Operation Manual
©2001 Nokia Mobile Phones. All rights reserved.
Instellingen (menu 6)
85
Instellingen (menu 6)
Opmerking: Wanneer gesprekken zijn beperkt tot gesloten groepen gebruikers, kunnen in
sommige netwerken nog wel bepaalde alarmnummers worden gekozen (bijvoorbeeld 112 of
een ander officieel alarmnummer).
Beveiligingsniveau
U kunt instellen dat de beveiligingscode wordt gevraagd wanneer een nieuwe SIM-kaart in de telefoon
wordt geplaatst (optie Telefoon) of wanneer u de interne telefoonlijst selecteert (optie Geheugen).
(Een nieuwe SIM-kaart betekent in dit verband een kaart die niet een van de vijf laatste in het toestel
gebruikte kaarten is.)
Hiervoor hebt u de beveiligingscode nodig (zie Toegangscodes op pagina 119).
Als u deze instelling wijzigt, worden de lijsten met laatst gekozen nummers in menu 4-1 tot en met 4-
3 gewist.
Zie ook Beveiligingscode op pagina 17, De telefoon in- en uitschakelen op pagina 28, Het geheugen
voor namen en telefoonnummers selecteren (Actief geheugen) op pagina 53 en Toegangscodes op
pagina 119.
Toegangscodes wijzigen
U kunt de volgende toegangscodes wijzigen: de beveiligingscode, PIN-code, PIN2-code en het
blokkeerwachtwoord. Deze codes kunnen alleen bestaan uit de nummers 0 tot en met 9.
De telefoon vraagt eerst naar de huidige code en vervolgens tweemaal naar de nieuwe code.
Opmerking: Zorg ervoor dat u toegangscodes gebruikt die afwijken van alarmnummers, zoals
112, om te voorkomen dat u per ongeluk het alarmnummer kiest.










