Operation Manual

Basisfuncties
32
Copyright
© 2003 Nokia. All rights reserved.
2. Druk op (Opties), ga naar Nieuwe opr., druk op (Kiezen), toets het
telefoonnummer in of haal het op uit de telefoonlijst en druk op (Bellen).
Het eerste gesprek wordt in de wachtstand geplaatst. Het actieve gesprek
wordt aangegeven met en het gesprek in de wachtstand met .
3. Schakelen tussen de twee gesprekken: druk op (Opties), ga naar Wisselen
en druk op (Kiezen).
4. Het actieve gesprek beëindigen: druk op (Opties), ga naar Beindigen en
druk op (Kiezen). Het gesprek in de wachtstand wordt nu geactiveerd.
Beide gesprekken beëindigen: druk op (Opties), ga naar Alles afsluiten en
druk op (Kiezen).
Een oproep beantwoorden
Wanneer u gebeld wordt, gaat de telefoon over (als de optie Oproepsignaal niet is
ingesteld op Stil), knippert de verlichting en wordt een bijbehorende tekst
weergegeven.
Als het netwerk de beller niet kon identificeren, wordt Oproep weergegeven.
Als de beller wel kon worden geïdentificeerd, wordt het telefoonnummer van de
beller (of diens naam, als deze in de telefoonlijst is opgeslagen) en de tekst belt
weergegeven.
1. Als u de oproep wilt beantwoorden, drukt u op (Antwoorden).
Als de oproep werd doorgeschakeld vanaf een ander telefoonnummer, wordt
mogelijk het teken > weergegeven na Oproep of belt (netwerkdienst).