
Bluetooth-instellingen
Als u wilt instellen hoe uw telefoon kenbaar wordt gemaakt aan andere
Bluetooth-apparaten, selecteert u Menu > Instellingen >
Connectiviteit > Bluetooth > Waarnmb. mijn telefoon of Naam van mijn
telefoon.
Als u de telefoon tegen schadelijke software wilt beschermen, kunt u de telefoon
het beste in de modus 'verborgen' bedienen.
Sta geen verbindingen toe met Bluetooth-apparaten van bronnen die u niet
vertrouwt.
U kunt de Bluetooth-functionaliteit ook uitschakelen. Dit is niet van invloed op
de andere functies van de telefoon.
Infrarood
Via de infraroodpoort van de telefoon kunt u gegevens verzenden naar
of ontvangen van een compatibele telefoon of compatibel
gegevensapparaat (zoals een computer). Voor gebruik van een
infraroodverbinding moet het apparaat waarmee u verbinding wilt
maken IrDA-compatibel zijn.










