Operation Manual
©2001 Nokia Mobile Phones. All rights reserved.
Basisfuncties
35
Basisfuncties
Voicedialling
U kunt een telefoonnummer bellen door een of meer aan het nummer gekoppelde woorden uit te
spreken.
Zie Voicedialling (menu 01-11) op pagina 54.
■ Een oproep beantwoorden
Wanneer u gebeld wordt, gaat de telefoon over (tenzij de optie Oproepsignaal is ingesteld op Stil),
knippert de verlichting en wordt een bijbehorende tekst weergegeven.
Als het netwerk de beller niet kon identificeren, wordt Oproep weergegeven.
Als de beller wel kon worden geïdentificeerd, wordt het telefoonnummer van de beller (of diens naam,
als deze in de telefoonlijst is opgeslagen) en de tekst belt weergegeven.
1. Als u de oproep wilt beantwoorden, drukt u op (Antwoorden).
Als de oproep werd doorgeschakeld via een ander telefoonnummer, wordt mogelijk het teken >
weergegeven achter Oproep of belt (netwerkdienst).
2. Druk op (Ophangen) om het gesprek te beëindigen.
Een oproep doorschakelen of weigeren
Als u de oproep niet wilt beantwoorden, drukt u op . De beller hoort een “in-gesprek”-toon. Als de
functie Doorschakelen indien in gesprek is geactiveerd (zie pagina 87), wordt de oproep
doorgeschakeld, bijvoorbeeld naar uw voicemail.










