Operation Manual

Table Of Contents
64 ã1999 Nokia Mobile Phones. All Rights Reserved.
Alarmklok (menu 8-1)
U kunt de telefoon zodanig instellen dat op een bepaald tijdstip een
alarmsignaal klinkt.
Als het alarmsignaal was uitgeschakeld toen u deze functie
activeerde, toetst u de gewenste tijd in uren en minuten in en drukt
u op (OK).
Als het alarmsignaal was ingeschakeld toen u deze functie
activeerde, selecteert u Aan om het tijdstip voor het alarmsignaal te
wijzigen of Uit om het alarmsignaal uit te schakelen.
Als het alarmtijdstip is aangebroken
De telefoon laat een waarschuwingstoon horen met het volume dat
werd geselecteerd bij de functie Beltoonvolume (zie pagina 69).
Tevens knippert de verlichting en wordt de tekst Alarm!
weergegeven. U kunt het alarmsignaal onderbreken door op een
willekeurige toets te drukken.
Als u de waarschuwingstoon een minuut lang laat klinken of als u
op (Snooze) drukt, stopt het alarm enkele minuten, waarna het
wordt herhaald.
Opmerking: Als het alarmtijdstip is aangebroken terwijl de
telefoon is uitgeschakeld, schakelt de telefoon automatisch
in en gaat het alarm af. Als u op een andere toets als
(Snooze) drukt, wordt u gevraagd of de telefoon weer moet
worden geactiveerd voor oproepen. Druk op (Ja) om de
telefoon te activeren of op om de telefoon uit te
schakelen. Schakel de telefoon niet in wanneer het gebruik
van draadloze telefoons is verboden of wanneer het gebruik
ervan interferentie of gevaar kan veroorzaken.