Operation Manual
54Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
3. Voer de naam van de zender in en selecteer OK.
Algemene radiofuncties
Wanneer de radio is ingeschakeld:
• Selecteer Opties > Uitschakelen om de radio uit te schakelen.
• U kunt het volume van de radio aanpassen door Volume te selecteren.
• Als u de gevonden radiozender wilt opslaan, selecteert u Opties > Kanaal opslaan. Zie Een radiozender
instellen, 53. U kunt maximaal 20 radiozenders opslaan.
• Als u de lijst met opgeslagen zenders wilt openen, selecteert u Opties > Kanalen. U kunt een kanaal
verwijderen of hernoemen door naar het gewenste kanaal te gaan en Opties > Kanaal verwijd. of Naam
wijzigen te selecteren.
• Als u de frequentie van de gewenste radiozender wilt invoeren, selecteert u Opties > Kies frequentie.
• Als u via de luidspreker of de hoofdtelefoon naar de radio wilt luisteren, selecteert u Opties > Luidspreker of
Hoofdtelefoon. Laat de hoofdtelefoon aangesloten op de telefoon. Het snoer van de hoofdtelefoon
fungeert als antenne van de radio.
Terwijl u naar de radio luistert, kunt u gewoon bellen of een inkomende oproep beantwoorden. Het volume van
de radio wordt dan uitgeschakeld.
Wanneer een toepassing die gebruikmaakt van een GPRS-verbinding bezig is met het verzenden of ontvangen
van gegevens, kan dit de radio-ontvangst storen.
■ Organiser
Wekker
U kunt instellen dat op het gewenste tijdstip een waarschuwingstoon klinkt. Selecteer Menu > Organiser >
Wekker.










