Operation Manual

Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.
Instellingen
36
Terugbelnummer - Typ het telefoonnummer dat de terugbelserver moet bellen. Dit is
doorgaans het telefoonnummer voor data-oproepen van uw telefoon.
Uitleg: PPP
(Point-to-Point Protocol)
- Een veelgebruikt
netwerksoftwareprotocol,
waarmee via een
computer met een
modem en een
telefoonlijn een directe
verbinding met het
Internet kan worden
gemaakt.
Gbrk PPP-compressie - Als u Ja kiest, wordt de gegevensoverdracht versneld (als dit wordt
ondersteund door de remote PPP-server). Als u problemen ondervindt bij het maken van
verbinding, kiest u hier Nee. Neem contact op met de aanbieder van de dienst voor
advies.
Login-script gebruik. - Beschikbare opties zijn Ja / Nee.
Login-script - Voeg hier het login-script in.
Initialisatie modem (Tekenreeks voor modeminitialisatie)- Eventuele AT-opdrachten voor
modembesturing. Geef zo nodig de tekens op die de exploitant van het GSM-netwerk
of de Internet-aanbieder aangeven.
GPRS
Ga naar Instellingen
Instellingen verbinding
GPRS.
De GPRS-instellingen gelden voor alle toegangspunten waarvoor een
pakketdataverbinding wordt gebruikt.
GPRS-verbinding - Als u Autom. bij signaal kiest en het netwerk pakketdata ondersteunt,
wordt de telefoon automatisch bij het GPRS-netwerk aangemeld en worden SMS-
berichten verstuurd via GPRS. Ook het starten van een actieve pakketdataverbinding
verloopt sneller, bijvoorbeeld voor het versturen en ontvangen van e-mail. Als u Wanneer
nodig kiest, wordt GPRS alleen gebruikt als u een toepassing of bewerking start waarvoor
een pakketdataverbinding nodig is. De GPRS-verbinding wordt na gebruik automatisch
gesloten.
Opmerking: Als er geen GPRS-dekking is en u Autom. bij signaal hebt gekozen, wordt
regelmatig geprobeerd een pakketdataverbinding tot stand te brengen.
Toegangspunt - U moet de naam van het toegangspunt invullen als u de telefoon wilt
gebruiken als pakketdatamodem voor de computer. Zie pag. 145
voor meer informatie over
modemverbindingen.