Operation Manual

32Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
4. Tekst invoeren
U kunt op twee verschillende manieren tekst invoeren, bijvoorbeeld wanneer u berichten wilt verzenden: via de
methode voor normale tekstinvoer of via de methode voor tekstinvoer met woordenboek. Tijdens het invoeren
van tekst worden boven in het scherm aanduidingen van de modus voor tekstinvoer weergegeven. geeft
normale tekstinvoer aan. geeft tekstinvoer met woordenboek aan. Met behulp van tekstinvoer met
woordenboek kunt u tekst snel invoeren met de cijfertoetsen en een ingebouwd woordenboek. U kunt een
letter invoeren met één druk op een toets. geeft tekstinvoer met woordenboek aan met Woordsuggesties.
De telefoon probeert het woord te voorspellen op basis van de tekens die u hebt ingevoerd.
, of wordt weergegeven naast de aanduiding van de modus voor tekstinvoer en geeft het
gebruik van hoofdletters of kleine letters aan. U kunt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters door op #
te drukken.
geeft de nummermodus aan. U kunt overschakelen naar de nummermodus door # ingedrukt te houden en
Nummermodus te selecteren.
Als u de taal voor het invoeren van tekst wilt instellen, selecteert u Opties > Schrijftaal.
Tekstinvoer met woordenboek
Als u tekstinvoer met woordenboek wilt inschakelen, selecteert u Opties > Voorspellingsinstellingen >
Voorspelling > Aan.
Tip: U kunt tekstinvoer met woordenboek snel in- en uitschakelen door tijdens het invoeren van tekst
tweemaal op # te drukken of door Opties te selecteren en ingedrukt te houden.
Als u het type voorspelling bij gebruik van tekstinvoer met woordenboek wilt instellen, selecteert u Opties >
Voorspellingsinstellingen > Voorspellingtype > Normaal of Woordsuggesties.
1. U begint met het invoeren van een woord door de cijfertoetsen 2 t/m 9 te gebruiken. Druk eenmaal op een
toets voor één letter. De ingevoerde letters worden onderstreept weergegeven.