Operation Manual
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.
24
plaats de plug van de lader in de aansluiting onder aan de telefoon. Zie
Aansluitingen op pagina 18.
2. Sluit de lader aan op een gewone wandcontactdoos.
Als de telefoon is ingeschakeld, wordt de tekst Batterij wordt opgeladen kort
weergegeven. Als de batterij helemaal leeg is, kan het enkele minuten duren
voordat de batterij-indicator wordt weergegeven of voordat u kunt bellen.
U kunt de telefoon tijdens het opladen gewoon gebruiken. De oplaadtijd is
afhankelijk van de gebruikte lader en batterij.
■ De telefoon in- en uitschakelen
Houd de aan/uit-toets boven op de telefoon ingedrukt.
Als de telefoon naar een PIN-code of beveiligingscode vraagt:
• Toets de PIN-code of beveiligingscode in (deze wordt weergegeven met
sterretjes ****) en druk op OK.
Zie ook Toegangscodes op pagina 12.
Waarschuwing:Schakel de telefoon niet in als het gebruik van mobiele telefoons
verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren.
TIPS VOOR EFFICIËNT GEBRUIK: De telefoon heeft een ingebouwde antenne. Zoals voor alle
radiozendapparatuur geldt, dient onnodig contact met de antenne te worden vermeden als
de telefoon is ingeschakeld. Het aanraken van de antenne kan een nadelige invloed hebben
op de gesprekskwaliteit en kan ervoor zorgen dat de telefoon meer stroom verbruikt dan
noodzakelijk is. Door de antenne tijdens een gesprek niet aan te raken, optimaliseert u de
prestaties van de antenne en de gesprekstijd van de telefoon.










