Operation Manual

Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.
77
Rust: voegt een rust (pauze) in van dezelfde duur als de voorafgaande
noot. De standaardduur van een rust is een kwartnoot (1/4). De rust wordt
aangeduid met het teken -.
Octaaf: stelt de octaaf in voor nieuwe noten. De octaaf wordt
weergegeven als een cijfer achter de noot (bijvoorbeeld e1).
Pitch: maakt de noot scherp (aangeduid door # vóór de noot),
bijvoorbeeld #f. Pitchselectie is niet beschikbaar voor de noten e en b.
4. De noten wijzigen:
Met en verplaatst u de cursor respectievelijk naar rechts of naar
links.
verwijdert een noot of rust links van de cursor.
5. Nadat u de toon hebt samengesteld, drukt u op (Opties), gaat u naar een
van de onderstaande functies en drukt u op (OK).
Afspelen: speelt de tonen af.
Opslaan: hiermee kunt u de toon een naam geven en onder aan de lijst met
beltonen toevoegen.
Tempo: hiermee kunt u het gewenste tempo voor de toon selecteren (in slagen
per minuut).
Scherm wissen: verwijdert alle noten uit het scherm.
Afsluiten: hiermee kunt u het menu Composer afsluiten.