Operation Manual
48Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
7. Contacten
U kunt namen en nummers (Contacten) opslaan in het geheugen van de telefoon en het geheugen van de
SIM-kaart.
In het geheugen van de telefoon kunt u contactgegevens opslaan met nummers en tekstaantekeningen. U kunt
ook een afbeelding opslaan voor een bepaald aantal namen.
Namen en nummers die in het geheugen van de SIM-kaart zijn opgeslagen, worden aangeduid met .
■ Zoeken naar een contact
Selecteer Menu > Contacten > Namen. Blader door de lijst met contacten of voer de eerste letter in van de
naam die u zoekt.
■ Namen en telefoonnummers opslaan
Namen en nummers worden opgeslagen in het actieve geheugen. Selecteer Menu > Contacten > Namen >
Opties > Nieuw contact. Toets de naam en het telefoonnummer in.
■ Nummers, items of een afbeelding opslaan
In het telefoongeheugen voor contacten kunt u verschillende typen telefoonnummers en korte tekstitems per
naam opslaan.
Het eerste nummer dat onder een naam wordt opgeslagen, wordt automatisch als standaardnummer ingesteld.
Dit wordt aangeduid met een kader om de nummertype-indicator, bijvoorbeeld . Wanneer u een naam
selecteert (bijvoorbeeld om te bellen), wordt automatisch het standaardnummer gekozen, tenzij u een ander
nummer selecteert.
1. Zorg ervoor dat het gebruikte geheugen Telefoon of Telefoon en SIM is. Zie Instellingen op pagina 53.
2. Ga naar de naam waaraan u een nummer of tekstitem wilt toevoegen en selecteer Gegev. > Opties > Info
toevoegen.










