Operation Manual
Instellingen
56
8. Instellingen
Gebruik dit menu voor het configureren of wijzigen van uw profielen,
thema's, persoonlijke snelkoppelingen, instellingen van tijd en datum,
verbindingsinstellingen, oproepinstellingen, telefooninstellingen,
instellingen voor het hoofddisplay, instellingen voor het
minidisplay, tooninstellingen, instellingen voor toebehoren,
configuratie-instellingen en beveiligingsinstellingen. Vanuit dit menu
kunt u bovendien de fabrieksinstellingen herstellen.
■ Profielen
De telefoon heeft verschillende instellingsgroepen, ofwel profielen,
waarvoor u de telefoongeluiden voor verschillende gebeurtenissen en
omgevingen kunt instellen.
Selecteer Menu > Instellingen > Profielen en selecteer een profiel.
• Selecteer Activeer om het geselecteerde profiel te activeren.
• Als u het profiel wilt aanpassen, selecteert u Aanpassen. Selecteer de
instelling die u wilt wijzigen en breng de gewenste wijzigingen aan.
• Als u wilt instellen dat het profiel een bepaalde actief moet zijn
(maximaal 24 uur), selecteert u Tijdelijk en geeft u de eindtijd voor
het profiel op. Wanneer de ingestelde tijd voor het profiel verstrijkt,
wordt het vorige profiel (waarvoor geen tijd was ingesteld)
geactiveerd.
■ Thema's
U kunt het uiterlijk van het telefoonscherm wijzigen door een thema te
activeren. Een thema kan een achtergrondafbeelding, beltoon,
screensaver en kleurenschema bevatten. Thema's worden opgeslagen in
de Galerij.
Selecteer Menu > Instellingen > Thema's en maak een keuze uit de
volgende opties:
Thema selecteren om een thema voor de telefoon in te stellen. Er wordt
een lijst met mappen in de Galerij weergegeven. Open de map Thema's
en selecteer een thema.










