Operation Manual
Table Of Contents
- Gebruikershandleiding Nokia 5140
- Inhoudsopgave
- Voor uw veiligheid
- Aan de slag
- De telefoon
- Algemene functies
- Menufuncties
- Tekst intoetsen
- Messages
- Tekstberichten
- Multimediaberichten
- E-mailberichten
- Chatten
- Basisstappen voor chatten
- Het chatmenu openen
- Verbinding maken met de chatdienst en de verbinding verbreken
- Een chatsessie starten
- Een chatuitnodiging accepteren of weigeren
- Een ontvangen chatbericht lezen
- Deelnemen aan een chatsessie
- Uw eigen instellingen wijzigen
- Chatcontacten
- Berichten blokkeren en vrijgeven
- Groepen
- Spraakberichten
- Informatieberichten
- Berichtinstellingen
- Dienstopdrachten
- Contacten
- Instellingen voor contacten
- Contacten toevoegen
- Meerdere nummers en tekstitems opslaan
- Een afbeelding toevoegen
- Zoeken naar een contact
- Gegevens van contacten wijzigen of verwijderen
- Contacten verwijderen
- Mijn aanwezigheid
- Abonneenamen
- Contactgegevens kopiëren
- Een visitekaartje verzenden en ontvangen
- Snelkeuze
- Spraakgestuurde nummerkeuze
- Infonummers en dienstnummers
- Eigen nummers
- Bellergroepen
- Oproep-info
- Settings
- Galerij
- Media
- DVS
- Organiser
- Toepassingen
- Diensten
- SIM-diensten
- Pc-verbinding
- Informatie over de batterij
- VERZORGING EN ONDERHOUD
- Aanvullende veiligheidsinformatie

• SIM-dienstacties bevestigen—om een bevestiging weer te geven voor berichten die tussen de telefoon en de
serviceprovider worden verzonden.
U moet mogelijk een tekstbericht verzenden of bellen om deze diensten te activeren. Voor deze diensten worden mogelijk
kosten in rekening gebracht.
• Automatische Help-tekst—om in te stellen dat op te telefoon Help-teksten worden weergegeven. Help-teksten bevatten
informatie over het gebruik van de functies van de telefoon.
• Starttoon—om een toon weer te geven wanneer de telefoon wordt ingeschakeld.
Instellingen voor chatten en aanwezigheid
Neem contact op met uw netwerkoperator of serviceprovider voor informatie over de beschikbaarheid van de instellingen
van Chatten en Mijn aanwez.. U kunt de instellingen voor chatten en aanwezigheid ook als OTA-bericht ontvangen.
Zie Dienst
voor OTA-instellingen op pagina 14.
De instellingen bewerken en activeren
1. Druk op Menu en selecteer Instellingen → Instellingen chat & aanwezigheid.
2. Selecteer Huidige inst. chat- en aanwezigheid, ga naar de verbindingsset die u wilt activeren, druk op Activeer en toets de
instellingen in.
3. Selecteer Huidige chat- en aanw.inst. bew., selecteer één voor één de instellingen en toets alle vereiste instellingen in op
basis van de richtlijnen die u van de netwerkoperator of serviceprovider hebt ontvangen. U kunt de
verbindingsinstellingen vinden in het menu Instellingen verbinding.
Toebehoreninstellingen
Het menu Toebehoreninstellingen wordt alleen weergegeven als de telefoon is aangesloten of aangesloten geweest op
bepaalde mobiele toebehoren, zoals de handsfree-eenheid.
Druk op Menu en selecteer Instellingen → Toebehoren- instellingen. U kunt een toebehoren selecteren als het betreffende
toebehoren op de telefoon is aangesloten of aangesloten is geweest. Voor sommige toebehoren kunt u opties selecteren die
automatisch worden geactiveerd wanneer het toebehoren wordt aangesloten.
• Standaard profiel—om het profiel te selecteren dat automatisch moet worden geactiveerd wanneer u het geselecteerde
toebehoren aansluit. U kunt een ander profiel selecteren terwijl het toebehoren is aangesloten.
• Automatisch opnemen—om inkomende gesprekken binnen vijf seconden automatisch te beantwoorden. Als de optie
Oproepsignaal is ingesteld op 1 x piepen of Stil, is automatisch opnemen niet actief.
• Verlichting—om de verlichting permanent in te schakelen (Aan). Selecteer Automatisch om de verlichting na het
indrukken van een toets 15 seconden ingeschakeld te laten.
Beveiligingsinstellingen
Beveiligingsinstellingen zijn instellingen voor toegangscodes en andere beveiligingsfuncties.
Wanneer beveiligingsfuncties zijn ingeschakeld waarmee de mogelijke oproepen worden beperkt (zoals het blokkeren van
oproepen, gesloten gebruikersgroepen en vaste nummers), kunt u soms nog wel het geprogrammeerde alarmnummer
kiezen.
Druk op Menu en selecteer Instellingen → Beveiligings- instellingen.
U kunt de volgende opties selecteren:
• PIN-code vragen—om in te stellen dat naar de PIN-code wordt gevraagd telkens wanneer de telefoon wordt ingeschakeld.
• Oproepen blokkeren (netwerkdienst)—om oproepen te beperken.
• Vaste nummers—om uitgaande oproepen en tekstberichten te beperken tot geselecteerde telefoonnummers als dit door
uw SIM-kaart wordt ondersteund.
Als de optie voor vaste nummers is ingeschakeld, zijn (E)GPRS-verbindingen alleen mogelijk wanneer u tekstberichten via
een (E)GPRS-verbinding verzendt. Het telefoonnummer van de ontvanger en van het berichtencentrum moeten worden
opgenomen in de lijst met vaste nummers.
• Beperkte groep gebruikers (netwerkdienst)—om groepen mensen op te geven die u kunt bellen en die u kunnen bellen.
• Beveiligings- niveau—Selecteer Telefoon als de beveiligingscode gevraagd moet worden zodra een nieuwe SIM-kaart in
de telefoon wordt geplaatst.
Selecteer Geheugen als de beveiligingscode gevraagd moet worden wanneer het geheugen van de SIM-kaart is
geselecteerd en u het gebruikte geheugen wilt wijzigen of als u van het ene naar het andere geheugen wilt kopiëren.
• Toegangscodes—om de toegangscodes te wijzigen.
Fabrieksinstellingen terugzetten
U kunt bepaalde menu-instellingen op de oorspronkelijke waarden terugzetten.
Settings
Copyright © 2004 Nokia. All Rights Reserved. 43










