Operation Manual
71Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
het overeengekomen Bluetooth-wachtwoord van het apparaat in (maximaal 16 tekens) om het apparaat af te
stemmen op de telefoon. U hoeft dit wachtwoord alleen op te geven wanneer u het apparaat voor het eerst
afstemt. De telefoon maakt verbinding met het apparaat en u kunt met de overdracht van gegevens beginnen.
Draadloze Bluetooth-verbinding
Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Bluetooth. Selecteer Actieve apparaten om te controleren
welke Bluetooth-verbinding actief is. Selecteer Gekoppelde apparaten om een lijst weer te geven met
Bluetooth-apparaten die op de telefoon zijn afgestemd.
Als u Opties selecteert, kunt u kiezen uit de volgende opties, afhankelijk van de status van het apparaat en de
Bluetooth-verbinding.
Bluetooth-instellingen
U kunt instellen hoe uw telefoon kenbaar wordt gemaakt aan andere Bluetooth-apparaten door Menu >
Instellingen > Connectiviteit > Bluetooth > Instellingen Bluetooth > Waarnmb. mijn telefoon of Naam van
mijn telefoon te selecteren.
Als u zich zorgen maakt over de beveiliging, kunt u de Bluetooth-functie uitschakelen of Waarnmb. mijn telefoon op
Verborgen instellen. Accepteer altijd uitsluitend Bluetooth-communicatie van personen met wie daarover overeenstemming
hebt bereikt.
Infrarood
U kunt de telefoon instellen op het verzenden en ontvangen van gegevens via de infraroodpoort. Voor gebruik
van een infraroodverbinding moet het apparaat waarmee u verbinding wilt maken, IrDA-compatibel zijn. Via de
infraroodpoort van de telefoon kunt u gegevens verzenden naar of ontvangen van een compatibele telefoon of
compatibel gegevensapparaat (zoals een computer).
Richt de IR-straal (infrarood) niet op andermans ogen en vermijd dat deze stoort met andere IR-apparaten.
Infraroodapparaten zijn Klasse 1 laserproducten.










