Operation Manual
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.
68
De naam van het actieve profiel wordt weergegeven in de standby-modus, tenzij
dit het profiel Normaal is. Als het een tijdelijk profiel is, wordt voor de naam
weergegeven.
Tip: U kunt het profiel snel verwisselen vanuit de standby-modus door op
de aan/uit-toets te drukken en het gewenste profiel te selecteren.
Tooninstellingen
U kunt de tooninstellingen en instellingen voor het trilsignaal in het geselecteerde
profiel wijzigen. Deze instellingen kunt u ook wijzigen in het menu Profielen (zie
pagina 67).
Dit menu openen: Druk vanuit de standby-modus op Menu en selecteer
achtereenvolgens Instellingen and Tooninstellingen. Selecteer
• Oproepsignaal om aan te geven hoe u wilt worden gewaarschuwd wanneer
een spraakoproep binnenkomt. U kunt de volgende opties kiezen: Bellen,
Oplopend, 1 x bellen, 1 x piepen en Stil.
• Type beltoon om de toon te selecteren die moet klinken als een oproep
binnenkomt. Als u een beltoon wilt selecteren in het menu Galerij, selecteert u
Galerij openen.
U kunt een geluidsclip die u hebt opgenomen met de functie Opname-eenheid
(zie pagina 88) ook als beltoon instellen.
• Beltoonvolume om het volume voor de beltonen en waarschuwingstonen in te
stellen.










