Operation Manual

62Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
Het eerste nummer dat onder een naam wordt opgeslagen, wordt automatisch als
standaardnummer ingesteld. Dit wordt aangeduid met een kader om de
nummertype-indicator, bijvoorbeeld . Wanneer u een naam selecteert
(bijvoorbeeld om te bellen), wordt automatisch het standaardnummer gekozen,
tenzij u een ander nummer selecteert.
1. Zorg ervoor dat het gebruikte geheugen Telefoon of Telefoon en SIM is. Zie
Instellingen op pagina 67.
2. Ga naar de naam waaraan u een nummer of tekstitem wilt toevoegen en
selecteer Gegev. > Opties > Info toevoegen.
3. Als u een nummer wilt toevoegen, selecteert u Nummer en een van de
nummertypen.
Als u een ander detail wilt toevoegen, selecteert u een teksttype of een
afbeelding in de Galerij.
Als u wilt zoeken naar een ID op de server van uw serviceprovider wanneer u
verbinding hebt met de aanwezigheidsdienst, selecteert u Gebruikers-ID >
Zoeken. Zie Mijn aanwezigheid op pagina 64. Als slechts één ID wordt
gevonden, wordt deze automatisch opgeslagen. Als er meerdere ID's zijn, kunt
u de ID opslaan door Opties > Opslaan te selecteren. Selecteer ID handm.
opgev. om de ID op te geven.
Als u een ander nummertype wilt gebruiken, gaat u naar het gewenste nummer
en selecteert u Opties > Type wijzigen. Als u het geselecteerde nummer wilt
instellen als standaardnummer, selecteert u Als standaard.
4. Voer het nummer of tekstitem in en selecteer Opslaan om het op te slaan.
5. Als u wilt terugkeren naar de standby-modus, selecteert u Terug > Uit.