Operation Manual
Table Of Contents
- Gebruikershandleiding 3210
- Naslaggids
- Voor uw veiligheid
- 1. De telefoon
- 2. Aan de slag
- 3. Algemene functies
- 4. De menu’s gebruiken
- 5. De telefoonlijst gebruiken
- Een naam en telefoonnummer opvragen (menu 1-1)
- Een servicenummer bellen (menu 1-2)
- Een naam en telefoonnummer opslaan (menu 1-3)
- Een naam en telefoonnummer wissen (menu 1-4)
- Een naam en telefoonnummer wijzigen (menu 1-5)
- Een beltoon voor een telefoon- nummer instellen (menu 1-6)
- Een naam en telefoonnummer zenden (menu 1-7)
- Een telefoonnummer toewijzen aan een snelkeuzetoets (menu 1-9)
- Overige telefoonlijstfuncties (Opties - menu 1-8)
- 6. Tekstberichten en spraakberichten
- 7. Oproep-info gebruiken
- 8. De telefooninstellingen aanpassen
- 9. Gesprekken doorschakelen
- 10. Spelletjes
- 11. Calculator en klok
- 12. De beltonen instellen
- 13. SIM-diensten
- 14. Naslaginformatie
- Onderhoud
- Belangrijke veiligheidsinformatie
- Index

De beltonen instellen
ã1999 Nokia Mobile Phones. All Rights Reserved. 67
Een nieuwe beltoon samenstellen
Wanneer u deze functie activeert, wordt de naam weergegeven van
de beltoon die u eerder hebt samengesteld. Een nieuwe beltoon
invoeren of een bestaande toon wijzigen:
1. Voer de gewenste noten in. Druk
bijvoorbeeld op voor de noot f
(weergegeven als f). De telefoon laat
elke noot horen nadat deze is
ingevoerd (tenzij het geluid is
uitgeschakeld).
2. Voer de volgende procedure uit om de
kenmerken van een noot te wijzigen:
• Duur van de noot: verkort (-) en verlengt (+) de
duur van de geselecteerde noot of rust. De standaardduur is
1/4. De duur wordt vóór de noot weergegeven. Bijvoorbeeld:
16d geeft de noot d aan met een duur van 1/16.
Door een noottoets ingedrukt te houden, wordt de noot een
halve toon verlengd. Dit wordt aangegeven door een punt
achter de duur, bijvoorbeeld 8.a.
• Rust: voegt een rust (pauze) in van dezelfde duur als de
vorige noot. De standaardduur van een rust is een kwartnoot
(1/4). De rust wordt aangegeven door het teken -.
• Octaaf: stelt de octaaf van nieuwe tonen in. De octaaf
wordt als nummer in superscript weergegeven achter de noot
(bijvoorbeeld e1).
• Pitch: maakt de actieve noot scherp (aangegeven door #
vóór de noot), bijvoorbeeld #f. De pitchselectie is niet
beschikbaar voor de noten e en b.
3. Voer de volgende procedure uit om noten te wijzigen:
• en verplaatsen de cursor respectievelijk naar rechts en
naar links.
• verwijdert een noot of een rust links van de cursor.










