Operation Manual
Installatie
42
©
2001 Nokia Mobile Phones. All rights reserved.
Installatie
Kabelverbindingen
1. Hoorn
2. Handenvrij-microfoon
3. Handenvrij-luidspreker
4. 12V autoaccu + (met 3A-zekering), 2 x rood
5. 12V autoaccu - (met 3A-zekering), 2 x zwart
6. Sensor contact auto (met 1A-zekering), blauw
7. Uitschakelen geluid autoradio, geel
8. Bedienen motor autoantenne, oranje
9. Signaal dimmen achtergrondverlichting, grijs
10.Lijnuitgang geluid telefoon, zwarte kabel
De lijnuitgang voor het geluid van de tele-
foon moet worden aangesloten op de lijnin-
gang (line in) van de autoradio. Deze
uitgang geeft twee verschillende audiosig-
nalen, ieder omgeven door een massa. Bij een belastingsimpe-
dantie > 1kOhm, is het nominaal niveau 70 mVrms en het
maximaal niveau 2000 mVrms. Vraag de dealer van uw autora-
dio of er een specifieke lijningang is op uw autoradio die ge-
schikt is voor uw autotelefoon.
Opmerking: De hier afgebeelde SIM-kaart en antenne worden
niet standaard bijgeleverd.
Aanbevelingen
Waarschuwing! De telefoon mag alleen door bevoegd personeel in
een auto worden geïnstalleerd en onderhouden. Ondeskundige in-
stallatie of reparatie kan gevaar opleveren en de garantie die even-
tueel van toepassing is doen vervallen.
• Montage van de microfoon
De aanbevolen positie voor de microfoon is bovenaan de A-zuil
of in de buurt van de achteruitkijkspiegel in het midden van de
auto. De microfoon in de richting van de mond van de bestuur-
der richten. Optimale afstand: 30 cm. Er mag geen verse lucht
langs de microfoon stromen en de microfoonkabel mag niet in
het ventilatiesysteem worden gelegd. Gebruik het bijgeleverde
zachte materiaal om de HF-microfoon te verbinden met de A-
zuil om te vermijden dat de microfoon geluid van de wagen
opneemt.










