Operation Manual
152Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
Bij veel serviceproviders moet u een Internet-toegangspunt gebruiken als
standaardtoegangspunt. Bij andere serviceproviders kunt u een WAP-toegangspunt
gebruiken. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie.
Begin bovenaan bij het invullen van de instellingen, want het hangt af van de
gegevensverbinding die u selecteert (Drager gegevens) welke instellingsvelden
beschikbaar zijn.
• Naam verbinding - Dit is een beschrijvende naam voor de verbinding.
• Drager gegevens - U kunt kiezen uit GPRS of Gegevensoproep. Afhankelijk van
de geselecteerde gegevensverbinding zijn alleen bepaalde velden beschikbaar.
Vul alle velden in die zijn voorzien van een sterretje of de aanduiding Te
definiëren. De overige velden hoeft u alleen in te vullen als uw serviceprovider
dat aangeeft.
Als u een gegevensverbinding wilt gebruiken, moet de netwerkoperator of de
serviceprovider deze functie ondersteunen en deze zo nodig activeren op uw SIM-
kaart.
• Naam toegangspunt (alleen voor GPRS) - Deze naam is nodig om verbinding
met het GPRS-netwerk te kunnen maken. De naam van het toegangspunt
wordt u verstrekt door de netwerkoperator of serviceprovider.
• Inbelnummer (alleen voor gegevensoproepen) - Dit is het telefoonnummer van
de modem van het toegangspunt.
• Gebruikersnaam - Bij sommige serviceproviders moet u een gebruikersnaam
opgeven. Deze naam kan nodig zijn bij het maken van een gegevensverbinding
en wordt doorgaans verstrekt door de serviceprovider. De gebruikersnaam is
vaak hoofdlettergevoelig.










