Operation Manual
25Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
4. Tekst invoeren
U kunt de methode voor normale tekstinvoer of voor tekstinvoer met woordenboek gebruiken.
Tijdens het intoetsen van tekst wordt de modus voor tekstinvoer met woordenboek aangegeven met en
de modus voor normale tekstinvoer met linksboven in het display. Hoofdletters of kleine letters wordt
aangegeven met , of . U kunt de lettermodus veranderen door op # te drukken. De
cijfermodus wordt aangeduid met . U kunt tussen de letter- en cijfermodus schakelen door # ingedrukt te
houden.
■ Tekstinvoer met woordenboek in- en uitschakelen
Druk tijdens het intoetsen van tekst op Opties > Woordenboek.
Als u de modus voor tekstinvoer met woordenboek wilt instellen, moet u een taal selecteren in de lijst met
woordenboekopties. Tekstinvoer met woordenboek is alleen beschikbaar voor de talen die vermeld worden in
de lijst.
Druk tijdens het intoetsen van tekst op Opties > Woordenbk uit.
■ Tekst invoeren met woordenboek
U kunt elke letter met één druk op een toets invoeren. Deze tekstinvoer is gebaseerd op een ingebouwd
woordenboek, waaraan u nieuwe woorden kunt toevoegen.
1. Druk eenmaal op een toets voor één letter. Het woord verandert na elke toetsaanslag.
Bijvoorbeeld: Als u bijvoorbeeld Nokia wilt schrijven, drukt u achtereenvolgens op 6, 6, 5, 4, 2.
Zie Tips voor het invoeren van tekst, 26 voor meer aanwijzingen voor het intoetsen van tekst.
2. Wanneer het woord klaar is en goed is ingevoerd, drukt u op 0 om het woord te bevestigen en een spatie toe
te voegen. U kunt de cursor ook verplaatsen met de navigatietoetsen.










