Nokia 5700 XpressMusic Gebruikershandleiding 9200510 Versie 1
CONFORMITEITSVERKLARING Hierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat het product RM-230 in overeenstemming is met de essentiële eisen en andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/. 0434 © 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Nokia, Nokia Connecting People, Nokia Care, Navi en Visual Radio zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation.
DE INHOUD VAN DIT DOCUMENT WORDT ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE VERSTREKT. TENZIJ VEREIST KRACHTENS HET TOEPASSELIJKE RECHT, WORDT GEEN ENKELE GARANTIE GEGEVEN BETREFFENDE DE NAUWKEURIGHEID, BETROUWBAARHEID OF INHOUD VAN DIT DOCUMENT, HETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, DAARONDER MEDE BEGREPEN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES BETREFFENDE DE VERKOOPBAARHEID EN DE GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL.
Inhoudsopgave Voor uw veiligheid ........................... 6 4. Tekst invoeren............................ 32 Algemene informatie ....................... 8 Normale tekstinvoer...................................... 32 Tekstinvoer met tekstvoorspelling............. 32 Tekst kopiëren en verwijderen.................... 33 Toegangscodes................................................... 8 Nokia-ondersteuning en contactinformatie.......................................... 10 1. Aan de slag..................
10. Aanpassing............................... 65 15. Connectiviteit.......................... 95 Thema's............................................................. 65 Profielen ........................................................... 66 3-D-tonen........................................................ 67 PC Suite............................................................. 95 Bluetooth-verbinding.................................... 95 Verbindingsbeheer .........................................
Voor uw veiligheid Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer informatie. SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG IS Schakel het apparaat niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren. VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG Houd u aan de lokale wetgeving. Houd terwijl u rijdt uw handen vrij om uw voertuig te besturen.
MAAK BACK-UPS Maak een back-up of een gedrukte kopie van alle belangrijke gegevens die in de telefoon zijn opgeslagen. AANSLUITEN OP ANDERE APPARATEN Wanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, dient u eerst de handleiding van het desbetreffende apparaat te raadplegen voor uitgebreide veiligheidsinstructies. Sluit geen incompatibele producten aan. ALARMNUMMER KIEZEN Controleer of de telefoonfunctie van het apparaat ingeschakeld en operationeel is.
netwerkdiensten. Uw serviceprovider kan u instructies geven en uitleggen hoeveel het kost. Bij sommige netwerken gelden beperkingen die het gebruik van netwerkdiensten negatief kunnen beïnvloeden. Zo bieden sommige netwerken geen ondersteuning voor bepaalde taalafhankelijke tekens en diensten. Het kan zijn dat uw serviceprovider verzocht heeft om bepaalde functies uit te schakelen of niet te activeren in uw apparaat. In dat geval worden deze functies niet in het menu van uw apparaat weergegeven.
Wanneer het apparaat is vergrendeld, kunt u soms wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen. PIN-codes De PIN-code (Personal Identification Number) en de UPIN-code (Universal Personal Identification Number) (vier tot acht cijfers) beveiligen uw SIM-kaart tegen onbevoegd gebruik. Zie ’Beveiliging’ op pag. 83. De PIN-code wordt gewoonlijk bij de SIM-kaart verstrekt. De PIN2-code (vier tot acht cijfers) wordt verstrekt bij de SIM-kaart en is vereist voor sommige functies.
■ Nokia-ondersteuning en contactinformatie Op de website vindt u informatie over het gebruik van producten en diensten van Nokia. Als u contact wilt opnemen met de klantenservice, raadpleegt u de lijst met plaatselijke Nokia contactcentra op www.nokia.com/customerservice. Raadpleeg het dichtstbijzijnde Nokia service center op www. nokia.com/repair voor onderhoudsdiensten. Software-updates Nokia produceert regelmatig software-updates met nieuwe of verbeterde functies of verbeterde prestaties.
Als u de achtercover later wilt verwijderen, draait u het onderste gedeelte van de telefoon 90 graden naar links of rechts wanneer de cijfertoetsen van het onderste gedeelte zich aan dezelfde kant als het scherm bevinden, en tilt u de achtercover op (2). Til de batterij uit de houder zoals weergegeven (3). 2. Als u de SIM-kaarthouder wilt losmaken, schuift u deze naar achteren (4) en tilt u deze op (5). Plaats de (U)SIM-kaart in de SIM-kaarthouder (6).
3. Plaats de batterij terug (9). Plaats de achtercover (10) en (11) terug. ■ MicroSD-kaartsleuf Gebruik alleen compatibele microSD-kaarten die door Nokia zijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat. Nokia maakt gebruik van goedgekeurde industriële normen voor geheugenkaarten, maar sommige merken zijn mogelijk niet helemaal compatibel met dit apparaat zijn. Incompatibele kaarten kunnen de kaart en het apparaat beschadigen en gegevens die op de kaart staan aantasten.
Een microSD-kaart verwijderen 1. Open de sleuf aan de zijkant. 2. Druk de kaart voorzichtig los. Verwijder geheugenkaart en druk op 'OK' wordt weergegeven. Trek de kaart eruit en kies OK. 3. Sluit de sleuf aan de zijkant goed. ■ De batterij opladen 1. Sluit de lader aan op een wandcontactdoos. 2. Open de klep aan de zijkant (1) en steek de stekker van de lader in de laderaansluiting van de telefoon (2). 3. Sluit de klep aan de zijkant goed na het laden.
■ Normaal gebruik Gebruik de telefoon alleen in de normale gebruiksposities. Opmerking: Zoals voor alle radiozendapparatuur geldt, dient onnodig contact met een antenne te worden vermeden wanneer de antenne in gebruik is. Bijvoorbeeld, vermijdt contact met de antenne gedurende een telefoongesprek.
2.
■ Modi Uw telefoon heeft vijf functionele modi: de telefoonmodus (1), cameramodus (2), muziekmodus (3), videogespreksmodus (4) en videoweergavemodus (5). Draai het onderste gedeelte van de telefoon om tussen de modi te schakelen. Er is een korte pauze voordat een modus wordt geactiveerd. Probeer in de telefoonmodus het onderste gedeelte van de telefoon niet verder dan 90 graden naar links of 180 graden naar rechts te draaien.
Videogespreksmodus Tijdens videogesprekken kunt u instellen dat de ontvanger van de oproep uw gezicht ziet. Draai het onderste gedeelte van de telefoon zo dat de cameralens naar u is gericht wanneer u naar het scherm kijkt. U kunt de cameralens ook de tegenovergestelde kant op draaien. Videoweergavemodus Wanneer u een video of foto's in de telefoonmodus bekijkt, kunt u de videoweergavemodus activeren. Draai het onderste gedeelte van de telefoon 90 graden naar links zodat de cameralens van u af is gericht.
Actieve stand-by modus Wanneer de actieve stand-by modus is ingeschakeld, kunt u het scherm gebruiken voor snelle toegang tot toepassingen die u vaak gebruikt. Als u wilt aangeven of de actieve stand-by modus wordt weergegeven, selecteert u Menu > Instellingen > Telefooninst. > Algemeen > Persoonlijk > Standby-modus > Act. standby > Aan of Uit. Als u toegang wilt krijgen tot actieve stand-by toepassingen, gaat u naar de toepassing en selecteert u deze.
U hebt een of meer berichten ontvangen in de map Inbox in Berichten. U hebt nieuwe e-mail ontvangen in uw externe mailbox. De Outbox bevat berichten die nog niet zijn verzonden. Zie ’Outbox’ op pag. 39. U hebt oproepen gemist. Zie ’Recente oproepen’ op pag. 31. Wordt weergegeven als Beltoontype is ingesteld op Stil en Berichtensignaaltoon en Signaaltoon e-mail zijn ingesteld op Uit. Zie ’Profielen’ op pag. 66. De toetsen zijn geblokkeerd. Zie ’Toetsblokkering’ op pag. 22. De luidspreker is ingeschakeld.
Er is een UMTS-packet-gegevensverbinding actief. geeft aan de verbinding in de wachtstand staat en geeft aan dat een verbinding beschikbaar is. Bluetooth is ingeschakeld. Er worden gegevens verzonden via Bluetooth. Zie ’Bluetooth-verbinding’ op pag. 95. Er is een infraroodverbinding actief. Wanneer infrarood actief is, maar er geen verbinding is, knippert de indicator. Er is een USB-verbinding actief. Mogelijk worden er ook andere symbolen weergegeven. Zie ’Push to Talk’ op pag.
Als toepassingen op de achtergrond worden uitgevoerd, vergt dit extra batterijcapaciteit en neemt de gebruiksduur van de batterij af. ■ Toepassing Welkom De toepassing Welkom start wanneer u uw telefoon de eerste keer inschakelt. De toepassing Welkom biedt toegang tot de volgende toepassingen: Zelfstudie – Leer meer over de functies van uw telefoon en het gebruik ervan. Instelwizard – Configureer verbindingsinstellingen. Overdracht – Kopieer en synchroniseer gegevens vanaf andere compatibele telefoons.
aangeduid met , drukt u de navigatietoets naar links of rechts. Selecteer de Help-tekst die u wilt weergeven. ■ Volumeregeling Als u het volume van het luistergedeelte of de luidspreker wilt regelen tijdens een oproep of wanneer u een audiobestand beluistert, drukt u op de volumetoetsen. Als u de luidspreker tijdens een oproep wilt inschakelen, selecteert u Luidspr.. Als u de luidspreker tijdens een oproep wilt uitschakelen, selecteert u Telefoon.
■ Een compatibele headset aansluiten Sluit geen producten aan die een uitvoersignaal produceren omdat het apparaat daardoor kan worden beschadigd. Sluit geen voedingsbron aan op de Nokia AV-aansluiting. Wanneer u op de Nokia AV-aansluiting een extern apparaat of headset aansluit die niet door Nokia is goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat, moet u speciale aandacht besteden aan de volumeniveaus.
2. Als u het nummer wil kiezen, drukt u op de beltoets. Als u het volume tijdens het gesprek wilt aanpassen, drukt u op de volumetoetsen. 3. Als u het gesprek wilt beëindigen of de oproep wilt annuleren, drukt u op de eindetoets. Als u wilt bellen vanuit Contacten, selecteert u Menu > Contacten. Ga naar de gewenste naam of voer de eerste letters van de naam in en ga naar de gewenste naam. Als u het nummer wil kiezen, drukt u op de beltoets.
Via spraakgestuurde nummerkeuze een gesprek opzetten Spraaklabels zijn gevoelig voor achtergrondgeluiden. Gebruik spraaklabels alleen in een rustige omgeving. Opmerking: Het gebruik van spraaklabels kan moeilijkheden opleveren in een drukke omgeving of tijdens een noodgeval. Voorkom dus onder alle omstandigheden dat u uitsluitend van spraaklabels afhankelijk bent. 1. Houd in de stand-by modus de rechterselectietoets ingedrukt. U hoort een korte toon, waarna Spreek nu wordt weergegeven.
■ Een oproep beantwoorden of weigeren Als u een oproep wilt beantwoorden, drukt u op de beltoets. Als u het volume tijdens het gesprek wilt aanpassen, drukt u op de volumetoetsen. Selecteer Stil om de beltoon te dempen. Tip: Als er een compatibele hoofdtelefoon is aangesloten op de telefoon, drukt u op de hoofdtelefoontoets om een oproep te beantwoorden en te beëindigen. Als u de oproep wilt weigeren, drukt u op de eindetoets of kiest u Opties > Weigeren. De beller hoort een bezettoon.
DTMF verzenden – DTMF-toonreeksen (zoals een wachtwoord) verzenden. Voer de DTMF-reeks in of zoek deze op in Contacten. Als u een wachtteken (w) of pauzeteken (p) wilt invoeren, drukt u herhaaldelijk op *. Als u het geluidssignaal wilt verzenden, selecteert u OK. Tip: U kunt DTMF-tonen aan het veld DTMF op een contactkaart toevoegen. ■ Een videogesprek tot stand brengen Tijdens een videogesprek kunt u een realtime, tweerichtingsvideo bekijken tussen u en de ontvanger van het gesprek.
gezicht kan zien. Draai het onderste gedeelte in de tegenovergestelde richting als u het beeld tegenover u wilt laten zien. Druk op de volumetoetsen als u het volume tijdens een oproep wilt verhogen of verlagen. Als u wilt schakelen tussen het weergeven van video of alleen het beluisteren van geluid, selecteert u Inschakelen of Uitschakelen > Video verzenden, Audio verzenden of Audio & video vrzndn. Als u op uw eigen afbeelding wilt in- of uitzoomen, selecteert u Inzoomen of Uitzoomen.
Vereisten voor Video delen Omdat Video delen een 3G UMTS-verbinding (Universal Mobile Telecommunications System) vereist, kunt u Video delen alleen gebruiken als er een 3G-netwerk beschikbaar is. Neem contact op met uw serviceprovider voor vragen over netwerkbeschikbaarheid en kosten voor het gebruik van deze toepassing. U moet het volgende doen om Video delen te kunnen gebruiken: • Zorg ervoor dat uw apparaat is ingesteld voor verbindingen tussen twee personen.
U kunt alleen uitnodigingen voor delen ontvangen als u bij de dienst bent geregistreerd, een actieve UMTS-verbinding hebt en er dekking is van het UMTS-netwerk. Live video 1. Wanneer een spraakoproep actief is, selecteert u Opties > Video delen > Live video. 2. De telefoon verstuurt de uitnodiging naar het SIP-adres dat u aan de contactkaart van de ontvanger hebt toegevoegd.
drukken om de sessie voor Video delen te weigeren en de spraakoproep te beëindigen. Selecteer Stop als u Video delen wilt beëindigen. ■ Logboek In het logboek kunt u door de telefoon geregistreerde spraak-, fax- en gegevens-, SMS- en GPRS-oproepen controleren. Verbindingen met een externe mailbox, een multimediaberichtencentrale of met browserpagina's worden weergegeven als gegevensoproepen of als packet-gegevensverbindingen in het algemene logboek.
4. Tekst invoeren Wanneer u tekst invoert, verschijnt boven in het scherm wanneer u tekstinvoer met tekstvoorspelling gebruikt, of wanneer u normale tekstinvoer gebruikt. Druk op * en kies Tekstvoorspelling aan of Tekstvoorspelling > Uit als u tekstinvoer met tekstvoorspelling wilt in- of uitschakelen wanneer u tekst schrijft. Naast het symbool voor tekstinvoer wordt , of weergegeven om aan te geven hoe de tekst wordt weergegeven. Als u tussen de verschillende weergaven wilt schakelen, drukt u op #.
u Tekstvoorspelling aan. Hiermee activeert u de functie voor tekstinvoer met tekstvoorspelling voor alle editors van de telefoon. 1. Voer het gewenste woord in door op de toetsen 2–9 te drukken. Druk eenmaal op een toets voor één letter. Het woord verandert na elke ingevoerde letter. Druk op 1 om de meest gebruikte leestekens in te voeren. Voor meer leestekens en speciale tekens houdt u * ingedrukt. Als u een teken wilt wissen, drukt u op de wistoets.
5. Berichten U kunt SMS-berichten, multimediaberichten, e-mailberichten, presentaties en documenten maken, verzenden, ontvangen, bekijken, bewerken en ordenen. U kunt bovendien berichten en gegevens ontvangen via draadloze Bluetoothtechnologie, beeldberichten ontvangen en doorsturen, serviceberichten en infodienstberichten ontvangen, en dienstopdrachten verzenden. Als u het menu Berichten wilt openen, selecteert u Menu > Berichten.
Het draadloze netwerk kan de omvang van MMS-berichten limiteren Als de omvang van de ingevoegde afbeelding de limiet overschrijdt, kan de afbeelding door het apparaat worden verkleind zodat deze via MMS kan worden verzonden. Alleen compatibele apparaten die deze functie ondersteunen, kunnen multimediaberichten ontvangen en weergeven. De manier waarop een bericht wordt weergegeven, kan verschillen, afhankelijk van het ontvangende apparaat.
Selecteer Opties > Invoegen > Afbeelding, Geluidsclip, Videoclip, Notitie, Overige of Sjabloon als u een mediaobject aan een e-mailbericht wilt toevoegen. 5. Selecteer Opties > Zenden om het bericht te verzenden. Audioberichten Audioberichten zijn multimediaberichten die bestaan uit één geluidsclip. U maakt en verstuurt een audiobericht als volgt: 1. Selecteer Menu > Berichten > Nieuw bericht > Audiobericht. 2.
Belangrijk: Wees voorzichtig met het openen van berichten. Objecten in multimediaberichten kunnen schadelijke software bevatten of anderszins schadelijk zijn voor uw apparaat of PC. Multimediaobjecten bekijken Als u een lijst wilt weergeven met de mediaobjecten in een multimediabericht, opent u het bericht en selecteert u Opties > Objecten. U kunt de bestanden opslaan op de telefoon of verzenden naar een compatibel apparaat via een Bluetooth-verbinding of als een multimediabericht.
■ Mailbox Selecteer Menu > Berichten > Mailbox. Wanneer u Mailbox opent, wordt Verbinden met mailbox? weergegeven. Selecteer Ja om verbinding te maken met uw mailbox of Nee om eerder opgehaalde e-mailberichten offline te bekijken. Als u daarna verbinding wilt maken met de mailbox, selecteert u Opties > Verbinden. Wanneer u een nieuwe mailbox maakt, vervangt de naam van de mailbox automatisch het woord Mailbox. U kunt maximaal zes mailboxen hebben. Wanneer u online bent, selecteert u Opties > Verbind.
E-mailberichten verwijderen Als u een e-mailbericht uit de telefoon wilt verwijderen maar het in de externe mailbox wilt behouden, selecteert u Menu > Berichten > Mailbox > Opties > Verwijderen > Alleen telefoon. De berichtkop blijft behouden in uw telefoon. Als u ook de berichtkop wilt verwijderen, verwijdert u eerst het bericht uit de externe mailbox en maakt u vervolgens opnieuw verbinding met de externe mailbox om de status bij te werken.
■ Infodienst U kunt van uw serviceprovider berichten ontvangen, zoals het weer of het verkeer (netwerkdienst). Zie Infodienst in ’Infodienstinstellingen’ op pag. 43 voor informatie over het inschakelen van deze dienst. Selecteer Menu > Berichten > Opties > Infodienst. Ook bij een packet-gegevensverbinding kunt u mogelijk geen infodienstberichten ontvangen.
Ber. verzonden als – Met deze optie definieert u hoe het bericht wordt verzonden. De standaardinstelling is Tekst. Voorkeursverbinding – U kunt SMS-berichten verzenden via het normale GSM-netwerk of via een packet-gegevensverbinding, als dit door het netwerk wordt ondersteund. Ant. via zelfde centr. (netwerkdienst) – Als u Ja selecteert en als de ontvanger uw bericht beantwoordt, wordt het antwoord verzonden via dezelfde berichtencentrale. Enkele netwerken ondersteunen deze optie niet.
Rapportz. weigeren > Ja – Selecteer deze optie als u geen leveringsrapporten wilt verzenden. Geldigheid bericht (netwerkdienst) – Als de ontvanger van een bericht niet binnen de geldigheidsperiode kan worden bereikt, wordt het bericht verwijderd uit de centrale voor multimediaberichten. E-mailinstellingen Instellingen voor mailboxen Selecteer Menu > Berichten > Opties > Instellingen > E-mail > Mailboxen en een mailbox.
maximum aantal op te halen berichten in. U kunt ook het aantal op te halen berichten uit andere mappen waarop u bent geabonneerd beperken in Uit mappn (alleen mogelijk voor IMAP4-mailboxen). Pad IMAP4-map (alleen mogelijk voor IMAP4-mailboxen) – Definieer het mappad voor IMAP4-mailboxen. Mapabonnementen (alleen mogelijk voor IMAP4-mailboxen) – Selecteer de mappen in de mailbox waarop u zich wilt abonneren.
Selecteer Menu > Berichten > Opties > Instellingen > Infodienst en maak een keuze uit de volgende instellingen: Ontvangst – Selecteer Aan of Uit. Taal – Selecteer in welke talen u infodienstberichten wilt ontvangen. Itemherkenning – Selecteer Aan als u automatisch voorheen onbekende onderwerpnummers in ontvangen infodienstberichten wilt opslaan. Overige instellingen Selecteer Menu > Berichten > Opties > Instellingen > Overige en maak een keuze uit de volgende instellingen: Verzonden ber. opsl.
■ Contacten beheren Selecteer Menu > Contacten. Selecteer Opties > Nieuw contact om een nieuw contact toe te voegen. Vul de gewenste velden in en selecteer Gereed. Als u een contact wilt bewerken, gaat u naar het contact en selecteert u Opties > Bewerken. Als u standaardnummers en adressen wilt definiëren voor een contact, gaat u naar het contact en selecteert u Opties > Standaardnummers. Ga naar de gewenste standaardoptie en selecteer Toewijz..
1. Selecteer Menu > Contacten. 2. Als u een beltoon wilt toevoegen aan een contact, gaat u naar het contact en selecteert u Opties > Beltoon en de gewenste beltoon. Als u een beltoon wilt toevoegen aan een groep, drukt u op de navigatietoets naar rechts om de lijst met groepen te openen en gaat u naar de contactgroep. Selecteer Opties > Beltoon en de beltoon voor de groep. Als u de persoonlijke of groepstoon wilt verwijderen, selecteert u Standaard beltoon als beltoon.
u Video's, of selecteer Menu > Galerij > Video's, of selecteer Menu > Media > Video's. U kunt videoclips naar uw telefoon overbrengen vanaf een compatibele pc, en videoclips via packet-gegevens op uw telefoon downloaden van compatibele internetvideodiensten. ■ Functies in de Galerij Als u een afbeelding wilt instellen als achtergrond, selecteert u Afbeeldingen en gaat u naar de afbeelding. Selecteer Opties > Afbeelding gebruiken > Inst. als achtergrond.
Afbeeldingen bewerken Als u afbeeldingen wilt bewerken in Galerij, gaat u naar de afbeelding en selecteert u Opties > Bewerken. Selecteer Opties > Effect toepassen > Snijden om een afbeelding bij te snijden. Als u de grootte van de afbeelding handmatig wilt bijsnijden, selecteert u Handmatig of selecteert u een vooraf gedefinieerde hoogte-breedteverhouding in de lijst. Als u Handmatig selecteert, verschijnt een kruis in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
Video's bewerken Als u video's wilt bewerken in Galerij of aangepaste videoclips wilt maken, gaat u naar een videoclip en selecteert u Opties > Video-editor > Opties > Videoclip bewerken. In de video-editor kunt u twee tijdlijnen zien: de tijdlijn van de video en de tijdlijn van de geluidsclip. De afbeeldingen, tekst en overgangen die aan een videoclip worden toegevoegd, worden op de tijdlijn van de videoclip weergegeven. Druk op de navigatietoets omhoog of omlaag om tussen de tijdlijnen te schakelen.
Invoegen – Selecteer Videoclip, Afbeelding, Tekst, Geluidsclip of Nieuwe geluidsclip. Film – Gebruik deze optie om een voorbeeld van de film in het volledige scherm of als miniatuurafbeelding weer te geven, om de film op te slaan of te verzenden, of om de film te knippen tot een formaat waarin het in een multimediabericht kan worden verzonden. Ga naar de weergave Videoclip knippen en selecteer Opties > Snapshot maken als u een snapshot van een videoclip wilt maken.
Bestanden downloaden Selecteer Menu > Galerij, de map voor het bestandstype dat u wilt downloaden en de downloadfunctie, bijvoorbeeld Afbeeldingen > Afbld. downldn. De browser wordt geopend. Kies een bookmark naar de site waarvan u wilt downloaden. 8. Muziekspeler Waarschuwing: Luister naar muziek op een gematigd geluidsvolume. Voortdurende blootstelling aan een hoog geluidsvolume kan uw gehoor beschadigen.
U kunt de muziekspeler ook met de navigatietoets bedienen. Gebruik de volumetoetsen om het volume aan te passen. Selecteer Opties > Willekeurig afspelen om het afspelen in willekeurige volgorde ( ) in of uit te schakelen. Als u het huidige nummer ( ) of alle nummers ( ) wilt herhalen, of het herhalen wilt uitzetten, selecteert u Opties > Herhalen. Selecteer Opties > Equalizer om de toon van het afspelen van de muziek te wijzigen.
Selecteer Opties > Details afspeellijst om details van de afspeellijst te bekijken. Een afspeellijst maken 1. Selecteer Opties > Afspeellijst maken. 2. Voer een naam voor de afspeellijst in en selecteer OK. 3. Selecteer artiesten om de nummers te zoeken die u in de afspeellijst wilt opnemen. Druk op de navigatietoets om items toe te voegen. Druk de navigatietoets naar rechts om de lijst met nummers onder de titel van een artiest weer te geven.
Zie ’Instellingen voor muziekwinkel’ op pag. 54, en ’Toegangspunten’ op pag. 88 voor meer details. Als u de muziekwinkel wilt activeren, gaat u naar Muziekspeler en selecteert u Opties > Ga naar muziekwinkel. Instellingen voor muziekwinkel De beschikbaarheid en weergave van de instellingen voor de muziekwinkel kunnen verschillen. Het is bovendien mogelijk dat de instellingen vooraf zijn gedefinieerd en niet kunnen worden gewijzigd.
De vereisten voor de pc om muziek te kunnen aankopen en over te brengen, zijn de volgende: • Besturingssysteem Microsoft Windows XP (of later) • Compatibele versie van Windows Media Player • Nokia PC Suite 6.
9. Media ■ Visual Radio U kunt de toepassing Visual Radio gebruiken als een FM-radio met automatische afstemming en vooraf ingestelde zenders, of met parallelle visuele informatie over het radioprogramma wanneer u afstemt op een zender die de dienst Visual Radio ondersteunt. Visual Radio maakt gebruik van packet-gegevens (netwerkdienst). Als u Visual Radio wilt gebruiken, moet aan de volgende eisen zijn voldaan: • De radiozender en uw serviceprovider moeten deze dienst ondersteunen.
Radiofuncties Als u het volume wilt aanpassen, drukt u op de volumetoetsen. Selecteer of om naar de vorige of volgende opgeslagen zender te gaan. De knoppen zijn inactief als er geen zenders zijn opgeslagen. Als u een compatibele hoofdtelefoon gebruikt, drukt u op de hoofdtelefoontoets om naar de volgende opgeslagen zender te gaan. Als u de huidige zender wilt opslaan, selecteert u Opties > Zender opslaan Selecteer een vooraf ingestelde positie en voer de naam van de zender in.
Instellingen voor Visual Radio Terwijl de radio is ingeschakeld, selecteert u Opties > Instellingen en maakt u een keuze uit de volgende opties: Starttoon – Hiermee schakelt u de opstarttoon in of uit. Autostart dienst – Hiermee schakelt u de automatische weergave van visuele inhoud in of uit. Toegangspunt – Hiermee selecteert u het toegangspunt. Zenderoverzicht Met het zenderoverzicht (netwerkdienst) kunt u traditionele radiozenders of radiozenders met Visual Radio selecteren in een lijst met mappen.
Selecteer de gewenste radiozender en een van de volgende opties: Luisteren – Hiermee stemt u af op de gemarkeerde radiozender. Als u de frequentie-instellingen wilt bevestigen, selecteert u Ja. Visuele dienst starten – Selecteer deze optie om de visuele inhoud van de geselecteerde radiozender te openen (indien beschikbaar). Opslaan – Hiermee slaat u de gegevens van de geselecteerde radiozender op in de zenderlijst. Details – Hiermee geeft u zenderinformatie weer.
Als u de witbalans of kleurtoon wilt aanpassen, selecteert u Opties > Aanpassen > Witbalans of Kleurtoon. Als u een video wilt opnemen, selecteert u Opties > Videomodus, of drukt u de navigatietoets naar rechts. in de linkerbovenhoek van het scherm geeft aan dat de videomodus is geactiveerd. Druk op de vastlegtoets of navigatietoets om de opname te starten. Druk op de vastlegtoets om de opname te onderbreken. Houd de vastlegtoets ingedrukt om de opname te stoppen.
Standaardvideonaam – Selecteer hoe de videoclips worden genoemd. Gebruikt geheugen – Selecteer of videoclips worden opgeslagen in het apparaatgeheugen of op de geheugenkaart. ■ Movie Director Een muvee is een korte, bewerkte videoclip die videobeelden, foto's, muziek en tekst kan bevatten. Een snelle muvee wordt automatisch gemaakt in Movie Director wanneer u de stijl voor de muvee selecteert. Movie Director gebruikt de standaardmuziek en -tekst die aan de gekozen stijl is gekoppeld.
Ga naar Muziek en selecteer de muziek voor de muvee. Als u albums en hun inhoud aan de muvee wilt toevoegen, gaat u naar de lijstweergave met afbeeldingen of videoclips en selecteert u Opties > Albums. In Bericht kunt u een openings- en slottekst aan een muvee toevoegen. In Lengte kunt u de lengte van de muvee definiëren. Maak een keuze uit de volgende opties: Multimediabericht – Hiermee kunt u de lengte van de muvee optimaliseren voor het verzenden van MMS.
Instellingen Ga naar de stijlselectieweergave en selecteer Opties > Aanpassen > Instellingen als u de volgende opties wilt bewerken: Gebruikt geheugen – Selecteer waar u de muvees wilt opslaan. Resolutie – Selecteer de resolutie van de muvees. Selecteer Automatisch als u de optimale resolutie wilt gebruiken die is gebaseerd op het aantal en de lengte van de videoclips die u hebt geselecteerd. Standaardnaam muvee – Geef een standaardnaam voor de muvees op.
Als u live streaming content wilt afspelen, moet u eerst een standaardtoegangspunt configureren. Zie ’Toegangspunten’ op pag. 88. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider. In RealPlayer kunt u alleen rtsp:// webadressen openen. U kunt geen http:// webadres openen, maar RealPlayer herkent wel een http-koppeling naar een bestand in RAM-indeling, omdat een RAM-bestand een tekstbestand is met een rtsp-koppeling.
bestand in RAM-indeling, omdat een RAM-bestand een tekstbestand is met een rtsp-koppeling. Waarschuwing: Houd het apparaat niet dicht bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt, aangezien het volume erg luid kan zijn. Sneltoetsen tijdens het afspelen Druk de navigatietoets omhoog om het mediabestand vooruit te spoelen of omlaag om achteruit te spoelen. Druk op de volumetoetsen om het volume te verhogen of te verlagen.
Audiothema Selecteer Menu > Persoonlijk > Thema's > Audiothema's als u een audiothema wilt toepassen of bewerken. Als u een audiothema wilt toepassen, selecteert u Actief audiothema en het gewenste thema. U kunt de geluiden aanpassen die aan een gebeurtenis of functie zijn gekoppeld. Als u het aangepaste thema wilt opslaan, gaat u naar de hoofdweergave Audiothema's, selecteert u Opties > Thema opslaan en voert u een naam voor het thema in.
Trilsignaal – Hiermee stelt u in dat de telefoon trilt bij inkomende spraakoproepen en berichten. Toetsenbordtonen – Hiermee stelt u het volume voor toetsenbordtonen in. Waarschuwingstonen – Hiermee kunt u waarschuwingstonen activeren of deactiveren. Waarschuwen bij – Hiermee kunt u instellen dat de telefoon alleen overgaat bij inkomende oproepen van een bepaalde contactgroep. Bij inkomende oproepen van andere personen gaat de telefoon niet over. Profielnaam – Naam van het profiel.
11. Web ■ Mobile Search Gebruik Mobile Search om toegang te krijgen tot zoekmachines en om lokale diensten, websites, foto's en mobiele inhoud te zoeken en te gebruiken. U kunt de toepassing gebruiken om plaatselijke restaurants en winkels te zoeken en te bellen, en gebruik te maken van de geavanceerde kaarttechnologie om de locatie van deze zaken te vinden. Selecteer Menu > Web > Zoekopdr.. Wanneer u Mobile Search opent, wordt een lijst met categorieën weergegeven.
Verbinding maken Ga als volgt te werk om een webpagina te openen: • Selecteer de homepage ( ) van uw serviceprovider. • Selecteer een bookmark in de weergave Bookmarks. • Voer in de weergave Bookmarks het adres van de webpagina in en selecteer Ga naar. Bookmarks Het is mogelijk dat uw apparaat is voorzien van vooraf geïnstalleerde bookmarks en koppelingen naar internetsites van derden. Misschien hebt u via uw apparaat ook toegang tot andere sites van derden.
Het veiligheidssymbool geeft niet aan dat de gegevensoverdracht tussen de gateway en de contentaanbieder (of de locatie waar de aangevraagde bron is opgeslagen) veilig is. De serviceprovider beveiligt de gegevensoverdracht tussen de gateway en de contentaanbieder. Selecteer Opties > Instrumenten > Info over pagina voor informatie over de verbinding, coderingsstatus en server- en gebruikersverificatie. Voor een aantal diensten, zoals bankdiensten, zijn mogelijk beveiligingsfuncties vereist.
9 – Een nieuw webadres invoeren. 0 – Naar de startpagina gaan. * of # – In- of uitzoomen op de pagina. Miniweergave Via de Miniweergave kunt u door webpagina's navigeren die een grote hoeveelheid informatie bevatten. Zet Miniweergave aan in browserinstellingen. Zie ’Browserinstellingen’ op pag. 73. Als u door een grote webpagina bladert, wordt Miniweergave geopend met een overzicht van de webpagina waar u doorheen bladert. Gebruik de navigatietoets om door de Miniweergave te navigeren.
Opgeslagen pagina's U kunt pagina's opslaan en ze later offline bekijken. Als u een pagina tijdens het bladeren wilt opslaan, selecteert u Opties > Instrumenten > Pagina opslaan. Als u de weergave Opgeslagen pagina's wilt openen, gaat u naar de weergave Bookmarks en selecteert u Opgesl. pagina's. Selecteer de pagina die u wilt openen. Selecteer Opties > Navigatieopties > Opnieuw laden om een verbinding met de browser te starten en de pagina nogmaals op te halen.
Browserinstellingen Selecteer Opties > Instellingen > Algemeen, Pagina, Privacy of Webfeeds, en maak een keuze uit de volgende opties: Algemeen Toegangspunt – Hiermee selecteert u het toegangspunt. Homepage – Voer het adres van de gewenste homepage in. Miniweergave – Hiermee schakelt u de miniweergave in of uit. Geschiedenislijst – Selecteer of u een lijst wilt weergeven met de pagina's die u tijdens de huidige browsersessie hebt bezocht, wanneer u Terug selecteert.
Formulierggvns opslaan – Selecteer Uit als u niet wilt dat de gegevens die u in de verschillende formulieren op een webpagina invult, worden opgeslagen en opnieuw worden gebruikt wanneer u de pagina later opnieuw opent. Cookies – U kunt het ontvangen en verzenden van cookies (een middel waarvan aanbieders van inhoud gebruikmaken om gebruikers en hun voorkeuren voor bepaalde inhoud te identificeren) inschakelen of uitschakelen.
Het alarm uitzetten Selecteer Stop om het alarm uit te zetten. Selecteer Snooze om het alarm vijf minuten lang stop te zetten. Het alarm wordt vervolgens weer actief. Als het tijdstip voor het alarmsignaal is aangebroken terwijl het apparaat is uitgeschakeld, schakelt het apparaat zichzelf in en wordt het waarschuwingssignaal afgespeeld. Als u Stop selecteert, wordt u gevraagd of het apparaat moet worden geactiveerd voor oproepen.
Synchronisatie > Privé – Na synchronisatie kan het agenda-item alleen door uzelf worden bekeken en niet door anderen met online toegang tot de agenda. Openbaar – Het agenda-item is zichtbaar voor iedereen met online toegang tot uw agenda. Geen – Het agenda-item wordt bij het synchroniseren niet gekopieerd. 3. Als u het item wilt opslaan, selecteert u Gereed. Agendaweergaven Druk op # in de maand-, week- of dagweergave om de datum van vandaag automatisch te markeren.
■ Rekenmachine Selecteer Menu > Organiser > Rekenm.. 1. Voer het eerste getal voor de berekening in. 2. Ga naar een rekenkundige functie en selecteer deze. 3. Voer het tweede getal in. 4. Selecteer om de berekening uit te voeren. Druk op # om een decimaalteken toe te voegen. Opmerking: Deze rekenmachine heeft een beperkte nauwkeurigheid en is ontworpen voor eenvoudige berekeningen. ■ Omrekenen Selecteer Menu > Organiser > Omrekenen.
Eenheden omrekenen Als u valuta's wilt omrekenen, moet u eerst de wisselkoers instellen. Zie ’Een basisvaluta en wisselkoersen instellen’ op pag. 77. 1. Selecteer Type en het type maateenheid, en selecteer vervolgens OK. 2. Selecteer het eerste veld Eenheid, de eenheid die u wilt converteren, en selecteer OK. 3. Selecteer het volgende veld Eenheid en de eenheid waarnaar u wilt converteren. 4. Voer in het eerste veld Aantal de waarde in die u wilt converteren.
GPS-gegevens Deze functie is niet ontworpen om GPS-aanvragen voor gerelateerde oproepen te ondersteunen. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie over hoe uw telefoon voldoet aan de overheidsbepalingen met betrekking tot alarmoproepen op basis van GPS-plaatsbepaling. GPS-gegevens is een GPS-toepassing waarmee u uw huidige locatie kunt bekijken, de route naar een gewenste locatie kunt vinden en afstanden kunt bepalen. Voor deze toepassing is een Bluetooth GPS-toebehoren benodigd.
Zie ’Spraaklabels’ op pag. 24 voor informatie over het gebruik van spraakopdrachten. Als u instellingen voor spraakopdrachten wilt wijzigen, selecteert u Opties > Instellingen en maakt u een keuze uit de volgende opties: Synthesizer – Hiermee schakelt u de tekst-naar-spraak synthesizer in of uit die de herkende spraakopdracht uitspreekt. Spraakaanp. verwijderen – De stemaanpassingen opnieuw instellen. De telefoon past zich aan de stem van de gebruiker aan om de spraakopdrachten beter te herkennen.
Persoonlijk Selecteer Weergave, Standby-modus, Tonen, Taal, Thema's of Sprkopdrachten. Scherm Lichtsensor – Hiermee stelt u de lichtsensor bij die de lichtomstandigheden observeert en de helderheid van het scherm regelt. Lettergrootte – Selecteer de tekengrootte die in lijsten en editors wordt gebruikt. Time-out spaarstand – Stel de time-outperiode in waarna de energiespaarstand wordt geactiveerd.
Invoertaal – Hiermee wijzigt u de schrijftaal van uw telefoon. Als u de taal wijzigt, veranderen de (speciale) tekens die beschikbaar zijn bij het invoeren van tekst en wordt er een andere woordenlijst gebruikt voor invoer met tekstvoorspelling. Tekstvoorspelling – Hiermee stelt u tekstinvoer met tekstvoorspelling in op Aan of Uit voor alle editors in de telefoon. In de lijst met beschikbare talen kunt u een taal selecteren voor invoer met tekstvoorspelling. Thema's Pas thema's toe. Zie ’Thema's’ op pag.
Standaardprofiel – Hiermee selecteert u het profiel dat u wilt activeren wanneer u het toebehoren op de telefoon aansluit. Autom. antwoorden – Hiermee stelt u de telefoon zodanig in dat een inkomende oproep automatisch na vijf seconden wordt beantwoord wanneer dit toebehoren op de telefoon wordt aangesloten. Als het Beltoontype is ingesteld op Eén piep of Stil, kan automatisch beantwoorden niet worden gebruikt en moet u de telefoon handmatig beantwoorden.
Op de telefoon wordt een lijst van SIM-kaarten bijgehouden die worden herkend als kaarten van de eigenaar. Bep. grp gebruikers (netwerkdienst) – Hiermee kunt u een groep mensen opgeven naar wie u kunt bellen en die naar u kunnen bellen. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider. Als u de standaardgroep wilt activeren die u met de serviceprovider bent overeengekomen, selecteert u Standaard. Als u een andere groep wilt gebruiken (u moet het groepsindexnummer weten), selecteert u Aan.
Als de identiteit van de server niet authentiek is of als u niet over het juiste beveiligingscertificaat beschikt, geeft de telefoon een melding. Als u de gegevens van een certificaat wilt controleren, gaat u naar het certificaat en selecteert u Opties > Certificaatgegevens.
Als u het toegangspunt voor de server voor positiebepaling wilt definiëren, selecteert u Positiebepalingsserver > Toegangspunt en selecteert u het gewenste toegangspunt. Selecteer vervolgens Serveradres en voer de domeinnaam of het URL-adres van de server in. Telefoon Selecteer Menu > Instellingen > Telefooninst. > Telefoon en Oproep, Doorschakelen, Blokkeren of Netwerk. Bellen Identificatie verz.
Aannem. willek. toets > Aan – Hiermee kunt u een inkomende oproep beantwoorden door kort op een toets te drukken, met uitzondering van de linkeren rechterselectie toetsen, volume toetsen, de Aan/uit- toets en de einde toets. Lijn in gebruik (netwerkdienst) – Deze instelling wordt alleen weergegeven als de SIM-kaart twee telefoonlijnen (twee abonneenummers) ondersteunt. Selecteer welke telefoonlijn (Lijn 1 of Lijn 2) u wilt gebruiken om te bellen en om SMS-berichten te versturen.
De functies voor het blokkeren en doorschakelen van oproepen kunnen niet tegelijkertijd actief zijn. Wanneer oproepen zijn geblokkeerd, kunt u soms nog wel officiële alarmnummers kiezen. Netwerk Netwerkmodus – Selecteer het netwerk dat u wilt gebruiken (wordt alleen weergegeven als dit door de serviceprovider wordt ondersteund).
• WAP-toegangspunt om webpagina's weer te geven; • Internettoegangspunt (bijvoorbeeld voor het verzenden en ontvangen van e-mail). Vraag uw serviceprovider welk type toegangspunt u nodig hebt voor de dienst waarvan u gebruik wilt maken. Neem contact op met uw serviceprovider voor informatie over de beschikbaarheid van en abonnementen op gegevensverbindingsdiensten. U kunt de instellingen voor een toegangspunt ontvangen in een SMS-bericht van uw serviceprovider.
Packet-gegevens De packet-gegevensinstellingen gelden voor alle toegangspunten waarvoor een packet-gegevensverbinding wordt gebruikt. Packet-ggvnsverb. – Als u Autom. bij signaal selecteer en het netwerk packetgegevens ondersteunt, wordt de telefoon automatisch bij het GPRS-netwerk aangemeld en worden SMS-berichten verstuurd via een packet-gegevensverbinding. Als u Wanneer nodig, selecteert, wordt packet-gegevensverbinding alleen gebruikt als u een toepassing of functie start die deze nodig heeft.
USIM-kaart de dienst ondersteunt. U hebt de PIN2-code nodig om de instellingen te kunnen wijzigen. Toepassingen Als u de instellingen wilt weergeven of bewerken van toepassingen die op uw telefoon zijn geïnstalleerd, selecteert u Menu > Instellingen > Telefooninst. > Toepassingen. ■ Spraak In Spraak kunt u de standaardtaal en de stem selecteren voor het lezen van berichten en de stemeigenschappen zoals snelheid en volume aanpassen. Selecteer Menu > Instellingen > Spraak.
Verbinding maken met een chatserver Selecteer Menu > Instellingen > Chatten. 1. Selecteer Opties > Aanmelden om u aan te melden. 2. Voer uw gebruikers-ID en wachtwoord in. Selecteer Opties > Afmelden om u af te melden. Chatinstellingen Selecteer Menu > Instellingen > Chatten > Opties > Instellingen. Selecteer Chatinstellingen als u de instellingen van de chattoepassing wilt bewerken. Selecteer Mijn beschikb. weergvn om in te stellen wie mag zien wanneer u online bent.
wordt vermeld, maar waarvan u wel de groeps-ID kent, selecteert u Opties > Aanm. bij nwe groep en voert u de groeps-id in. Selecteer Opties > Chatgroep verlaten om de chatgroep te verlaten. Chatgroepen en -gebruikers zoeken Als u naar groepen wilt zoeken, selecteert u Menu > Instellingen > Chatten > Chatgroepen > Opties > Zoeken. U kunt chatgroepen zoeken op Groepsnaam, Onderwerp of Deelnemers (gebruikers-id).
naast een gebruiker geeft aan dat u een nieuw bericht van die gebruiker hebt ontvangen. Als u een actieve conversatie wilt bekijken, selecteert u de gebruiker. Als u een bericht wilt verzenden, toetst u het bericht in en drukt u op de navigatietoets. Als u wilt terugkeren naar de lijst met gesprekken zonder het gesprek te beëindigen, selecteert u Terug. Als u een nieuwe conversatie wilt beginnen, selecteert u Opties > Nieuw gesprek > Select.
15. Connectiviteit ■ PC Suite U kunt uw telefoon gebruiken met allerlei toepassingen voor pc-connectiviteit en gegevenscommunicatie. Met PC Suite kunt u contacten, agenda-items, taken en notities synchroniseren tussen uw telefoon en een compatibele pc. Meer informatie over PC Suite en de koppeling om de toepassing te downloaden kunt u vinden in het ondersteuningsgedeelte van de website van Nokia, www.nokia.com/pcsuite.
Selecteer Periode opgeven als u wilt toestaan dat uw telefoon gedurende een gedefinieerde periode kan worden gevonden. Om veiligheidsredenen wordt u aangeraden zoveel mogelijk de modus Verborgen te gebruiken. Naam van mijn telef. – Geef een naam op voor uw telefoon. Externe SIM-modus > Aan – Hiermee kunt u de SIM-kaart van de telefoon inschakelen voor gebruik in een ander apparaat (bijvoorbeeld in een carkit) met behulp van Bluetooth-technologie (SIM Access Profile, SAP).
• Stel uw wachtwoord in (1–16 cijfers) en spreek met de eigenaar van het andere Bluetooth-apparaat af dat wachtwoord te gebruiken. U hoeft de code niet van buiten te leren. • Na het koppelen wordt het apparaat opgeslagen in de weergave Gekopp. apparaten. 6. Nadat de verbinding tot stand is gebracht, wordt het bericht Gegevens worden verzonden weergegeven. Gegevens die via een Bluetooth-verbinding worden ontvangen, worden opgeslagen in de map Inbox in Berichten.
De Bluetooth-verbinding verbreken Een Bluetooth-verbinding wordt automatisch verbroken na het verzenden of ontvangen van gegevens. ■ Verbindingsbeheer In Verbindingsbeheer kunt u de status van de verschillende gegevensverbindingen en gegevens over de hoeveelheid verzonden en ontvangen gegevens bekijken en ongebruikte verbindingen verbreken. Selecteer Menu > Instellingen > Connect. > Verb.beh..
Veel diensten die beschikbaar zijn voor normale spraakoproepen (zoals de oproepmailbox), zijn niet beschikbaar voor P2T-communicatie. Een P2T-toegangspunt definiëren Bij veel serviceproviders moet u een internettoegangspunt gebruiken als standaardtoegangspunt. Er zijn echter ook serviceproviders bij wie u een WAP-toegangspunt mag gebruiken. Instellingen voor P2T Neem contact op met uw serviceprovider voor de instellingen van de P2T-dienst. Selecteer Menu > Instellingen > Connect.
Verbindingsinstellingen Neem contact op met uw P2T-serviceprovider voor de verbindingsinstellingen. Aanmelden bij P2T Selecteer Menu > Instellingen > Connect. > P2T. P2T wordt bij het starten automatisch aangemeld bij de dienst. Na het aanmelden maakt P2T automatisch verbinding met kanalen die actief waren op het moment dat de toepassing de laatste keer werd afgesloten. Als de verbinding wordt verbroken, probeert de toepassing zich opnieuw aan te melden totdat u P2T afsluit. geeft een P2T-verbinding aan.
Een P2T-groepsgesprek voeren Als u een groep wilt bellen, selecteert u Opties > Contacten. Selecteer Opties > Praten met meerdere, markeer de contacten die u wilt bellen en selecteer OK. Terugbelverzoeken Een terugbelverzoek verzenden Als u een één-op-één-oproep plaatst, maar geen antwoord krijgt, kunt u de desbetreffende persoon een verzoek sturen om u terug te bellen. Als u een terugbelverzoek wilt verzenden vanuit Contacten, gaat u naar een contact en selecteert u Opties > Terugbelverz. verzenden.
Deelnemen aan een vooraf geconfigureerd kanaal Een vooraf geconfigureerd kanaal is een gespreksgroep die door uw serviceprovider is ingesteld. Alleen vooraf geconfigureerde gebruikers krijgen toestemming om deel te nemen aan en gebruik te maken van het kanaal. 1. Selecteer Opties > P2T-kanalen. 2. Selecteer Opties > Nieuw kanaal > Bestaand toevoegen. 3. Voer de Kanaalnaam, Kanaaladres en de Bijnaam in. U kunt ook een Thumbnail toevoegen. 4. Selecteer Gereed.
Een nieuw synchronisatieprofiel maken 1. Als er nog geen profielen zijn gedefinieerd, wordt u gevraagd een nieuw profiel te maken. Selecteer Ja. Selecteer Opties > Nw sync.profiel als u naast bestaande profielen een nieuw profiel wilt maken. Bepaal of u de standaardinstellingen of de instellingen van een bestaand profiel wilt gebruiken als basis voor het nieuwe profiel. 2. Definieer de te synchroniseren Toepassingen.
Nadat de synchronisatie is voltooid, selecteert u Opties > Logboek bekijken om een logboekbestand te openen waarin de synchronisatiestatus wordt vermeld (Voltooid of Incompleet) en waarin wordt vermeld hoeveel agenda- of contactitems zijn toegevoegd, bijgewerkt, verwijderd of overgeslagen (niet gesynchroniseerd) in de telefoon of op de server. ■ Infrarood Met infrarood kunt u twee apparaten met elkaar verbinden en gegevens uitwisselen.
Als u de telefoon via infrarood wilt verbinden met een compatibele computer, drukt u op de navigatietoets. Zorg ervoor dat de infraroodpoorten van de telefoon en de computer rechtstreeks op elkaar zijn gericht, zonder obstakels ertussen. Als u de telefoon via draadloze Bluetooth-technologie wilt verbinden met een computer, start u de verbinding vanaf de computer. Als u Bluetooth wilt inschakelen op uw telefoon, selecteert u Menu > Connect. > Bluetooth > Bluetooth > Aan.
Mogelijk laat de andere telefoon geen synchronisatie toe en kunnen gegevens slechts één keer worden gekopieerd. Ga als volgt te werk om gegevens over te brengen of te synchroniseren: 1. Als u gebruikmaakt van infrarood, plaatst u de apparaten met de infraroodpoorten naar elkaar toe en activeert u infrarood op beide apparaten. Selecteer Menu > Instellingen > Connect. > Overdracht. Als u Overdracht nog niet eerder hebt gebruikt, wordt informatie over de toepassing weergegeven.
Met Nokia Application Installer in Nokia PC Suite kunt u een toepassing installeren in de telefoon of op een geheugenkaart. Als u Toep.beheer wilt openen, selecteert u Menu > Instellingen > Gegev.beh. > Toep.beh.. Een toepassing installeren Belangrijk: Installeer en gebruik alleen toepassingen en andere software van betrouwbare bronnen, zoals toepassingen die een Symbian-ondertekening dragen of die de Java-VerifiedTM test hebben doorstaan. Blader vóór de installatie in Toep.
Instellingen voor toepassingsbeheer Ga naar Toep.beheer, selecteer Opties > Instellingen en maak een keuze uit de volgende instellingen: Software-installatie – Hiermee kunt u opgeven of u de installatie toestaat van alle Symbian-toepassingen (Alles) of alleen van ondertekende toepassingen (Alleen ondertek.) Online certif.controle – Hiermee kunt u opgeven of u wilt dat Toep.beheer de online certificaten van een toepassing controleert voordat de toepassing wordt geïnstalleerd.
■ Apparaatbeheer Het is mogelijk dat u serverprofielen en configuratie-instellingen ontvangt van uw serviceprovider of de ICT-afdeling van uw bedrijf. Selecteer Menu > Instellingen > Gegev.beh. > App.beh. om apparaatbeheer te openen. Als u geen serverprofielen hebt gedefinieerd, wordt u gevraagd of u er een wilt definiëren. Als u verbinding wilt maken met een server om configuratie-instellingen voor uw telefoon te ontvangen, gaat u naar het serverprofiel en selecteert u Opties > Configuratie starten.
Een back-up van gegevens maken en gegevens herstellen Als u een back-up van gegevens wilt maken vanuit het telefoongeheugen naar de geheugenkaart, selecteert u Opties > Reservekopie. Als u de gegevens van de geheugenkaart weer wilt herstellen in het telefoongeheugen, selecteert u Opties > Herst. vanaf kaart. Als u een back-up hebt gemaakt van het telefoongeheugen, kunt u dit alleen herstellen op dezelfde telefoon.
Bij inhoud die is beveiligd met een beheersysteem voor digitale rechten (DRM) wordt een bijbehorende activeringssleutel geleverd die uw rechten om gebruik te maken van de inhoud definieert. Als uw apparaat OMA DRM-beveiligde inhoud bevat, kunt u met de back-upfunctie van de Nokia PC Suite een back-up van zowel de activeringssleutels als de inhoud maken.
Als u gedetailleerde informatie wilt bekijken, zoals de geldigheidsstatus en de mogelijkheid om het bestand te verzenden, gaat u naar een activeringssleutel en selecteert u deze. 17. Informatie over de batterij ■ Opladen en ontladen Het apparaat werkt op een oplaadbare batterij. De batterij kan honderden keren worden opgeladen en ontladen maar na verloop van tijd treedt slijtage op. Wanneer de gesprekstijd en stand-by tijd aanmerkelijk korter zijn dan normaal, moet u de batterij vervangen.
regelgeving. Lever batterijen indien mogelijk in voor recycling. Gooi batterijen niet weg met het huishoudafval. Ontmantel of sloop de geheugencellen of batterijen niet. Als een batterij lekt, moet u ervoor zorgen dat de vloeistof niet in contact komt met de huid of ogen. Als dat toch gebeurt, moet u uw huid en ogen onmiddellijk met water uitspoelen of medische hulp zoeken. ■ Controleren van de echtheid van Nokia-batterijen Gebruik altijd originele Nokia-batterijen voor uw veiligheid.
4. Controleer of de 20-cijferige code geldig is door de instructies op www.nokia.com/batterycheck te volgen. Als u een tekstbericht wilt maken, voert u de 20-cijferige code in (bijvoorbeeld 12345678919876543210) en stuurt u het bericht naar +44 7786 200276. Er zijn nationale en internationale operatorkosten van toepassing. U dient een bericht te ontvangen dat aangeeft of de code is geverifieerd.
• Gebruik of bewaar het apparaat niet op stoffige, vuile plaatsen. De bewegende onderdelen en elektronische onderdelen kunnen beschadigd raken. • Bewaar het apparaat niet op plaatsen waar het heet is. Hoge temperaturen kunnen de levensduur van elektronische apparaten bekorten, batterijen beschadigen en bepaalde kunststoffen doen vervormen of smelten. • Bewaar het apparaat niet op plaatsen waar het koud is.
Verwijdering Het symbool van de doorgestreepte container op uw product, in de documentatie of op de verpakking wil zeggen dat binnen de Europese Unie alle elektrische en elektronische producten, batterijen en accu’s na gebruik voor gescheiden afvalverzameling moeten worden aangeboden. Bied deze producten niet aan bij het gewone huisvuil.
■ Medische apparatuur Het gebruik van radiozendapparatuur, dus ook van draadloze telefoons, kan het functioneren van onvoldoende beschermde medische apparatuur nadelig beïnvloeden. Raadpleeg een arts of de fabrikant van het medische apparaat om vast te stellen of het apparaat voldoende is beschermd tegen externe RF-energie of als u vragen hebt. Schakel het apparaat uit in instellingen voor gezondheidszorg wanneer dat voorgeschreven wordt door ter plaatse aangegeven instructies.
garantie die eventueel van toepassing is op het apparaat doen vervallen. Controleer regelmatig of de draadloze apparatuur in uw auto nog steeds goed bevestigd zit en naar behoren functioneert. Vervoer of bewaar geen brandbare vloeistoffen, gassen of explosieve materialen in dezelfde ruimte als die waarin het apparaat zich bevindt of onderdelen of toebehoren daarvan. Voor auto's met een airbag geldt dat de airbags met zeer veel kracht worden opgeblazen.
3. Toets het alarmnummer in voor het gebied waar u zich bevindt. Alarmnummers verschillen per locatie. 4. Druk op de beltoets. Als u bepaalde functies gebruikt, is het mogelijk dat u deze functies eerst moet uitschakelen voordat u een alarmnummer kunt kiezen. Als het apparaat in het profiel Offline staat, moet u het profiel wijzigen om de telefoonfunctie te activeren voordat u een alarmnummer kunt kiezen. Raadpleeg deze handleiding of uw serviceprovider voor meer informatie.
Index A actieve stand-by modus 18 activeringssleutels 110 adresboek. Zie contacten. agenda 75 alarmklok. Zie klok. apparaatbeheer 109 auteursrechtbescherming. Zie activeringssleutels. B batterij opladen 13 beheer van digitale rechten. Zie activeringssleutels.
geheugenkaart 109 GPS-gegevens 79 N help 21 netwerk 88 notities 76 nummers overbrengen 54 I O infrarood 104 Instant Messaging. Zie chatten. instellingen beveiliging 83 datum 82 displaytaal 81 gegevensoproep 90 Instelwizard 91 invoer met tekstvoorspelling 82 invoertaal 82 packet-gegevens 90 spraak 91 telefoon 80 tijd 82 toebehoren 82 verbinding 88 klok 74 omrekenen 77 one-touch-oproep. Zie snelkeuze.
spraakopdrachten 79 spraakopname. Zie opname-eenheid. stand-by modus 18 symbolen 18 symbolen gegevensverbinding 18 synchronisatie 102 T taak 76 tekst invoeren. Zie tekstinvoer.