Operation Manual

54Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
4. Tekst invoeren
Als u tekst wilt invoeren, zoals een bericht, kunt u dat doen op de gewone manier
of met behulp van de functie voor voorspellende tekstinvoer op basis van een
woordenboek.
Werken met gewone tekstinvoer
Als u de gewone tekstinvoer gebruikt, wordt het symbool rechtsboven op
de display weergegeven.
Druk op een cijfertoets (1 - 9) totdat het gewenste teken wordt weergegeven.
Op de cijfertoetsen staan niet alle tekens afgebeeld die onder een toets
beschikbaar zijn.
Houd de cijfertoets ingedrukt om een cijfer in te voegen.
Houd de toets # ingedrukt om te schakelen tussen letters en cijfers.
Als de volgende letter onder dezelfde toets zit als de huidige, wacht u tot de
cursor weer verschijnt (of beweegt u de navigatietoets naar rechts) en voert u
de letter in.
Druk op de toets 0 om een spatie in te voegen. Druk drie keer op de toets 0 om
de cursor naar de volgende regel te verplaatsen.
Als u wilt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters, drukt u op de toets #.