Gebruikershandleiding voor de Nokia 6136 9252769 Uitgave 2
CONFORMITEITSVERKLARING Hierbij verklaart, NOKIA CORPORATION, dat het toestel RM-199 in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/.
Dit product is gelicentieerd onder de MPEG-4 Visual Patent Portfolio License (i) voor privéen niet-commercieel gebruik in verband met informatie die is geëncodeerd volgens de visuele norm MPEG-4 door een consument in het kader van een privé- en niet-commerciële activiteit en (ii) voor gebruik in verband met MPEG-4-videomateriaal dat door een gelicentieerde videoaanbieder is verstrekt. Voor ieder ander gebruik is of wordt expliciet noch impliciet een licentie verstrekt.
Inhoudsopgave Voor uw veiligheid ................... 6 1. Algemene informatie......... 10 Toegangscodes..................................... Nokia-ondersteuning en -contactgegevens ............................... Toegankelijkheidsoplossingen ......... Auteursrechtbescherming................. Dienst voor configuratie-instellingen .................. Content en toepassingen downloaden .......................................... 10 11 11 12 12 12 2. Aan de slag ........................
Weergave ............................................... Tijd en datum........................................ Mijn snelkoppelingen ......................... Connectiviteit ....................................... Bellen ...................................................... Telefoon.................................................. Toebehoren............................................ Configuratie .......................................... Beveiliging.............................................
Voor uw veiligheid Voor uw veiligheid Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer informatie. SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG IS Schakel het apparaat niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren. VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG Houd u aan de lokale wetgeving.
Voor uw veiligheid TOEBEHOREN EN BATTERIJEN Gebruik alleen goedgekeurde toebehoren en batterijen. Sluit geen incompatibele producten aan. WATERBESTENDIGHEID De telefoon is niet waterbestendig. Houd het apparaat droog. BACK-UPS Maak een back-up of een gedrukte kopie van alle belangrijke gegevens. AANSLUITEN OP ANDERE APPARATEN Wanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, dient u eerst de handleiding van het desbetreffende apparaat te raadplegen voor uitgebreide veiligheidsinstructies.
Voor uw veiligheid ■ Netwerkdiensten Om de telefoon te kunnen gebruiken, moet u zijn aangemeld bij een aanbieder van draadloze diensten. Veel van de functies van dit apparaat zijn afhankelijk van de functies die beschikbaar zijn in het draadloze netwerk. Deze netwerkdiensten zijn mogelijk niet in alle netwerken beschikbaar. Het kan ook zijn dat u specifieke regelingen moet treffen met uw serviceprovider voordat u de netwerkdiensten kunt gebruiken.
Voor uw veiligheid ■ Toebehoren Een aantal praktische regels voor accessoires en toebehoren. • Houd alle accessoires en toebehoren buiten het bereik van kleine kinderen.
Algemene informatie 1. Algemene informatie U hebt een mobiele telefoon van Nokia gekocht. De telefoon bevat onder meer een agenda, klok, wekker, radio, muziekspeler en ingebouwde camera. ■ Toegangscodes Beveiligingscode De beveiligingscode (5 tot 10 cijfers) beveiligt de telefoon tegen onbevoegd gebruik. De code is standaard ingesteld op 12345. U kunt de code wijzigen en in de telefoon instellen dat naar de code wordt gevraagd. Zie Beveiliging op pagina 85.
Algemene informatie PUK-codes De PUK-code (Personal Unblocking Key) en de UPUK-code (Universal Personal Unblocking Key) van acht cijfers zijn nodig om respectievelijk een geblokkeerde PIN-code of UPIN-code te wijzigen. De PUK2-code is nodig om een geblokkeerde PIN2-code te wijzigen. Mochten de codes niet bij de SIM-kaart zijn geleverd, neem dan contact op met uw serviceprovider om de codes op te vragen.
Algemene informatie ■ Auteursrechtbescherming Auteursrechtbescherming kan meebrengen dat bepaalde afbeeldingen, beltonen en andere content niet mogen worden gekopieerd, gewijzigd, overgedragen of doorgestuurd. ■ Dienst voor configuratie-instellingen Voor sommige netwerkdiensten, zoals mobiel-internetdiensten, MMS en synchronisatie met een externe internetserver, moeten de juiste configuratie-instellingen op de telefoon worden ingesteld.
Algemene informatie van het desbetreffende menu voor informatie over het gebruik van de downloadfunctie. U kunt misschien ook updates van telefoonsoftware downloaden (netwerkservice). Zie Telefoonsoftware-updates op pagina 86. Informeer bij de serviceprovider naar de beschikbaarheid en tarieven van de verschillende diensten. Belangrijk: Maak alleen gebruik van diensten die u vertrouwt en die een adequate beveiliging en bescherming tegen schadelijke software bieden.
Aan de slag 2. Aan de slag ■ SIM-kaart en batterij plaatsen Houd alle SIM-kaarten buiten bereik van kleine kinderen. Raadpleeg de leverancier van uw SIM-kaart voor informatie over het gebruik van SIM-diensten. Dit kan de serviceprovider, netwerkoperator of een andere leverancier zijn. Voordat u de SIM-kaart plaatst en de batterij verwijdert, moet u de telefoon altijd uitschakelen en de lader loskoppelen.
Aan de slag 3. Plaats uw vingernagel in het midden van de metalen SIM-kaarthouder. Ontgrendel en open de SIMkaarthouder. 4. Plaats de SIM-kaart in de houder met de afgeronde hoek eerst (zie afbeelding). Zorg ervoor dat de goudkleurige contactpunten op de SIMkaart naar boven zijn gericht (van de telefoon af). 3 4 5 5. Sluit de SIM-kaarthouder. De goudkleurige contactpunten op de SIM-kaart maken nu contact met die aan de binnenzijde van de telefoon.
Aan de slag Controleer voor gebruik altijd het modelnummer van een lader. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik met de AC-4-lader. Vraag uw leverancier naar de beschikbaarheid van goedgekeurde toebehoren. 1. Sluit de lader aan op een gewone wandcontactdoos. 2. Sluit de lader aan op de ronde connector aan de onderkant van de telefoon. Als de batterij volledig ontladen is, kan het enkele minuten duren voordat de batterij-indicator op het scherm wordt weergegeven en u weer met het apparaat kunt bellen. 3.
Aan de slag U kunt een geheugenkaart gebruiken om het geheugen van de Galerij uit te breiden. Zie Galerij op pagina 89. Voor het vervangen en plaatsen van de geheugenkaart hoeft u de telefoon niet uit te schakelen. Belangrijk: Verwijder de geheugenkaart niet op het moment dat er een bewerking wordt uitgevoerd waarbij de kaart wordt gebruikt.
Aan de slag ■ De telefoon in- en uitschakelen Houd de toets Einde ingedrukt totdat de telefoon wordt in- of uitgeschakeld. Als de PIN-code of de UPIN-code wordt gevraagd, toetst u de code in en selecteert u OK. Plug-en-play-dienst Wanneer u de telefoon voor de eerste keer inschakelt en de telefoon staat in de standby-modus, wordt u mogelijk gevraagd de configuratieinstellingen op te halen bij uw serviceprovider (netwerkdienst). Beantwoord de vraag bevestigend of ontkennend. Zie Verb. mt onderst.
Aan de slag ■ Normaal gebruik Houd de telefoon tijdens het gebruik altijd in de normale positie. Het apparaat heeft een ingebouwde antenne. Opmerking: Zoals voor alle andere radiozendapparatuur geldt, dient onnodig contact met de antenne te worden vermeden als het apparaat is ingeschakeld. Het aanraken van de antenne kan een nadelige invloed hebben op de gesprekskwaliteit en kan ervoor zorgen dat het apparaat meer stroom verbruikt dan noodzakelijk is.
Aan de slag ■ Polsband Verwijder de achtercover van de telefoon en rijg de polsband door het daarvoor bestemde oog (zie afbeelding).
De telefoon 3.
De telefoon spraakgestuurde nummerkeuze wordt geactiveerd met de volumetoets omlaag (lang indrukken) en Push to Talk (PTT) wordt geactiveerd met de volumetoets omhoog (lang indrukken) (16) ■ Standby-modus Als u de telefoon aanzet, verschijnt het startscherm. Dit geeft aan dat het toestel in de standby-modus staat. In de standbymodus kunt u met de selectietoetsen specifieke functies openen. Bovendien worden op het startscherm indicatoren weergegeven.
De telefoon Actieve standby-modus In de actieve standby-modus kunnen op het scherm aparte vensters met content worden weergegeven, zoals algemene aanduidingen en een operatorlogo (1), snelkoppelingen (2), audiofuncties (3) en de agenda (4). Raadpleeg Actief standby in Instellingen standby-modus op pagina 66 voor informatie over hoe u kunt instellen of de actieve standby-modus moet worden weergegeven. De actieve standby is in passieve modus wanneer de middelste selectietoets (5) Menu is.
De telefoon Audiotoepass. — als u de radio of de muziekspeler wilt inschakelen, bladert u naar de betreffende functie en selecteert u deze. U kunt een ander muziekstuk in de muziekspeler of een andere zender op de radio kiezen door naar links of rechts te bladeren. Blader naar links of naar rechts en houd de toets ingedrukt om naar een zender te zoeken. Agenda — als u de notities voor vandaag wilt bekijken, selecteert u de gewenste notitie.
De telefoon Energiebesparende screensaver Er wordt een digitale klok als screensaver weergegeven wanneer na verloop van een bepaalde tijd geen functie van de telefoon is gebruikt. Hierdoor wordt energie bespaard. Zie Energiespaarstand in Hoofddisplay op pagina 67 of Energiespaarstand in Minidisplay op pagina 68 voor informatie over het activeren van de energiebesparende screensaver.
De telefoon / De telefoon is aangemeld bij het GPRS- of EGPRS-netwerk. / Er is een GPRS- of EGPRS-verbinding tot stand gebracht. / De GPRS- of EGPRS-verbinding is tijdelijk onderbroken (in de wachtstand geplaatst), bijvoorbeeld bij een inkomende of uitgaande oproep tijdens een EGPRS- of GPRS-inbelverbinding. Wanneer de infraroodverbinding tot stand is gebracht, wordt het pictogram continu weergegeven. Als u over twee telefoonlijnen beschikt, is de tweede telefoonlijn geselecteerd.
De telefoon Als u een oproep wilt beantwoorden terwijl de toetsen zijn geblokkeerd, drukt u op de beltoets. Wanneer u de oproep beëindigt of weigert, worden de toetsen weer automatisch geblokkeerd. Wanneer de toetsenvergrendeling is ingeschakeld, kunt u soms nog wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen. Toets het alarmnummer in en druk op de beltoets. Zie Telefoon op pagina 81 voor informatie over Toetsenblokkering.
Belfuncties 4. Belfuncties ■ Opbellen 1. Voer het netnummer en telefoonnummer in. Als u een onjuist teken wilt verwijderen, selecteert u Wissen. Voor internationale gesprekken drukt u tweemaal op * voor het internationale voorvoegsel (het +-teken vervangt de internationale toegangscode) en voert u de landcode, het netnummer (laat zo nodig de eerste 0 weg) en het telefoonnummer in. 2. Druk op de beltoets om het nummer te kiezen. 3.
Belfuncties Spraakopdrachten zijn taalgevoelig. Voor informatie over het instellen van de taal, zie Taal voor spraakweergave in Telefoon op pagina 81. Opmerking: Het gebruik van spraaklabels kan moeilijkheden opleveren in een drukke omgeving of tijdens een noodgeval. Voorkom dus onder alle omstandigheden dat u uitsluitend van spraaklabels afhankelijk bent. 1. Houd in de standby-modus de rechterselectietoets ingedrukt. U hoort een korte toon en de tekst Nu spreken wordt weergegeven.
Belfuncties Wachtfunctie De wachtfunctie is een netwerkdienst. Druk tijdens een gesprek op de beltoets om de wachtende oproep te beantwoorden. Het eerste gesprek wordt in de wachtstand geplaatst. U beëindigt het actieve gesprek door op de toets Einde te drukken. Zie Bellen op pagina 80voor informatie over het inschakelen van de functie Wachtfunctieopties. ■ Opties tijdens een gesprek Veel van de opties die u tijdens gesprekken kunt gebruiken, zijn netwerkdiensten.
Telefoonmenu’s 5. Telefoonmenu’s Overeenkomstige telefoonfuncties zijn bij elkaar in groepen geplaatst en de functies kunnen worden geactiveerd via de hoofdmenu's van de telefoon. Ieder hoofdmenu bevat submenu’s en lijsten van waaruit u items kunt selecteren of bekijken en telefoonfuncties kunt aanpassen. U kunt deze menu's en submenu's openen door erheen te bladeren. Sommige menu’s zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van uw netwerk. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie.
Telefoonmenu’s 3. Als het dan geselecteerde menu ook submenu’s bevat, selecteert u het gewenste submenu. 4. Selecteer Terug om terug te keren naar het vorige menuniveau. Selecteer Uit om het menu te sluiten.
Berichten 6. Berichten U kunt berichten sturen om contact te houden met vrienden, familie en zakenpartners door gebruik te maken van SMS (Short Message Servic). SMS is een netwerkdienst. Niet in alle draadloze netwerken zijn alle functies voor het verzenden van berichten beschikbaar. Neem contact op met uw serviceprovider voor informatie over de beschikbaarheid en abonnementen. Wanneer u berichten verzendt, kan het zijn dat op de telefoon de melding Bericht verzonden wordt weergegeven.
Berichten Tekst invoeren Bij het schrijven van berichten kunt u de methode voor normale tekstinvoer of die voor tekstinvoer met tekenvoorspelling gebruiken. Bij gebruik van de methode voor normale tekstinvoer drukt u herhaaldelijk op een cijfertoets, van 1 t/m 9, totdat het gewenste teken wordt weergegeven. Bij gebruik van tekstinvoer met tekenvoorspelling kunt u een letter invoeren met één druk op een toets.
Berichten 2. Als u klaar bent met het woord en het wordt juist weergegeven, drukt u op 0. 3. Als niet het juiste woord wordt weergegeven, drukt u herhaaldelijk op * of selecteert u Opties > Suggesties. Wanneer het gewenste woord wordt weergegeven, selecteert u Gebruik. 4. Als er een vraagteken achter het woord wordt weergegeven, staat het bedoelde woord niet in het woordenboek. Als u het woord aan het woordenboek wilt toevoegen, selecteert u Spellen. De ingevoerde letters worden weergegeven.
Berichten ophalen aan wie u recent een bericht hebt gestuurd door Toevoeg. > Onlangs gebruikt te selecteren. 4. Blader naar beneden en voer een bericht in. Zie Tekst invoeren op pagina 34. 5. Als u een sjabloon wilt invoegen in een tekstbericht, selecteert u Opties > Sjabloon invgn en de gewenste sjabloon. 6. Selecteer Opties > Bekijken om te zien hoe het bericht wordt weergegeven aan de ontvanger. 7. Om het bericht te verzenden, selecteert u Verzend..
Berichten antwoordbericht wilt wijzigen, selecteert u Opties > Berichttype wijz.. 5. Selecteer Verzend. om het bericht te verzenden. ■ SIM-berichten SIM-berichten zijn tekstberichten die op uw SIM-kaart worden opgeslagen. U kunt deze berichten kopiëren of verplaatsen naar het geheugen van de telefoon, maar niet andersom. Ontvangen berichten worden opgeslagen in het geheugen van de telefoon. Als u SIM-berichten wilt lezen, selecteert u Menu > Berichten > Opties > SIM-berichten.
Berichten modem wordt gebruikt voor internettoegang). De levering van multimediaberichten kan om diverse redenen mislukken. Het is daarom raadzaam voor belangrijke communicatie niet uitsluitend op deze berichten te vertrouwen. Schrijven en verzenden Door het draadloze netwerk kan aan de omvang van multimediaberichten een limiet zijn gesteld. Als de omvang van de ingevoegde afbeelding de limiet overschrijdt, kan de afbeelding door het apparaat worden verkleind zodat deze via MMS kan worden verzonden.
Berichten Berichten verzenden Wanneer u klaar bent met het schrijven van het bericht, selecteert u Verzenden of drukt u op de beltoets om het bericht te verzenden. Het bericht wordt opgeslagen in de map Outbox en de verzending wordt gestart. Als u Verzonden berichten opslaan > Ja selecteert, wordt het verzonden bericht opgeslagen in de map Verzonden items. Zie Algemene instellingen op pagina 52. Opmerking: Terwijl het bericht wordt verzonden, wordt de bewegende indicator weergegeven.
Berichten 2. Als u het gehele bericht wilt bekijken en bericht bevat een presentatie, selecteert u Spelen. Als u de bestanden in de presentatie of de bijlagen wilt bekijken, selecteert u Opties > Objecten of Bijlagen. 3. Als u het bericht wilt beantwoorden, selecteert u Opties > Antwoorden > SMS-bericht, Multimedia, Flitsbericht of Audiobericht. Voer het antwoord in. Als u het berichttype voor uw antwoordbericht wilt wijzigen, selecteert u Opties > Berichttype wijz..
Berichten Als u berichten wilt bekijken die u later wilt verzenden en als concept hebt opgeslagen in de map Concepten, selecteert u Menu > Berichten > Concepten. U kunt uw berichten verplaatsen naar de map Opgeslagen items. Als u de submappen van Opgeslagen items wilt indelen, selecteert u Menu > Berichten > Opgeslagen items > Opgeslagen berichten of een andere map die u zelf hebt toegevoegd. Als u een nieuwe map voor uw berichten wilt toevoegen, selecteert u Opties > Map toevoegen.
Berichten ■ Nokia Xpress-audioberichten Via MMS kunt u op een eenvoudige manier spraakberichten maken en verzenden. MMS (Multimedia Messaging Service) moet zijn geactiveerd voordat u audioberichten kunt gebruiken. Een audiobericht maken 1. Selecteer Menu > Berichten > Bericht maken > Audiobericht en om het opnemen te starten. 2. Als u het opnemen wilt stopen, selecteert u wordt weergegeven. , waarna een bericht 3. Als u de beschikbare opties wilt bekijken, selecteert u Opties. 4.
Berichten ■ Chatberichten U kunt nog een stap verder gaan in het werken met tekstberichten door te chatten (netwerkdienst) in een draadloze omgeving. U kunt chatten met familie en vrienden, ongeacht het door hen gebruikte mobiele systeem of platform (bijvoorbeeld internet), zolang allen gebruikmaken van dezelfde chatdienst.
Berichten Als er meer dan één set verbindingsinstellingen voor chatberichtdiensten beschikbaar is, selecteert u de gewenste set. Als er slechts één set is gedefinieerd, wordt deze set automatisch geselecteerd. Vervolgens worden deze opties weergegeven: Aanmelden — om verbinding te maken met de chatdienst. Als u de telefoon zo wilt instellen dat automatisch verbinding wordt gemaakt met de chatdienst wanneer u de telefoon aanzet, gaat u in de aanmeldsessie naar Autom.
Berichten Conversaties — de lijst met nieuwe en gelezen chatberichten of chatuitnodigingen tijdens de actieve chatsessie wordt weergegeven. staat voor een nieuw groepsbericht. staat voor een gelezen groepsbericht. staat voor een nieuw chatbericht. staat voor een gelezen chatbericht. staat voor een uitnodiging. De pictogrammen en tekst op het scherm zijn afhankelijk van de door u geselecteerde chatdienst. Online — het aantal contacten dat online is wordt weergegeven.
Berichten Een uitnodiging accepteren of afwijzen Wanneer u in de standby-modus verbinding hebt met de chatdienst, wordt Nieuwe uitnodiging ontvangen weergegeven wanneer u een chatuitnodiging ontvangt. Selecteer Lezen om de uitnodiging te lezen. Als er meer dan één uitnodiging is binnengekomen, gaat u naar de gewenste uitnodiging en selecteert u Openen. Als u aan het privégroepsgesprek wilt deelnemen, selecteert u Accept. en voert u de schermnaam in die u als alias wilt gebruiken.
Berichten Chatcontacten toevoegen 1. Maak verbinding met de chatdienst en selecteer Opties > Contact toev. in het hoofdmenu. 2. Selecteer Op mobiel nummer, ID handm. opgev., Zoeken op server of Kopiëren van serv. (afhankelijk van de serviceprovider). Wanneer het contact is toegevoegd, wordt dat door de telefoon bevestigd. 3. Blader naar een contact. U start een conversatie door Chatten te selecteren. Berichten blokkeren of vrijgeven 1.
Berichten u een groep uit uw groepslijst wilt verwijderen, selecteert u Opties > Groep verwijderen. Als u naar een groep wilt zoeken, selecteert u Groepen > Openbare groepen > Groepen zoeken. U kunt zoeken naar een groep op de naam van een groepslid, op groepsnaam, op onderwerp of op ID. Privé Maak verbinding met de chatdienst en selecteer Opties > Groep maken in het hoofdmenu. Voer de naam van de groep in, samen met de schermnaam die u als alias wilt gebruiken.
Berichten U kunt de e-mailinstellingen activeren door Menu > Berichten > Berichtinstellingen > E-mailberichten te selecteren. Zie E-mail op pagina 55. Deze toepassing ondersteunt geen toetsgeluiden. Schrijven en verzenden 1. Selecteer Menu > Berichten > E-mail > E-mail schrijven. 2. Voer het e-mailadres van de ontvanger in en selecteer OK. 3. Voer een onderwerp voor de e-mail in en selecteer OK. 4. Schrijf het e-mailbericht. Zie Tekst invoeren op pagina 34.
Berichten 4. Als u de geselecteerde e-mails wilt downloaden, markeert u de gewenste berichten en selecteert u Opties > Ophalen. 5. Selecteer het nieuwe bericht in Inbox. Selecteer Terug als u het bericht later wilt bekijken. geeft een ongelezen bericht aan. Lezen en antwoorden 1. Selecteer Menu > Berichten > E-mail > Inbox > Opties om de beschikbare opties weer te geven. 2. Als u een e-mail wilt beantwoorden, selecteert u Beantw. > Oorspr. tekst of Leeg scherm.
Berichten ■ Spraakberichten Als u wilt gebruikmaken van voicemail (netwerkdienst), ontvangt u een voicemailbox van uw serviceprovider. U moet dit nummer op uw telefoon opslaan om voicemail te gebruiken. Wanneer u een spraakbericht ontvangt, merkt u dit doordat de telefoon een geluidssignaal geeft, een bericht weergeeft of beide. Als u meer dan één bericht ontvangt, wordt het aantal ontvangen berichten weergegeven.
Berichten Als u meer dan één bericht tegelijk wilt verwijderen, gaat u naar een van de berichten die u wilt verwijderen en selecteert u Opties > Markeer. Ga naar alle overige berichten die u wilt verwijderen en selecteer Markeer. Als u alle berichten wilt verwijderen, selecteert u Opties > Alle markeren. Als u alle berichten hebt gemarkeerd die u wilt verwijderen, selecteert u Opties > Gemark. verwijd..
Berichten Tekstberichten De tekstberichtinstellingen hebben invloed op de wijze waarop SMS- en e-mailberichten worden verzonden, ontvangen en weergegeven. Selecteer Menu > Berichten > Berichtinstellingen > Tekstberichten en een van de volgende opties: Afleveringsrapporten — om het netwerk te vragen afleveringsrapporten van uw berichten te verzenden (netwerkdienst). Berichtencentrales > Centrale toevgn — om het telefoonnummer in te stellen van de berichtencentrale voor het verzenden van tekstberichten.
Berichten Multimedia De multimedia-instellingen hebben invloed op de wijze waarop de multimediaberichten worden verzonden, ontvangen en weergegeven. Het is mogelijk dat u de configuratie-instellingen voor multimediaberichten ontvangt als configuratiebericht. Zie Dienst voor configuratie-instellingen op pagina 12. U kunt de instellingen ook handmatig invoeren. Zie Configuratie op pagina 83. Selecteer Menu > Berichten > Berichtinstellingen > Multimediaber.
Berichten E-mail De e-mailinstellingen hebben invloed op de wijze waarop e-mail wordt verzonden, ontvangen en weergegeven. Het is mogelijk dat u de configuratie-instellingen voor de e-mailtoepassing ontvangt als configuratiebericht. Zie Dienst voor configuratie-instellingen op pagina 12. U kunt de instellingen ook handmatig invoeren. Zie Configuratie op pagina 83.
Contacten 7. Contacten In Contacten kunt u contactgegevens opslaan en beheren, zoals namen, telefoonnummers en adressen. U kunt namen en nummers opslaan in het interne geheugen van de telefoon, het geheugen van de SIM-kaart of een combinatie van beide. De namen en nummers die in het SIM-kaartgeheugen zijn opgeslagen, worden aangegeven door . ■ Zoeken Selecteer Menu > Contacten > Namenen blader door de lijst met contacten of voer de eerste letter van de naam die u zoekt.
Contacten 3. Selecteer Nummer en een van de nummertypen als u een nummer wilt toevoegen. 4. Als u een ander gegeven wilt toevoegen, selecteert u een teksttype, een afbeelding in de Galerij of een nieuwe afbeelding. 5. Als u wilt zoeken naar een ID op de server van uw serviceprovider wanneer u verbinding hebt met de aanwezigheidsdienst, selecteert u Gebruikers-ID > Zoeken. Zie Mijn aanwezigheid op pagina 58. Als slechts één ID wordt gevonden, wordt deze automatisch opgeslagen.
Contacten ■ Contacten of gegevens verwijderen Als u alle contacten en bijbehorende gegevens uit het telefoongeheugen of het SIM-kaartgeheugen wilt verwijderen, selecteert u Menu > Contacten > Alle contctn verwijderen > Uit tel.geheugen of Van SIMkaart. Bevestig deze bewerking met de beveiligingscode. Als u een contact wilt verwijderen, gaat u naar het betreffende contact en selecteert u Opties > Verwijder contact.
Contacten Voordat u de aanwezigheidsdienst kunt gebruiken, moet u zich op deze dienst abonneren. Informeer bij uw serviceprovider naar de beschikbaarheid, tarieven en abonnementsmogelijkheden voor de dienst. Bij de netwerkoperator of serviceprovider kunt u ook een unieke ID, een wachtwoord en instellingen ophalen. Zie Configuratie op pagina 83. Terwijl u met de aanwezigheidsdienst verbonden bent, kunt u de overige functies van de telefoon gewoon gebruiken.
Contacten U kunt verbinding maken met de aanwezigheidsdienst door Menu > Contacten > Mijn aanwezigheid > Verbinden met aanwezigh.dienst te selecteren. Contacten toevoegen 1. Selecteer Menu > Contacten > Abonnee-namen. 2. Als u geen contacten hebt opgenomen in de lijst, selecteert u Toevoeg.. Anders selecteert u Opties > Nieuw abonneren. Uw lijst met contacten wordt weergegeven. 3. Selecteer een contact in de lijst.
Contacten Abonnement opzeggen Als u zich bij een contact in de lijst Contacten wilt afmelden, selecteert u het contact en vervolgens Opties > Abonn. opzeggen > OK. Zie Weergeven op pagina 60 voor informatie over afmelding bij het menu Abonnee-namen. ■ Instellingen Selecteer Menu > Contacten > Instellingen en een van de volgende opties: Actief geheugen — om het SIM-kaart- of telefoongeheugen te selecteren voor uw contacten. Selecteer Telefoon en SIM om namen en nummers op te halen uit beide geheugens.
Contacten Selecteer Wijs toe als er nog geen nummer aan de toets is toegewezen of Opties > Wijzigen als dit wel het geval is Selecteer Zoeken en vervolgens het contact dat u wilt toewijzen. Als de functie Snelkeuze is uitgeschakeld, wordt u gevraagd of u deze functie wilt activeren. Zie Snelkiezen op pagina 28 voor informatie over het bellen door middel van snelkiezen.
Oproepinfo 8. Oproepinfo Oproepen die u hebt gemist, ontvangen en geplaatst worden in de telefoon geregistreerd, voor zover herkend, evenals de duur van de gesprekken (bij benadering). Oproepen die u hebt gemist en ontvangen worden alleen geregistreerd als het netwerk deze functies ondersteunt, de telefoon is ingeschakeld en zich binnen het servicegebied van het netwerk bevindt.
Oproepinfo U kunt het positieverzoek accepteren of weigeren door Accept. of Weiger te selecteren. Als u het verzoek misloopt, wordt het verzoek automatisch geaccepteerd of geweigerd op basis van hetgeen u bent overeengekomen met uw serviceprovider. Op het scherm wordt 1 gemist positieverzoek weergegeven. U kunt het gemiste positieverzoek bekijken door Tonen te selecteren.
Instellingen 9. Instellingen Met dit menu kunt u uw instellingen wijzigen voor profielen, thema's, snelkoppelingen, tijd en datum, WLAN/WiFi, oproepen, telefoon, hoofddisplay, minidisplay, tonen, toebehoren, configuratie en beveiliging. U kunt ook de fabrieksinstellingen herstellen. ■ Profielen De telefoon heeft verschillende instellingsgroepen, oftewel profielen, waarvoor u de telefoongeluiden voor verschillende gebeurtenissen en omgevingen aan uw voorkeuren kunt aanpassen.
Instellingen Themadownloads — voor het openen van een lijst met koppelingen om meer thema's te downloaden. Zie Download-instellingen op pagina 119. ■ Tonen U kunt de tooninstellingen van het geselecteerde profiel wijzigen. Selecteer Menu > Instellingen > Tonen en bewerk de beschikbare instellingen. U vindt dezelfde instellingen bij het aanpassen van een profielen in het Profielen. Zie Profielen op pagina 65.
Instellingen Achtergrond — om een achtergrondafbeelding op het startscherm weer te geven. Selecteer Achtergronden > Afbeelding of Diareeks en een afbeelding of een dia in de Galerij of Camera openen om een foto te maken. Als u meer afbeeldingen wilt downloaden, selecteert u Graf. downloads. Animatie (openen) — om te bepalen of er een animatie wordt getoond wanneer u de telefoon opent en sluit.
Instellingen Lettergrootte Met deze functie kunt u de lettergrootte instellen voor Berichten, Contacten en Web. Selecteer Menu > Instellingen > Hoofd-display > Lettergrootte en een van de volgende opties: Berichten — om de lettergrootte te selecteren die u wilt gebruiken voor berichten. Selecteer Extra kl. letters, Normale letters of Grote letters. Contacten — om de lettergrootte te selecteren waarin u contacten wilt weergeven. Selecteer Normale letters of Grote letters.
Instellingen Animatie (openen) Als u wilt bepalen of er een animatie wordt getoond wanneer u de telefoon opent en sluit, selecteert u Menu > Instellingen > Minidisplay > Animatie (openen) > Aan. De animatie is alleen te zien als deze wordt ondersteund door en geselecteerd uit het actieve thema dat u op de telefoon hebt ingesteld. Zie Thema's op pagina 65.
Instellingen Selecteer Opties en daarna een van de volgende opties: Selectieopties — om een functie toe te voegen aan de lijst met snelkoppelingen of eruit te verwijderen. Blader naar de functie en selecteer Markeer of Niet mrk.. Organiseren — om de functies voor uw persoonlijke lijst met snelkoppelingen opnieuw in te delen. Ga naar de functie die u wilt verplaatsen en selecteer Verpltsn.. Ga naar de plaats waar u de functie naartoe wilt verplaatsen en selecteer OK.
Instellingen Spraakopdrachten U kunt bellen en telefoonfuncties uitvoeren door spraakopdrachten in te spreken. Spraakopdrachten zijn taalgevoelig. Voor informatie over het instellen van de taal, zie Taal voor spraakweergave in Telefoon op pagina 81. U kunt als volgt de telefoonfuncties selecteren die u met een spraakopdracht wilt activeren: selecteer Menu > Instellingen > Mijn snelkoppelingen > Spraakopdrachten en een map. Ga naar de gewenste functie. geeft aan dat het spraaklabel is geactiveerd.
Instellingen Fidelity). Dat betekent dat u nagenoeg overal een snelle internetverbinding hebt. Voodat u UMA kunt gebruiken, moet u een UMA-account aanvragen bij uw serviceprovider. Omdat dit toestel speciaal voor WLAN/Wi-Fi is ontworpen, zijn de juiste instellingen al in de telefoon geconfigureerd. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie.
Instellingen is gekoppeld om elk pakket als deel van dat netwerk te kunnen identificeren. Alle draadloze apparaten die met elkaar proberen te communiceren, moeten dezelfde SSID hebben. 1. Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Wi-Fi > Beschikbare netwerken. 2. Als u nog geen verbinding met WLAN/Wi-Fi hebt gemaakt, verschijnt de vraag of u eerst WLAN/Wi-Fi wilt aanzetten. Selecteer Ja.
Instellingen 1. Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Wi-Fi > Opgeslagen netwerken. 2. Blader naar het gewenste netwerk en selecteer Verbindn. 3. Als u nog geen verbinding met WLAN/Wi-Fi hebt gemaakt, verschijnt de vraag of u eerst WLAN/Wi-Fi wilt aanzetten. Selecteer Ja. Nu wordt een bericht weergegeven waarin de netwerkverbinding wordt bevestigd. 4. Als u de naam van een opgeslagen netwerk wilt wijzigen, selecteert u het gewenste netwerk en kiest u Opties > Naam wijzigen.
Instellingen Snel verbinden Met Snel verbinden kunt u een open netwerk met de beste signaalsterkte verbinden. 1. Kies in de standby-modus Favor. > Snel verbinden of kies in het menu Wi-Fi Snel verbinden. 2. Als u nog geen verbinding met WLAN/Wi-Fi hebt gemaakt, verschijnt de vraag of u eerst WLAN/Wi-Fi wilt aanzetten. Selecteer Ja. 3. Als u al met een ander netwerk bent verbonden, wordt u gevraagd of u de verbinding met dat netwerk wilt verbreken. Selecteer Ja.
Instellingen u gegevens verzenden naar of ontvangen van een compatibele telefoon of compatibel gegevensapparaat (zoals een computer). Richt de IR-straal (infrarood) niet op andermans ogen en vermijd dat deze stoort met andere IR-apparaten. Dit apparaat is een Klasse 1 laserproduct.
Instellingen Toepassingen die gebruikmaken van EGPRS of GPRS zijn MMS, videostreaming, browsersessies, email, extern SyncML, downloading van Java-toepassingen en pc-inbeldiensten. Wanneer u GPRS hebt geselecteerd als gegevensdrager, maakt de telefoon gebruik van EGPRS in plaats van GPRS als het netwerk die mogelijkheid biedt. U kunt niet kiezen tussen EGPRS en GPRS, maar voor sommige toepassingen kunt u een keuze maken tussen GPRS en GSMgegevens (CSD, Circuit Switched Data).
Instellingen U kunt de EGPRS- of GPRS-inbelinstellingen (naam van toegangspunt) ook definiëren op de pc met behulp van de One Touch Access-software. Zie Nokia PC Suite op pagina 124. Als u de instellingen op zowel de pc als de telefoon hebt gedefinieerd, worden de instellingen van de pc gebruikt.
Instellingen Gegevensoverdracht met een compatibel apparaat Gebruik voor synchronisatie een infraroodverbinding of USBgegevenskabelverbinding. Het andere apparaat bevindt zich in de standby-modus. U start de gegevensoverdracht door Menu > Instellingen > Connectiviteit > Gegev.overdracht te selecteren. Vervolgens selecteert u in de lijst de partner voor de gegevensoverdracht (Serversynchr. en Computersync. kunnen niet worden gekozen).
Instellingen Als de lijst met contacten of de agenda vol zijn, kan het synchroniseren bij een eerste synchronisatiesessie of na een onderbroken synchronisatiesessie wel 30 minuten duren. USB-gegevenskabel U kunt de USB-gegevenskabel gebruiken voor het overdragen van gegevens tussen de geheugenkaart van de telefoon en een compatibele pc of een printer die PictBridge ondersteunt. U kunt de USB-kabel ook gebruiken met Nokia PC Suite.
Instellingen Beantwoorden bij openen telefoon > Aan — om een oproep te beantwoorden door de telefoon te openen. Als de instelling is uitgeschakeld, moet u na het openen van de telefoon de beltoets indrukken. Automatisch opnieuw kiezen > Aan — om maximaal tien pogingen te doen om de verbinding tot stand te brengen na een mislukte oproeppoging. Snelkeuze > Aan en de namen en telefoonnummers die zijn toegewezen aan de snelkeuzetoetsen 2 tot 9.
Instellingen Geheugenstatus — om weer te geven hoeveel geheugen vrij is en hoeveel geheugen wordt gebruikt voor elke functie in de lijst. Toetsenblokkering — om in te stellen dat de beveiligingscode moet worden gevraagd wanneer u de toetsen vrijgeeft. Voer de beveiligingscode en in selecteer Aan. Wanneer de toetsenvergrendeling is ingeschakeld, kunt u soms nog wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen.
Instellingen ■ Toebehoren Dit menu wordt alleen weergegeven als de telefoon is aangesloten of aangesloten is geweest op een van de compatibele toebehoren, afgezien van de lader. Selecteer Menu > Instellingen > Toebehoren. U kunt een toebehorenmenu alleen selecteren als de bijbehorende toebehoren is aangesloten of aangesloten is geweest op de telefoon.
Instellingen Zie Dienst voor configuratie-instellingen op pagina 12 voor informatie over het opslaan van configuratie-instellingen die u hebt ontvangen als configuratiebericht. Selecteer Menu > Instellingen > Configuratie en een van de volgende opties: Standaardconfig.-instellingen — om de serviceproviders weer te geven die in de telefoon zijn opgeslagen. Blader naar een serviceprovider en selecteer Gegev.
Instellingen ■ Beveiliging Wanneer beveiligingsfuncties zijn ingeschakeld waarmee de mogelijke oproepen worden beperkt (zoals het blokkeren van oproepen, besloten gebruikersgroepen en vaste nummers), kunt u mogelijk nog wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen. Selecteer Menu > Instellingen > Beveiliging en een van de volgende opties: PIN-codeaanvraag — om de telefoon naar de PIN- of UPIN-code te laten vragen telkens wanneer de telefoon wordt ingeschakeld.
Instellingen Instell. beveiligingsmodule — als u de Gegev. beveiligingsmodule wilt bekijken, activeert u Verzoek PIN voor module of wijzigt u de modulePIN en de ondertekenings-PIN. Zie ook Toegangscodes op pagina 10. ■ Fabrieksinstellingen herstellen Als u bepaalde menu-instellingen op de oorspronkelijke waarden wilt terugzetten, selecteert u Menu > Instellingen > Fabrieksins. terugzetten en voert u de beveiligingscode in. Gegevens die u hebt ingevoerd of gedownload, worden niet verwijderd.
Instellingen Eerst bevestgn — als u softwaredownloads en –updates alleen na uw bevestiging wilt uitvoeren (standaardinstelling) Afhankelijk van uw instellingen, wordt u op de hoogte gebracht wanneer een software-update beschikbaar is om te downloaden of automatisch is gedownload en geïnstalleerd. Aanvragen Selecteer Menu > Instellingen > Telefoon > Telefoonupdates als u beschikbare telefoonsoftware-updates wilt aanvragen bij uw serviceprovider.
Operatormenu 10. Operatormenu Het is mogelijk dat door de serviceprovider een operatorspecifiek menu in de telefoon is geprogrammeerd. Als dit menu op uw telefoon aanwezig is, hangen de functies van het menu volledig af van de serviceprovider. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider.
Galerij 11. Galerij In dit menu kunt u afbeeldingen, opnamen en tonen beheren. Deze bestanden zijn ingedeeld in mappen. Uw telefoon ondersteunt een systeem met activeringssleutels ter bescherming van opgehaalde content. Controleer altijd de leveringsvoorwaarden van alle content en activeringssleutels voordat u tot aanschaf overgaat, omdat er sprake kan zijn van een tarief of andere vergoeding.
Media 12. Media ■ Camera Met de ingebouwde camera kunt u foto's maken of videoclips opnemen. De camera maakt foto's in JPEG-indeling en videoclips in 3GPP-indeling. De cameralens zit aan de voorkant van de telefoon. Het kleurendisplay en het minidisplay aan de voorkant van de telefoon dienen als zoeker. Houd u, wanneer u beelden of video-opnamen maakt of gebruikt, aan alle regelgeving en eerbiedig de lokale gewoonten, privacy en legitieme rechten van anderen. Een foto maken 1.
Media 7. Als u een foto wilt maken bij weinig licht is er een langere belichtingstijd nodig om foto's van goede kwaliteit te maken. Selecteer hiervoor Opties > Nachtmodus aan. 8. U kunt een zelfportret maken door de telefoon te sluiten en het minidisplay als beeldzoeker te gebruiken. Druk vervolgens op de cameratoets. Dit Nokia-apparaat ondersteunt een beeldresolutie van 1280 x 1024 pixels. De beeldresolutie kan in deze documentatie anders worden weergegeven.
Media Dienst voor configuratie-instellingen op pagina 12. Zie Configuratie op pagina 83 als u de instellingen handmatig wilt invoeren. Selecteer Menu > Media > Mediaspeler > Instell. streaming en een van de volgende opties: Configuratie — Alleen de configuraties die streaming ondersteunen, worden weergegeven. Selecteer een serviceprovider, Standaard of Pers. configuratie. Account — Selecteer een account voor een streamingdienst die is opgenomen in de actieve configuratie-instellingen.
Media Waarschuwing: Luister naar muziek op een gematigd geluidsvolume. Voortdurende blootstelling aan een hoog geluidsvolume kan uw gehoor beschadigen. Houd het apparaat niet dicht bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt, aangezien het volume erg luid kan zijn. Instellingen In het menu Music player zijn de volgende opties beschikbaar: Lijst met opnames — om alle nummers in de afspeellijst te bekijken. Als u een nummer wilt afspelen, gaat u naar het gewenste nummer en selecteert u Spelen.
Media ■ Radio De FM-radio maakt gebruik van een andere antenne dan de antenne van het draadloze apparaat. De FM-radio functioneert alleen naar behoren als er een compatibele hoofdtelefoon of een compatibel toebehoren op het apparaat is aangesloten. Opmerking: Luister naar muziek op een gematigd geluidsvolume. Voortdurende blootstelling aan een hoog geluidsvolume kan uw gehoor beschadigen. Selecteer Menu > Media > Radio.
Media Zender opslaan — om een nieuwe zender op te slaan door de naam van de zender in te voeren. Visual Radio — om in te stellen of de toepassing Visual Radio moet worden gebruikt (netwerkdienst). Informeer bij uw netwerkoperator of serviceprovider naar de beschikbaarheid en kosten van de dienst. Sommige radiozenders kunnen informatie in tekstvorm of grafische vorm verzenden die u kunt bekijken met behulp van de toepassing Visual Radio. Visual Radio-inst. — om de opties voor Visual Radio op te slaan.
Media ■ Recorder U kunt stukjes spraak of andere geluiden opslaan. Dit kan handig zijn als u een naam en telefoonnummer wilt opnemen om ze later te noteren. De opnamefunctie kan niet worden gebruikt wanneer er een dataoproep of een EGPRS- of GPRS-verbinding actief is. Geluid opnemen 1. Selecteer Menu > Media > Recorder. 2. Druk op om het opnemen te starten. Als wilt opnemen tijdens een gesprek, selecteert u Opties > Opnemen. Terwijl een gesprek wordt opgenomen, horen beide partijen een zachte pieptoon.
Media ■ Equalizer U kunt de geluidskwaliteit van de muziekspeler regelen door frequentiebanden te versterken of te verzwakken. 1. Selecteer Menu > Media > Equalizer. 2. U activeert een equalizerset door naar de gewenste set te gaan en Activeer te selecteren. 3. Als u een geselecteerde set wilt weergeven, bewerken of een andere naam wilt geven, selecteert u Opties > Bekijken, Bewerken of Hernoemen. U kunt niet alle sets bewerken of hernoemen.
Push to Talk 13. Push to Talk PTT (Push to Talk) is een tweerichtings radiodienst die beschikbaar wordt gesteld via een GSM/GPRS-netwerk (netwerkdienst). PTT biedt rechtstreekse gesproken communicatie. U kunt verbinding met de dienst maken door op de volumetoets omhoog te drukken. U kunt PTT gebruiken om te spreken met één enkele persoon of met een groep personen die over compatibele apparaten beschikken.
Push to Talk ■ Een PTT-oproep plaatsen en ontvangen Stel bij PTT-oproepen de telefoon in op het gebruik van de luidspreker of het luistergedeelte. Wanneer u het luistergedeelte selecteert, houdt u de telefoon in de normale positie tegen het oor. Waarschuwing: Houd het apparaat niet dicht bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt, aangezien het volume erg luid kan zijn. Wanneer u verbinding hebt met de PTT-dienst, kunt u kanaaloproepen, groepsoproepen of één-op-één-oproepen plaatsen of ontvangen.
Push to Talk Als u een oproep wilt verzenden naar een niet-standaardkanaal, selecteert u Kanaallijst in het PTT-menu, gaat u naar het gewenste kanaal en drukt u op de volumetoets omhoog. Als u een groepsoproep wilt plaatsen vanuit Contacten, moeten de ontvangers met de PTT-dienst zijn verbonden. Selecteer Menu > Contacten > Groepen, blader naar de gewenste groep en druk op de volumetoets omhoog.
Push to Talk Als u hebt ingesteld dat u eerst een beltoon te horen krijgt bij ontvangst van één-op-één-oproepen, kunt u de oproep accepteren of weigeren. Als u op de volumetoets omhoog drukt om te reageren op een oproep terwijl een ander groepslid nog aan het praten is, hoort u een toon en wordt In wachtrij weergegeven zolang u de volumetoets omhoog ingedrukt houdt. Houd de volumetoets omhoog ingedrukt en wacht totdat de andere persoon is uitgesproken. Hierna kunt u gaan praten.
Push to Talk • Druk op de volumetoets omhoog om een één-op-één-gesprek te voeren. • Als u het terugbelverzoek met een terugbelverzoek wilt beantwoorden, selecteert u Opties > Terugbellen. • Als u het verzoek wilt verwijderen, selecteert u Terugbellen verw.. • Als u het PTT-adres van de afzender wilt bekijken, kiest u Bekijk. • Als u een nieuw contact wilt opslaan of het PTT-adres aan een contact wilt toevoegen, selecteert u Opties > Opslaan als of Toev. aan contact.
Push to Talk Openbaar kanaal — Hier kan ieder lid anderen uitnodigen om deel te nemen. Privé-kanaal — Hier kunnen alleen personen deelnemen die een uitnodiging hebben ontvangen van degene die het kanaal heeft ingesteld. Een kanaal toevoegen Als u een openbaar of een besloten kanaal wilt toevoegen, selecteert u Menu > Push to Talk > Kanaal toevoegen en bewerkt u de instellingen in de formuliervelden: Status kanaal: — Selecteer Actief of Niet actief. Bijnaam in kan.: — Geef uw alias voor het kanaal op.
Push to Talk ■ PTT-instellingen Er zijn twee soorten PTT-instellingen: instellingen voor het maken van verbinding met de dienst en voor gebruik van de dienst. Mogelijk krijgt u de instellingen voor het maken van een verbinding van uw netwerkoperator of serviceprovider. Zie Dienst voor configuratieinstellingen op pagina 12. U kunt de instellingen handmatig invoeren. Zie Configuratie op pagina 83.
Push to Talk Push to Talk in buitenland — om de PTT-dienst in te schakelen wanneer u buiten het bereik van uw eigen netwerk bent Mijn Push to Talk-adres verzenden > Nee — om uw PTT-adres te verbergen wanneer een oproep wordt verzonden of ontvangen 105
Organiser 14. Organiser Uw mobiele telefoon van Nokia is voorzien van allerlei nuttige functies waarmee u uw dagelijkse bezigheden kunt organiseren. Organiser bevat de volgende functies: wekker, agenda, takenlijst, notities, timer en stopwatch. ■ Wekker De wekker gebruikt de tijdnotatie die u voor de klok hebt ingesteld. De wekker werkt zelfs wanneer de telefoon is uitgeschakeld als de batterij voldoende capaciteit heeft.
Organiser Als het tijdstip voor het alarmsignaal is aangebroken terwijl het apparaat is uitgeschakeld, schakelt het apparaat zichzelf in en wordt het waarschuwingssignaal afgespeeld. Als u Stoppen selecteert, wordt u gevraagd of het apparaat moet worden geactiveerd voor oproepen. Selecteer Nee als u het apparaat wilt uitschakelen of Ja als u het apparaat wilt gebruiken om te bellen en gebeld te worden. Selecteer Janiet wanneer het gebruik van draadloze telefoons storingen of gevaar kan opleveren.
Organiser kiezen door op de beltoets te drukken. Als u het waarschuwingssignaal wilt uitschakelen en de notitie wilt bekijken, selecteert u Bekijk. Als u het signaal 10 minuten lang wilt stoppen, selecteert u Snooze. Als u het waarschuwingssignaal wilt uitschakelen zonder de notitie te bekijken, selecteert u Uit. ■ Takenlijst U kunt een notitie opslaan voor een taak die u moet uitvoeren, een prioriteitsniveau voor de notitie selecteren en de notitie markeren als gereed wanneer u de taak hebt voltooid.
Organiser 2. Als er nog geen notitie is toegevoegd, selecteert u Toevoeg.. Als er al notities zijn, selecteert u Opties > Notitie maken. 3. Schrijf de notitie en selecteer Opslaan. 4. Als u een notitie wilt bekijken, gaat u naar de gewenste notitie en selecteert u Bekijk. Opties U kunt notities ook bewerken en verwijderen. Tijdens het bewerken van de notitie kunt u de teksteditor ook sluiten zonder de wijzigingen op te slaan.
Organiser ■ Stopwatch Met de stopwatch kunt u de tijd, tussentijden of rondetijden opnemen. Gedurende de tijdsopname kunnen de overige functies van de telefoon gewoon worden gebruikt. Druk op de toets Einde als u tijdsopname met de stopwatch in de achtergrond wilt activeren. Als u de stopwatch gebruikt of deze op de achtergrond loopt wanneer u andere functies gebruikt, vergt dit extra batterijcapaciteit en neemt de gebruiksduur van de batterij af.
Toepassingen 15. Toepassingen ■ Spelletjes In uw telefoon zijn enkele spelletjes geïnstalleerd. Starten Selecteer Menu > Toepassingen > Spelletjes, ga naar het gewenste spel en selecteer Openen. Zie Andere toepassingsopties op pagina 112 voor opties bij de verschillende spelletjes. Downloads Selecteer Menu > Toepassingen > Opties > Downloads > Spel.downloads. De lijst met beschikbare bookmarks wordt weergegeven.
Toepassingen Een toepassing starten Selecteer Menu > Toepassingen > Verzameling, ga naar een toepassing en selecteer Openen of druk op de beltoets. Andere toepassingsopties Verwijderen — om de toepassing(set) uit de telefoon te verwijderen. Details — om meer informatie over de toepassing weer te geven. Versiecontrole — om te controleren of een nieuwe versie van de toepassing beschikbaar is om van het web te downloaden (netwerkdienst). Toegang toep. — om netwerktoegang door de toepassing te beperken.
Toepassingen • Gebruik het installatieprogramma voor Nokia-toepassingen in Nokia PC Suite om de toepassingen naar de telefoon te downloaden. In het apparaat zijn mogelijk vooraf een aantal bookmarks geïnstalleerd voor sites die niet met Nokia verbonden zijn. Deze sites worden niet door Nokia gegarandeerd of ondersteund. Als u deze sites wilt bezoeken, moet u op het gebied van beveiliging of inhoud dezelfde voorzorgsmaatregelen treffen als die u voor andere sites treft.
Web 16. Web De telefoon is voorzien van een browser waarmee u verbinding kunt maken met bepaalde mobiel-internetdiensten. Veel functies voor draadloos mobiel internet zijn netwerkafhankelijk, en mogelijk zijn niet alle functies beschikbaar. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider. ■ Technische achtergrond De techniek WAP (wireless application protocol) speelt dezelfde rol voor mobiele apparaten als WWW (world wide web) dat doet voor personal computers.
Web ■ Diensten gebruiken Diensten instellen U kunt de configuratie-instellingen voor browsen ontvangen in een configuratiebericht van de netwerkoperator of serviceprovider die de gewenste dienst aanbiedt. Zie Dienst voor configuratie-instellingen op pagina 12. U kunt de configuratie-instellingen ook handmatig invoeren. Zie Configuratie op pagina 83. De instellingen activeren Controleer of de instellingen voor Web van de gewenste dienst zijn geactiveerd. 1.
Web • Als u het adres van de service wilt invoeren, selecteert u Menu > Web > Ga naar adres, voert u het adres van de service in en selecteert u OK. ■ Browser Waarschijnlijk is het niet nodig om de browser van uw telefoon handmatig te configureren. Dit wordt gewoonlijk door de serviceprovider gedaan wanneer u een abonnement op de functie hebt genomen. Neem contact op met uw serviceprovider als u problemen ondervindt bij het gebruik van de browser.
Web Direct bellen De browser ondersteunt functies die u kunt gebruiken tijdens het browsen. U kunt telefoneren of een naam en telefoonnummer van een pagina opslaan. Weergave-instellingen Selecteer tijdens het browsen Opties > Overige opties > Weergaveinstell.. Als de telefoon in de standby-modus staat, selecteert u Menu > Web > Instellingen > Weergave-instellingen en een van de volgende opties: Tekstterugloop > Aan — om de tekst te laten doorlopen naar de volgende regel op het scherm.
Web Schermformaat > Volledig of Klein — om de schermindeling in te stellen. JavaScript > Inschakelen — om de Java-scripts in te schakelen. ■ Beveiligingsinstellingen Cookies Een cookie bestaat uit gegevens die een site opslaat in het cachegeheugen van de telefoon. Cookies blijven opgeslagen totdat u het cachegeheugen leegmaakt. Zie Cachegeheugen op pagina 120. Selecteer tijdens het browsen Opties > Overige opties > Beveiliging > Cookie-instell..
Web 3. Selecteer Opties om de bookmark te bekijken, te bewerken, te verwijderen of te verzenden, om een nieuwe bookmark te maken of om de bookmark naar een map te verplaatsen. In het apparaat zijn mogelijk vooraf een aantal bookmarks geïnstalleerd voor sites die niet met Nokia verbonden zijn. Deze sites worden niet door Nokia gegarandeerd of ondersteund. Als u deze sites wilt bezoeken, moet u op het gebied van beveiliging of inhoud dezelfde voorzorgsmaatregelen treffen als die u voor andere sites treft.
Web Als u wilt instellen dat de telefoon alleen door de serviceprovider goedgekeurde dienstberichten van content-auteurs ontvangt, selecteert u Berichtfilter > Aan. Selecteer Vertrwde kanalen om de lijst met goedgekeurde content-auteurs te bekijken. Als u wilt dat de browser vanuit de standby-modus automatisch wordt geactiveerd wanneer een dienstbericht wordt ontvangen, selecteert u Automatisch verbinden > Aan.
Web bevatten. De certificaten worden in de beveiligingsmodule opgeslagen door de serviceprovider. Selecteer Menu > Instellingen > Beveiliging > Instell. beveiligingsmodule en een van de volgende opties: Gegev. beveiligingsmodule — om de titel, de fabrikant en het serienummer van de beveiligingsmodule weer te geven. Verzoek PIN voor module — om de telefoon naar de module-PIN te laten vragen bij gebruik van diensten via de beveiligingsmodule. Voer de code en in selecteer Aan.
Web u van de serviceprovider. Autorisatiecertificaten en gebruikerscertificaten kunnen ook door de serviceprovider zijn opgeslagen in de beveiligingsmodule. Selecteer Menu > Instellingen > Beveiliging > Autorisatiecertificaten of Gebruikerscertificaten om de lijst met autorisatiecertificaten of gebruikerscertificaten te bekijken die naar de telefoon is gedownload. Als de datatransmissie tussen de telefoon en de server gecodeerd is, wordt tijdens een verbinding het veiligheidssymbool weergegeven.
SIM-diensten 17. SIM-diensten Mogelijk hebt u via de SIM-kaart nog meer diensten tot uw beschikking. Dit menu wordt alleen weergegeven als het door de SIM-kaart wordt ondersteund. De naam en inhoud van het menu zijn afhankelijk van de SIM-kaart. Raadpleeg uw serviceprovider voor informatie over de beschikbare SIM-diensten, de tarieven en het gebruik van deze SIM-diensten.
PC-verbinding 18. PC-verbinding U hebt internettoegang wanneer de telefoon op een compatibele pc is aangesloten via een infrarood- of USB-gegevenskabelverbinding. U kunt de telefoon gebruiken met verschillende toepassingen voor pcconnectiviteit en gegevenscommunicatie. ■ USB-gegevensopslag U kunt de USB-gegevenskabel gebruiken voor het overdragen van gegevens tussen de geheugenkaart van de telefoon en een compatibele pc. Zie USB-gegevenskabel op pagina 80.
PC-verbinding ■ Toepassingen voor datacommunicatie Raadpleeg de bijbehorende documentatie voor meer informatie over het gebruik van een toepassing voor datacommunicatie. Tijdens een pc-verbinding wordt bellen met de telefoon afgeraden, omdat dit de werking kan verstoren. Voor optimale prestaties tijdens gegevensoproepen plaatst u de telefoon op een stabiel oppervlak met het toetsenblok omlaag. Beweeg de telefoon niet door deze tijdens een gegevensoproep in uw hand te houden.
Informatie over de batterij 19. Informatie over de batterij ■ De batterij opladen en ontladen Het apparaat werkt op een oplaadbare batterij. De volledige capaciteit van een nieuwe batterij wordt pas benut nadat de batterij twee of drie keer volledig is opgeladen en ontladen. De batterij kan honderden keren worden opgeladen en ontladen maar na verloop van tijd treedt slijtage op. Wanneer de gesprekstijd en stand-by-tijd aanmerkelijk korter zijn dan normaal, moet u de batterij vervangen.
Informatie over de batterij batterijprestaties zijn met name beperkt in temperaturen beduidend onder het vriespunt. Gooi batterijen niet in het vuur. De batterijen kunnen dan ontploffen. Batterijen kunnen ook ontploffen als deze beschadigd zijn. Verwerk batterijen in overeenstemming met de lokale regelgeving. Lever batterijen indien mogelijk in voor recycling. Gooi batterijen niet weg met het huishoudafval.
Informatie over de batterij 3. Kras aan de zijkant van het label om een 20-cijferige code zichtbaar te maken, bijvoorbeeld 12345678919876543210. Draai de batterij zo dat de cijfers rechtop staan. De 20-cijferige code moet worden gelezen te beginnen bij het cijfer op de bovenste rij, gevolgd door de onderste rij. 4. Controleer of de 20-cijferige code geldig is door de instructies op www.nokia.com/batterycheck te volgen.
Verzorging en onderhoud Verzorging en onderhoud Uw apparaat is een product van toonaangevend ontwerp en vakmanschap en moet met zorg worden behandeld. De tips hieronder kunnen u helpen om de garantie te behouden. • Houd het apparaat droog. Neerslag, vochtigheid en allerlei soorten vloeistoffen of vocht kunnen mineralen bevatten die corrosie van elektronische schakelingen veroorzaken.
Verzorging en onderhoud • Maak altijd een back-up van alle gegevens die u wilt bewaren (zoals contactpersonen en agendanotities) voordat u het apparaat naar een servicepunt brengt. Alle bovenstaande tips gelden voor het apparaat, de batterij, de lader en andere toebehoren. Neem contact op met het dichtstbijzijnde bevoegde servicepunt als enig apparaat niet goed werkt.
Aanvullende veiligheidsinformatie Aanvullende veiligheidsinformatie Uw apparaat en toebehoren kunnen kleine onderdelen bevatten. Houd ze buiten het bereik van kleine kinderen. ■ Gebruiksomgeving Houd u aan speciale voorschriften die in een bepaald gebied van kracht zijn en schakel het apparaat altijd uit op plaatsen waar het verboden is het apparaat te gebruiken of waar het gebruik ervan storing of gevaar kan veroorzaken. Gebruik het apparaat alleen in de normale posities.
Aanvullende veiligheidsinformatie Pacemakers Fabrikanten van pacemakers adviseren dat er minimaal 15,3 cm afstand moet worden gehouden tussen een draadloze telefoon en een pacemaker om mogelijke storing van de pacemaker te voorkomen. Deze aanbevelingen komen overeen met het onafhankelijke onderzoek en de aanbevelingen van Wireless Technology Research.
Aanvullende veiligheidsinformatie Het gebruik van het apparaat in een vliegtuig is verboden. Schakel het apparaat uit voordat u een vliegtuig binnengaat. Het gebruik van draadloze telecomapparatuur kan gevaarlijk zijn voor de werking van het vliegtuig, kan het draadloze telefoonnetwerk verstoren en kan illegaal zijn. ■ Explosiegevaarlijke omgevingen Schakel het apparaat uit als u op een plaats met explosiegevaar bent en volg alle aanwijzingen en instructies op.
Aanvullende veiligheidsinformatie Als u bepaalde functies gebruikt, is het mogelijk dat u deze functies eerst moet uitschakelen voordat u een alarmnummer kunt kiezen. Raadpleeg deze handleiding of uw serviceprovider voor meer informatie. Geef alle noodzakelijke informatie zo nauwkeurig mogelijk op, wanneer u een alarmnummer belt. Uw draadloze apparaat is mogelijk het enige communicatiemiddel op de plaats van een ongeluk. Beëindig het gesprek pas wanneer u daarvoor toestemming hebt gekregen.
Index Index A D achtergrond 67 actieve standby 23, 70 agenda 107 alarmnummer kiezen 133 antenne 19 dienst inbox 119 opdrachten 51 downloaden content en toepassingen 12 instellingen 119 B batterij 126 indicator capaciteit 22 opladen 15 verificatie 127 berichten audio 42 flits 41 informatie 51 multimedia 37 SIM 37 sjablonen 41 spraak 51 tekst 33 bookmarks 118 browser 116 C camera gebruiken 90 lens 21 chatberichten 43 contacten actief geheugen 61 bewerken 57 dienstnummers 62 eigen nummers 62 gegevens ver
Index O S onderhoud 129 operator logo 67 menu 88 opladen 126 oproep beantwoorden 29 einde 28 info 63 opbellen 28 opties 30 voicemail 51 wachtfunctie 30 weigeren 29 samenvatting na oproep 81 screensaver 25 SIM-kaart 14 snelkoppelingen in de standby-modus 24 spraakopdrachten 71 standby-modus 22 synchronisatie 78 P packet-gegevens 124 PC Suite 124 plug-en-play-dienst 18 polsband 20 profielen 65 PTT.