Operation Manual
45
Copyright
© 2003 Nokia. All rights reserved.
4. Algemene functies
■ Opbellen
U kunt niet telefoneren als de verbindingskabel op de telefoon is aangesloten. Maak de kabel
los voordat u telefoneert.
1. Toets het netnummer en telefoonnummer in. Als u een onjuist teken intoetst,
drukt u op Wis om het teken te verwijderen.
Voor internationale gesprekken drukt u tweemaal op voor het
internationale prefix (het +-teken vervangt de internationale toegangscode)
en toets de landcode, het netnummer (laat zo nodig de eerste 0 weg) en het
telefoonnummer in. Gesprekken die hier worden aangeduid als internationale
gesprekken, kunnen in sommige gevallen worden gevoerd in regio’s van
hetzelfde land.
2. Druk op om het nummer te bellen.
3. Druk op om het gesprek te beëindigen of het kiezen te onderbreken.
Zie ook Opties tijdens een gesprek op pagina 48.
Opmerking: Tijdens een gesprek wordt het afspelen van muziek
onderbroken en het volume van de radio uitgeschakeld. Zodra u het
gesprek beëindigt, wordt het afspelen voortgezet en wordt de radio
automatisch weer ingeschakeld.










