Operation Manual
©2002 Nokia Corporation. All rights reserved.
Menufuncties
65
Menufuncties
■ Instellingen (menu 4)
Alarmklok
Voor de alarmklok wordt de tijdsnotatie gebruikt die is ingesteld voor de klok (12-uurs of 24-uurs). De
alarmklok werkt ook als de telefoon is uitgeschakeld.
1. Druk op Menu en selecteer Instellingen.
2. Toets de tijd voor het waarschuwingssignaal in en druk op OK.
Als de tijd voor het waarschuwingssignaal is ingesteld, selecteert u Aan om de tijd te wijzigen of Uit
om de alarmklok uit te schakelen.
Als het alarmtijdstip is aangebroken
Er klinkt een waarschuwingssignaal, Alarm! %U wordt weergegeven en de verlichting van de telefoon
knippert. Druk op Stop om het alarm te stoppen. Als u het waarschuwingssignaal een minuut lang laat
klinken of op Snooze of een andere toets drukt, stopt het waarschuwingssignaal enkele minuten en
wordt dan weer hervat.
Als het tijdstip voor het alarmsignaal is aangebroken terwijl de telefoon is uitgeschakeld, wordt de telefoon
ingeschakeld en wordt er een waarschuwingssignaal afgespeeld. Als u op Stop drukt, wordt u gevraagd of de
telefoon moet worden geactiveerd voor oproepen. Druk op Nee als u de telefoon wilt uitschakelen of op Ja als u de
telefoon wilt gebruiken om te bellen en gebeld te worden.
Opmerking: Druk niet op Ja als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storing of gevaar
zou kunnen opleveren.










