Operation Manual

32
4. Tekstinvoer
Wanneer u tekst invoert, verschijnt boven in het scherm wanneer
u tekstinvoer met tekstvoorspelling gebruikt, of wanneer u normale
tekstinvoer gebruikt. Als u tekstinvoer met tekstvoorspelling wilt in- of
uitschakelen terwijl u tekst invoert, drukt u herhaaldelijk op # totdat de
gewenste modus actief is.
Naast het symbool voor tekstinvoer wordt , of weergegeven
om aan te geven hoe de tekst wordt weergegeven. Als u tussen de verschillende
weergaven wilt schakelen, drukt u op #.
geeft aan dat de cijfermodus is ingeschakeld. Als u wilt schakelen tussen
de letter- en cijfermodus, drukt u herhaaldelijk op # totdat de cijfermodus actief
is, of drukt u op * en kiest u Cijfermodus of Alfabetische modus.
Normale tekstinvoer
Druk meermaals op een cijfertoets (1 tot 9) tot het gewenste teken wordt
weergegeven. Op de toetsen staan niet alle tekens afgebeeld die onder een toets
beschikbaar zijn. De beschikbare tekens zijn afhankelijk van de geselecteerde
invoertaal. Zie Invoertaal in ’Taal’ op pag. 76.
Als de volgende letter onder dezelfde toets zit als de huidige letter, wacht u tot de
cursor weer wordt weergegeven of gaat u met de navigatietoets vooruit en voert
u de letter in.
Houd de cijfertoets ingedrukt om een cijfer in te voegen.
De meest gebruikte leestekens en speciale tekens zijn beschikbaar onder
de cijfertoets 1. Voor meer tekens houdt u * ingedrukt.
Als u een teken wilt wissen, drukt u op de wistoets. Als u meer tekens wilt wissen,
houdt u de wistoets ingedrukt.
Druk op 0 om een spatie in te voegen. Als u de cursor naar de volgende regel wilt
verplaatsen, drukt u driemaal op 0.
Tekstinvoer met tekstvoorspelling
Als u werkt met voorspellende tekstinvoer op basis van een woordenboek, kunt
u elke letter invoeren door de betreffende toets eenmaal in te drukken. Als
u tekstinvoer met tekstvoorspelling wilt selecteren, drukt u op * en selecteert
u Tekstvoorspell. activeren. Hiermee activeert u de functie voor tekstinvoer met
tekstvoorspelling voor alle editors van de telefoon.