Operation Manual

36Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
Wachtfunctie
Tijdens het gesprek drukt u op om het gesprek in de wachtstand te
beantwoorden. Het eerste gesprek wordt in de wachtstand geplaatst. Druk op
om het actieve gesprek te beëindigen. Zie Wachtfunctie op pagina 87 voor het
activeren van de functie Wachtfunctieopties.
Opties tijdens een gesprek
Veel van de opties die u tijdens een gesprek kunt gebruiken, zijn netwerkdiensten.
Druk tijdens een gesprek op Opties voor de volgende mogelijkheden:
Microfoon uit of Microfoon aan, Beëindigen, Alles afsluiten, Contacten, Menu en
Standby of Uit standby, Nieuwe oproep, Conferentie, Apart, Opnemen, Weigeren
en Luidspreker of Telefoon.
Toetsen blokk. om de toetsen te blokkeren.
DTMF verzenden om DTMF-toonreeksen, bijvoorbeeld wachtwoorden of
rekeningnummers, te verzenden. Toets de DTMF-toonreeks in of haal deze op uit
de lijst met contacten en druk op OK. U kunt het wachtteken (w) en het
pauzeteken (p) intoetsen door herhaaldelijk op te drukken.
Wisselen om te schakelen tussen het actieve gesprek en het gesprek in de
wachtstand, Doorverbinden om een gesprek in de wachtstand door te verbinden
met het actieve gesprek en zelf de verbinding te verbreken.