Operation Manual

31Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
3. Algemene functies
Bellen
1. Voer het netnummer en telefoonnummer in.
Voor internationale gesprekken drukt u tweemaal op * voor het internationale
prefix (het +-teken vervangt de internationale toegangscode) en voert u de
landcode, het netnummer (laat zo nodig de eerste 0 weg) en het
abonneenummer in.
2. Druk op de beltoets om het nummer te kiezen.
3. Druk op de einde-toets om de oproep te beëindigen of om het kiezen te
onderbreken.
Zie Oproepen via schuif in Bellen op pagina 85 voor informatie over het
accepteren of beëindigen van een oproep door de schuif te openen of te sluiten.
Als u wilt bellen met behulp van de lijst met contacten, zoekt u naar een naam of
telefoonnummer in Contacten. Zie Zoeken naar een contact op pagina 61. Druk op
de beltoets om het nummer te kiezen.
Als u de lijst wilt openen met de laatste 20 nummers die u hebt gebeld of hebt
geprobeerd te bellen, drukt u eenmaal op de beltoets in de standby-modus. U belt
het nummer door een nummer of naam te selecteren en op de beltoets te drukken.
Snelkeuze
Wijs een telefoonnummer toe aan een van de snelkeuzetoetsen, 2 tot en met 9.
Zie Snelkeuze op pagina 70. U kunt het nummer dan op een van de volgende
manieren kiezen: