Operation Manual
Instellingen
67
Draadloze Bluetooth-technologie
Dit apparaat voldoet aan de Bluetooth-specificatie 2.0 en ondersteunt de
volgende profielen: handsfree, headset, network access, object push profile, file
transfer profile, dial-up networking profile, SIM access profile, serial port profile,
service discovery application profile, personal area network profile, advanced
audio distribution profile and audio video remote control profile. Gebruik door
Nokia goedgekeurde toebehoren voor dit model als u verzekerd wilt zijn van
compatibiliteit met andere apparatuur die Bluetooth-technologie ondersteunt.
Informeer bij de fabrikanten van andere apparatuur naar de compatibiliteit met
dit apparaat.
Op sommige plaatsen gelden beperkingen voor het gebruik van
Bluetooth-technologie. Raadpleeg de lokale autoriteiten of serviceprovider voor
meer informatie.
Als functies gebruikmaken van Bluetooth-technologie of als dergelijke functies
op de achtergrond worden uitgevoerd terwijl u andere functies gebruikt, vergt dit
extra batterijcapaciteit en neemt de levensduur van de batterij af.
Met behulp van Bluetooth-technologie kunt u de telefoon verbinden
met een compatibel Bluetooth-apparaat binnen een afstand van
ongeveer tien meter. Omdat Bluetooth-apparaten gebruikmaken van
radiogolven, hoeven de telefoon en het andere apparaat zich niet in
elkaars gezichtsveld te bevinden, hoewel de verbinding storing kan
ondervinden van obstakels zoals muren of andere elektronische
apparatuur.
Ga als volgt te werk om een Bluetooth-verbinding in te stellen:
1. Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Bluetooth.
2. Selecteer Bluetooth > Aan of Uit om de Bluetooth-functie in of uit te
schakelen. geeft een actieve Bluetooth-verbinding aan.
3. Selecteer Zoeken naar audiotoebehoren om te zoeken naar
compatibele Bluetooth-audioapparaten. Selecteer het apparaat dat
u met de telefoon wilt verbinden.
Selecteer Gekoppelde apparaten om te zoeken naar
Bluetooth-apparaten die binnen bereik zijn. Selecteer Nieuw om alle
Bluetooth-apparaten weer te geven die binnen bereik zijn. Ga naar
een apparaat en selecteer Koppelen.










